Strafrechtadvocaat Christian Flokstra: ‘Dan gaan de beunhazen zich melden’

Website format (6)

Iedere verdachte heeft recht op een advocaat. Ook verdachten van de zwaarste feiten. Maar wat als ervaren strafrechtadvocaten dit soort zaken niet langer willen doen? Strafrechtadvocaat Christian Flokstra was betrokken bij een aantal zeer bekende strafzaken waaronder Passage, Eris en Marengo, drie van de grootste liquidatieprocessen van Nederland. Ooit droomde hij van precies dit soort zaken. Inmiddels ziet hij ook de schaduwzijde ervan. Wij spraken hem over de veranderende positie van de strafrechtadvocaat en wie straks nog de meest controversiële verdachten verdedigt.

De droom kwam uit

Flokstra’s interesse voor het recht ontstond op zijn vijftiende, toen zijn vader hem meenam naar de kantonrechter. Daar zag hij hoe een rechter met één beslissing grote invloed kon uitoefenen op iemands leven. Tijdens zijn studie ontdekte hij dat vooral het strafrecht hem aansprak. ‘Het civiele recht gaat uiteindelijk altijd om geld, terwijl het strafrecht gaat om mensen en menselijke gedragingen.’ Ook de keuze voor de advocatuur was snel gemaakt: niet het Openbaar Ministerie (OM), maar de tegenspeler trok hem aan. ‘Ik vond het altijd al mooi om tegen de macht te strijden.’ Hij legt uit: ‘Het mooie van grote strafzaken is dat de belangen heel omvangrijk zijn.’ Na vijf jaar bij Cleerdin & Hamer stapte hij over naar Ficq Advocaten, waar hij met Nico Meijering meewerkte aan Passage, een zaak die hij een belangrijke leerschool noemt. ‘Het is lekker om onder de vleugels van een ervaren collega erin te komen.’

‘Die hele criminele dynamiek die buiten speelt, trek je daarmee die strafzaak in’

Voor Flokstra markeerde het Marengo-proces een omslag. Rondom dit proces vonden meerdere moorden plaats en werd de sfeer grimmiger. Zijn bezwaar richt zich niet op de kroongetuige als middel, maar op de manier waarop die werd ingezet. ‘Die hele criminele dynamiek die buiten speelt, trek je daarmee die strafzaak in.’ Dat was zichtbaar in het geweld, maar ook in de verhoudingen tussen procespartijen. Hierdoor werden advocaten steeds meer gewantrouwd. ‘De advocaat wordt steeds meer vereenzelvigd met zijn cliënt.’ Na de aanhouding van Youssef Taghi werden de omstandigheden voor de verdediging aangescherpt. ‘We mochten niet meer onze eigen laptop meenemen, zelfs niet voor onze aantekeningen.’ Tegelijkertijd werd zijn kantoor ervan beschuldigd een doorgeefluik voor Ridouan Taghi te zijn, wat later onjuist bleek. Zo kwam de strafpleiter zelf in het verdachtenbankje terecht. ‘Als je steeds bezig bent met jezelf verdedigen, kan je niet meer je energie steken in het verdedigen van je cliënt.’

De grens bereikt

Marengo leidde ook tot visueel toezicht in de Extra Beveiligde Inrichting. ‘Dat is gewoon echt een extreme inbreuk op de vertrouwensrelatie die je hebt met je cliënt.’ Cliënten weten dat een penitentiair inrichtingswerker meekijkt en worden daardoor terughoudender. ‘Je kunt het een verdachte niet kwalijk nemen dat hij camera’s niet vertrouwt. Het gevolg is dat ze mij niet meer alles gaan vertellen, dat is gewoon zo.’ Daarmee wordt het moeilijker om een cliënt effectief bij te staan. Flokstra’s grens is bereikt. ‘Je moet mij vertrouwen en als je mij niet vertrouwt: prima, maar dan kom ik niet. Als je mij wél vertrouwt, laat mij dan gewoon mijn werk doen.’ Deze opeenstapeling van maatregelen zette hem zelfs aan het denken over zijn eigen toekomst. ‘Wil ik dit nog wel?’, vroeg hij zich af.

‘Als Den Haag zo door blijft gaan, dan zullen alle goede advocaten het voor gezien houden.’

Die vraag reikt verder dan zijn eigen praktijk. ‘Als Den Haag zo door blijft gaan, dan zullen alle goede advocaten het voor gezien houden.’ Ervaren advocaten haken af zodra zij hun werk niet meer normaal kunnen uitvoeren. ‘Dan gaan de beunhazen zich melden.’ Zware strafzaken dreigen dan terecht te komen bij advocaten die onvoldoende zijn voorbereid op de druk en complexiteit ervan. Dat raakt niet alleen de verdachte. ‘Een kwalitatief goed proces kan alleen maar bestaan als de rechterlijke macht, het OM, de advocatuur en het gevangeniswezen begrip blijven houden voor elkaars positie.’ En als dat niet zo is? ‘Dan zakt het kaartenhuis in elkaar.’

Vertrouwen moet je verdienen

Juist daarom was Flokstra opgelucht toen Slijters en Van der Horst de verdediging van Ridouan Taghi op zich namen. ‘Als er twee advocaten zijn die zo’n zaak zorgvuldig en integer kunnen doen, dan zijn zij het.’ Tegelijkertijd erkent hij dat het vertrouwen in de advocatuur onder druk staat sinds de zaken rondom Weski en Youssef Taghi. Volgens hem moet de beroepsgroep niet alleen naar de overheid wijzen, maar ook kritisch naar zichzelf kijken. ‘Ik vind dat de advocatuur het vertrouwen zelf ook moet blijven verdienen.’ Vanuit die overtuiging begon hij tijdens het Marengo-proces met de podcast Napleiten. Een bijkomend effect: ook rechters en officieren van justitie schoven aan, waardoor meer begrip ontstond voor elkaars rol. ‘Je kunt niet elkaar de tent uitvechten en denken dat het eerlijk proces gewaarborgd blijft.’

De les van Hamer

Voor jonge advocaten die dromen van de grootste strafzaken grijpt Flokstra terug op een advies dat hij jaren geleden kreeg van Gerard Hamer: ‘Weet wel dat je de eerste zeven jaar geen goede advocaat bent.’ Jonge advocaten moeten de ruimte krijgen om fouten te maken en daarvan te leren onder begeleiding van ervaren collega’s. Problemen ontstaan zelden van de ene op de andere dag. Wat begint als een kleine uitzondering, kan uitgroeien tot een patroon. ‘Probeer echt in het witte gebied te blijven.’

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top