Een advocaat die een pleidooi houdt en daarbij rechterlijke uitspraken aanhaalt, wekt vertrouwen. Maar wat als die uitspraken niet bestaan? In Nederland zijn recent gevallen bekend geworden waarin advocaten zich baseerden op door Artificiële Intelligentie (AI) gegenereerde, maar verzonnen jurisprudentie. Rechters reageerden scherp en kwalificeerden dit als verwijtbaar. AI lijkt op het eerste oog een efficiënt hulpmiddel, maar creëert een fundamentele vraag: mag je ChatGPT gebruiken in de rechtszaal? De opkomst van AI in de juridische praktijk confronteert het recht met een nieuwe realiteit, waarin snelheid en gemak botsen met zorgvuldigheid en betrouwbaarheid.
AI als hulpmiddel
Het gebruik van AI binnen de advocatuur neemt snel toe. Systemen zoals ChatGPT kunnen helpen bij het structureren van argumenten, het samenvatten van dossiers en het versnellen van juridisch onderzoek. In een praktijk waar tijdsdruk en efficiëntie een grote rol spelen, is dat aantrekkelijk. Voor veel juristen kan AI een laagdrempelig hulpmiddel vormen om complexe informatie toegankelijker te maken en sneller tot de kern van een zaak te komen. Tegelijkertijd schuilt er een risico in het gebruik van deze technologie. AI-systemen genereren overtuigend geformuleerde teksten, maar controleren niet of de inhoud klopt. Het gevolg is dat niet-bestaande uitspraken of juridische redeneringen als waarheid worden gepresenteerd. Wanneer een advocaat deze informatie zonder controle gebruikt, kan dit directe gevolgen hebben voor de uitkomst van een zaak en de positie van de cliënt.
Professionele verantwoordelijkheid
Het gebruik van AI verandert niets aan de kernverantwoordelijkheid van de advocaat. Van een advocaat wordt verwacht dat hij zorgvuldig handelt en zijn bronnen controleert. Deze professionele standaard blijft gelden, ongeacht de middelen die worden gebruikt. Dat volgt ook uit de kernwaarden van de advocatuur, waarin deskundigheid en integriteit centraal staan. Het gebruik van AI hoeft dus op zichzelf niet problematisch te zijn. Dit hulpmiddel wordt echter gevaarlijk wanneer professionals er blind op gaan vertrouwen. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van een pleidooi ligt bij de advocaat, niet bij het algoritme. Wanneer onjuiste informatie wordt gebruikt voor een procedure, kan dit leiden tot tuchtrechtelijke gevolgen.Het gebruik van AI vormt daarmee geen excuus, maar juist een extra reden om kritisch te blijven, zoals bleek in de zaak Mata v. Avianca (2023), waarin een advocaat door ChatGPT gegenereerde uitspraken gebruikte die niet bleken te bestaan en daarvoor werd gesanctioneerd.
Eerlijk proces onder druk
Naast de positie en verantwoordelijkheden van de advocaat raakt het gebruik van AI ook aan het recht op een eerlijk proces. Rechters moeten beslissingen baseren op correcte en verifieerbare informatie. Wanneer een procedure wordt gevoed met verzonnen jurisprudentie, komt de betrouwbaarheid van het proces onder druk te staan. Dit raakt aan fundamentele beginselen van het procesrecht, zoals de plicht tot waarheidsvinding. Het risico is dat de rechtszaal verschuift van een plek waar feiten centraal staan naar een omgeving die door onjuiste informatie wordt beïnvloed.
Efficiëntie versus betrouwbaarheid
De opkomst van AI dwingt de juridische praktijk tot een nieuwe afweging. Enerzijds biedt technologie kansen om efficiënter te werken en complexe informatie sneller te verwerken. Anderzijds brengt het gebruik van AI risico’s met zich mee die niet volledig worden ondervangen door bestaande regels. De kwestie die zich nu voordoet is hoe AI een daadwerkelijke ondersteuning kan vormen in de rechtszaal. Zolang advocaten zich bewust blijven van de beperkingen van AI en hun professionele verantwoordelijkheid serieus nemen, kan technologie een waardevol hulpmiddel zijn. Wanneer die kritische houding ontbreekt, kan dezelfde technologie het vertrouwen in de rechtsstaat ondermijnen. Het gebruik van AI in de rechtszaal is geen toekomstmuziek meer, maar realiteit. De recente incidenten laten zien dat de grens niet ligt bij het gebruik van technologie zelf, maar bij de manier waarop daarmee wordt omgegaan. De verantwoordelijkheid blijft bij de jurist. AI kan ondersteunen, maar niet vervangen. De vraag is niet of ChatGPT gebruikt mag worden, maar of juristen kritisch blijven op wat zij zelf aanvoeren.


