De Waddenzee is een bijzonder natuurgebied. Sinds 2009 staat zij op de UNESCO-Werelderfgoedlijst en is zij beschermd als Natura 2000-gebied. Juridische bescherming ontbreekt dus niet. Toch wordt de Waddenzee vooral behandeld als object: beschermd, beheerd en gebruikt, zonder eigen stem. Wat zou veranderen als de Waddenzee niet alleen beschermd gebied was, maar een rechtssubject met eigen rechten? Het idee dat natuur rechtspersoonlijkheid krijgt klinkt misschien activistisch. Vanuit het ondernemingsrecht is het echter minder vreemd dan het op het eerste gezicht lijkt.
De fictie van de rechtspersoon
Artikel 2:5 BW bepaalt dat een rechtspersoon met een natuurlijk persoon wordt gelijkgesteld. Het recht kan dus ook iets wat géén mens is behandelen als zelfstandige drager van rechten en plichten. Een NV, BV, vereniging of stichting kan een eigen vermogen hebben, naar de rechter stappen en contracten sluiten. Dat gebeurt zonder lichaam of bewustzijn. Een rechtspersoon is dus geen mens van vlees en bloed, maar een juridische constructie. Geld kan worden samengebracht, risico’s beperkt en een duidelijke structuur voor bestuur en toezicht gecreëerd. Twee elementen zijn daarbij essentieel: mensen die namens de organisatie optreden, en een eigen, afgescheiden vermogen. Rechtspersoonlijkheid is een juridische keuze om een “partij” rechten en plichten toe te kennen. Als rechtspersoonlijkheid een juridische keuze is, kan die in principe ook aan natuur worden toegekend.
Internationale experimenten
Sinds 2008 bevat de grondwet van Ecuador rechten van de natuur, zoals het recht om te bestaan en te herstellen. Burgers kunnen die rechten bij de rechter afdwingen. In Nieuw-Zeeland kreeg de Whanganui-rivier in 2017 rechtspersoonlijkheid via een speciale wet. De rivier wordt aangemerkt als een levend en ondeelbaar geheel, vertegenwoordigd door twee personen: één namens de Māori-gemeenschap en één namens de staat. Christopher Stone pleitte al in 1972 voor juridische rechten voor natuur in zijn artikel: Should Trees Have Standing?
Betekenis voor de Waddenzee
Zoals een bedrijf bestuurders heeft, heeft een natuurrechtspersoon vertegenwoordigers nodig die namens het gebied optreden. De wetgever kan bepalen wie dat zijn en welke taken zij hebben. In Nieuw-Zeeland gebeurt dat bijvoorbeeld bij de Whanganui-rivier, waar twee vertegenwoordigers namens de rivier optreden. Voor de Waddenzee is een vergelijkbare constructie denkbaar. Vertegenwoordigers zouden toezicht kunnen houden op het ecosysteem en partijen aanspreken die schade veroorzaken. Rechtspersoonlijkheid kan daarnaast ook een eigen, afgescheiden vermogen creëren. Schadevergoedingen zouden dan aan de Waddenzee toekomen en worden gebruikt voor herstel van het ecosysteem, vergelijkbaar met het doelgebonden vermogen van een stichting.
Rechtspersoonlijkheid betekent daarbij niet automatisch dat een rechtspersoon dezelfde plichten heeft als een onderneming. Welke verplichtingen bestaan, hangt af van hoe de wetgever de rechtspersoon vormgeeft. In een model voor de Waddenzee zouden verplichtingen daarom waarschijnlijk vooral bij de vertegenwoordigers of het bestuur liggen, bijvoorbeeld in de vorm van een verantwoordingsplicht over hun taak om het natuurgebied te beschermen en schade te voorkomen. Een vergelijkbaar principe zien we bij gemeenten. Ook een gemeente is een rechtspersoon, maar zij is niet automatisch verantwoordelijk voor alles wat binnen haar grondgebied gebeurt. Alleen wanneer de wet een bepaalde verantwoordelijkheid toekent, kan zij daarvoor aansprakelijk zijn. De vraag is daarom minder óf het recht een natuurgebied als rechtspersoon kan vormgeven, maar vooral waarom en met welk doel we dat zouden willen doen.
Instrument of erkenning?
In het ondernemingsrecht is rechtspersoonlijkheid vooral een praktisch middel om geld te bundelen en risico’s te verdelen. Het is een juridische techniek om bedrijven te laten functioneren. Bij rechtspersoonlijkheid voor de natuur draait het eerder om erkenning. Het idee is dat een natuurgebied waarde op zichzelf heeft, los van economisch nut. De echte vraag is daarom niet of de Waddenzee juridisch een rechtspersoon kan zijn. Het recht is flexibel genoeg om dat mogelijk te maken. De diepere vraag is waarom wij zonder moeite rechtspersoonlijkheid geven aan bedrijven en kapitaal, maar twijfelen als het gaat om een belangrijk natuurgebied. Dat verschil zegt misschien minder over de zee zelf en meer over hoe wij bepalen wat het recht als “persoon” wil erkennen.


