Ondanks zware veroordelingen in Nederland en België is Jos Leijdekkers nog altijd voortvluchtig. De rechtbank Rotterdam veroordeelde hem tot 24 jaar cel voor grootschalige cocaïnesmokkel en geweld. Politie en justitie zijn ervan overtuigd dat hij in Sierra Leone verblijft. Nederland vroeg het land daarom in februari 2025 al om uitlevering, maar ruim anderhalf jaar later is nog weinig vooruitgang geboekt. Afgelopen maand voerde minister van Justitie David van Weel de publieke druk op via de Sierra Leoonse televisie. Nederland had de EU toen al verzocht om ontwikkelingssamenwerking met Sierra Leone stop te zetten. Als ook dat weinig oplevert, hoe ver mag Nederland juridisch dan nog gaan om Leijdekkers terug te halen?
Uitlevering: makkelijker gezegd dan gedaan
Dat uitlevering nog niet is gelukt, betekent niet dat een juridische basis ontbreekt. De Sierra Leoonse Extradition Act 1974 rekent overtredingen van drugswetgeving tot de uitleveringsfeiten. Het knelpunt zit ergens anders: de wet geldt enkel binnen bestaande verdragen en afspraken. Een bilateraal uitleveringsverdrag tussen betreffende landen ontbreekt. Wel zijn beide partij bij het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (UNTOC). Artikel 16 regelt de samenwerking bij uitlevering voor feiten die onder het verdrag vallen. Lid 4 bepaalt dat een staat die een verdragsbasis voor uitlevering verlangt, UNTOC onder voorwaarden als grondslag mag hanteren.
Zodra het Nederlandse verzoek Sierra Leone bereikt, beoordeelt advocaat-generaal Alpha Sesay, tevens minister van Justitie, het dossier. Wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, kan hij een aanhoudingsbevel afgeven, waarna een rechter de uitlevering toetst. Uitlevering kan worden geweigerd indien Sesay acht dat de openbare orde, veiligheid of fundamentele rechten in het geding komen. In april 2025 gaf Sesay aan dat zijn ministerie het dossier had bestudeerd, maar het politieonderzoek nog afwachtte. Volgens Van Weel was dat onderzoek in mei 2026 afgerond. Toch is tot op heden nog geen rechterlijke procedure gestart.
Special forces op zee: filmscenario of juridisch haalbaar?
Misdaadjournalist John van den Heuvel kwam met een spectaculairder scenario. Nederlandse speciale eenheden zouden een operatie hebben voorbereid om Leijdekkers op zee aan te houden zodra hij Sierra Leone per boot zou verlaten. Inlichtingendiensten zouden hebben achterhaald dat hij frequent over zee naar Liberia zou reizen, vermoedelijk voor cocaïnehandel. Daarvoor zou een buitenlands particulier schip als uitvalsbasis zijn geregeld. Volgens De Telegraaf werd de actie tweemaal op het laatste moment afgeblazen. Het kabinet en het Openbaar Ministerie hebben het verhaal nooit bevestigd.
Stel dat eenheden hem daadwerkelijk willen onderscheppen, dan bepaalt het VN-Zeerechtverdrag welke staat bevoegdheden mag uitoefenen. Op internationale wateren heeft Nederland geen vrij spel om een buitenlands schip te betreden enkel vanwege Leijdekkers’ aanwezigheid. In beginsel valt een schip onder de rechtsmacht van de staat waarvan het de vlag voert. Enkel wanneer de vlaggenstaat instemt of het schip staatloos is, zou betreding in principe wel mogelijk worden. Artikel 17 van het VN-Drugsverdrag staat optreden toe wanneer redelijk vermoeden bestaat dat het vaartuig betrokken is bij drugshandel. Zonder inzicht in de vlag waaronder het schip vaart en gemaakte afspraken valt over zo’n vermeende afgeblazen operatie geen definitief oordeel te vellen.
De geldkraan dicht?
Nederland zoekt de oplossing daarom in politieke druk. Van Weel zocht steun bij Ghana en Liberia en drong binnen de EU aan op het opschorten van ontwikkelingshulp. Voor 2021–2027 heeft Brussel €352 miljoen voor Sierra Leone begroot. Op 17 september nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin Leijdekkers expliciet wordt genoemd en wordt aangedrongen op justitiële samenwerking. Die resolutie bevriest steun niet automatisch; daarvoor moet de Europese Commissie eerst formeel besluit nemen, in overleg met de lidstaten via het NDICI-comité. Zware politieke druk levert juridisch niet de grootste hobbel op. Nederland kan veel bereiken met diplomatie en financiële druk. Bij een eigen aanhoudingsoperatie worden de juridische voorwaarden beslissend. Dan is toestemming van de bevoegde staat in eerste instantie vereist. De ogenschijnlijk snelste route, Leijdekkers zelf terughalen, is juridisch het moeilijkst houdbaar. De omweg via andere staten is daarom geen diplomatieke voorzichtigheid, maar misschien wat het recht verlangt.


