De daklozenproblematiek: een dilemma tussen leefbaarheid en mensenrechten

Website format (16)

Eind augustus luidde burgemeester Femke Halsema de noodklok over het toenemende aantal daklozen en de daarmee gepaard gaande overlast. Steden als Amsterdam en Utrecht kampen al jaren met deze problematiek en gemeenten raken het maar niet eens over de geschikte aanpak. Het wel of niet uitdelen van boetes is een van de onderwerpen binnen het debat. Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) riep gemeenten onlangs op te stoppen met het beboeten van dakloze mensen voor overlevingsactiviteiten zoals buitenslapen, wildplassen en bedelen. Tegelijkertijd uiten belanghebbenden zorgen over de gevolgen van het volledig schrappen van bepaalde verbodsbepalingen. Dat er iets moet veranderen, staat vast. Gemeenten staan daarbij echter voor een dilemma.

Onderzoek College voor de Rechten van de Mens

Gemeenten die dak- en thuisloze mensen beboeten voor noodzakelijke overlevingsactiviteiten handelen niet in lijn met mensenrechten. Dat is de conclusie in een recent onderzoek van het College. Volgens het CRM worden daklozen in feite gestraft voor gedrag dat anderen binnenshuis kunnen uitvoeren, een mogelijkheid die zij niet hebben. Ook zouden boetes en de dreiging daarvan mensen belemmeren om een waardig leven op te bouwen. Daarnaast hebben ‘neutrale’ verbodsbepalingen een disproportionele impact op dakloze mensen. Het resultaat is dat het verbieden en beboeten van overlevingsactiviteiten kan leiden tot een inbreuk op verschillende mensenrechten. 

Daarnaast zou het beboeten van daklozen volgens het onderzoek van het CRM geen effect hebben. Professionals uit de praktijk geven aan dat boetes niet leiden tot aantoonbare gedragsverandering. Boetes duwen daklozen alleen maar verder in de schulden. Bovendien kost het uitschrijven, verwerken en invorderen ervan de overheid meer dan het oplevert. Het College pleit daarom voor een meer menswaardige aanpak. Dit omvat onder andere het investeren in laagdrempelige hulpverlening, het zorgen voor voldoende basisvoorzieningen en het actief voorkomen van dakloosheid.

Buitenslapen 

Vooral het verbod op buitenslapen is de laatste tijd onderwerp van discussie. Gemeenten lijken voorstander van een afschaffing; belanghebbenden geven tegengas. In Amsterdam overhandigden bewoners een petitie aan de gemeenteraad waarin werd opgeroepen het verbod op buitenslapen in stand te houden. De politie en handhaving beweren dat zij met het schrappen van het verbod een ‘dwingend instrument’ verliezen om op te treden tegen buitenslapers. Als gevolg daarvan zullen buitenslapers minder vaak worden aangesproken. Daarnaast kunnen hun gegevens niet meer worden geregistreerd, waardoor zij vaker anoniem blijven en doorverwijzing naar passende hulp moeilijker wordt. 

Een andere zorg is dat het schrappen van dit verbod een aantrekkende werking zou kunnen hebben. Daklozen die zich bevinden in steden waar buitenslapen verboden is, zullen mogelijk uitwijken naar steden waar dat wel is toegestaan. Recente cijfers bevestigen dit beeld. In Utrecht worden er al een halfjaar geen boetes meer uitgedeeld voor buitenslapen. Het aantal meldingen van overlast door buitenslapers is sindsdien verdubbeld ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ook in Amsterdam is er een forse toename van het aantal meldingen sinds het stoppen met het handhaven op buitenslapen.

Pingpong-effect

In 2018 oordeelde een rechter in de Verenigde Staten dat het beboeten van buitenslapen onder omstandigheden in strijd is met grondrechten. Deze uitspraak gold voor negen westelijke staten; in het oosten bleef het verbod van kracht. Als reactie hierop trokken veel daklozen naar het westen, waar de straten vol kwamen te staan met tenten en caravans. Door deze overlast ontstond een nieuwe tegenbeweging. Uiteindelijk werd buitenslapen in meer dan 350 Amerikaanse steden opnieuw verboden en waren ze weer terug bij af.

Als de keuze uiteindelijk valt op het schrappen van verbodsbepalingen, is het belangrijk te waken voor een mogelijke aantrekkende werking. Gebeurt dat niet, dan dreigt de overlast toe te nemen, waarna een tegenbeweging ontstaat die opnieuw tot strengere handhaving zal leiden. Boetes zijn dus vooralsnog belangrijk voor de leefbaarheid in de stad. Daarentegen lijkt het opheffen van verbodsbepalingen, gelet op de mensenrechtelijke belangen, onvermijdelijk. Het is aan de gemeenten om de gulden middenweg te vinden tussen het tegengaan van een verdere verloedering van de stad en het waarborgen van mensenrechten.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top