John Mayer bracht onlangs zijn single Tom and Jerry uit. Al bij de eerste maten denk je aan Bruce Springsteens I’m on Fire: zachte synths, sobere gitaar en een drumritme dat doet denken aan de cadans van een oude trein. Ook de verhaallijn en coverfoto voelen als knipogen naar The Boss’ jaren ‘80-hit.
Met het overnemen van zo’n muzikale blauwdruk is in principe weinig mis. Het auteursrecht beschermt geen sfeer of productiestijl, maar de oorspronkelijke uitwerking van een nummer. Pas bij overname van beschermde onderdelen, zoals een melodie of tekstpassage, komt inbreuk in beeld. Mayer erkende eerder op album Sob Rock nostalgische ‘soundscapes’ te gebruiken. Nieuwe nummers zo vertrouwd laten klinken dat je denkt ze al jaren te kennen; zijn eigen ‘Mandela-effect’.
Toch wringt het. Een gerenommeerde artiest landt moeiteloos in de hitlijsten en wordt geprezen om zijn ‘hommage’. Een onbekende artiest die op een klassieker leunt, krijgt eerder kritiek op zijn gebrek aan authenticiteit. Voor dat verschil in uitgangspositie biedt het recht geen antwoord.