Van de politie, naar Defensie, via het Openbaar Ministerie naar het bedrijfsleven. De carrière van Pieter de Jonge is allesbehalve orthodox. Zijn vroege kennismaking met ‘de rauwe wereld’ binnen de politie en de militaire sector vormde zijn blik op het recht en gaf hem een scherpte die de collegezalen zelden konden bieden. Ondanks zijn intensieve functies bewaakt de Jonge het evenwicht in zijn leven secuur. Wij spraken met hem over zijn professionele verleden en heden, het belang van praktische ervaring en de navigatie binnen de rat race.
Praktijk boven papieren
Het carrièrepad van De Jonge startte in 1999 aan de politieacademie, waar hij werd opgeleid tot politieofficier. De opleiding bood een breed scala van vakken aan, gecombineerd met een wisselende praktijkstage binnen de eenheid. De Jonge zat daardoor al vroeg dicht op de operationele werkelijkheid. Daarna volgden beleidsmatige en leidinggevende functies. Toch ontstond er spanning tussen De Jonges verwachtingen en de werkelijkheid van een carrière binnen de politie. Als student wilde hij dicht op de praktijk staan en tastbaar bijdragen aan de veiligheid. Dit wrong echter met organisatorische kaders, waarin van een politie-officier ook een beleidsmatige bijdrage werd verwacht. Mede hierom verliet Pieter in 2009 de politie.
“Ik kwam weleens op maandag terug uit Afghanistan en dan zat ik op dinsdag weer in de collegebank.”
Parallel aan zijn traject bij de politie volgde De Jonge een bachelor Rechtsgeleerdheid. Zijn inherente nieuwsgierigheid bracht hem na zijn master bij een aantal vakken over het militair recht, zij het niet geheel willekeurig. Na zijn vertrek bij de politie combineerde hij zijn studie namelijk met een functie bij de marechaussee als persoonsbeveiliger in hoge-risico gebieden. “Ik kwam weleens op maandag terug uit Afghanistan en dan zat ik op dinsdag weer in de collegebank.” In die colleges merkte hij op hoe groot de afstand was tussen het universitaire bureau en zijn ervaring met de praktijk. De Jonge en zijn studiegenoten kregen een casus voorgelegd: Een Amerikaanse militair op missie doorzoekt een huis op gevaar, wanneer hij een gewonde vijand vindt. De militair schiet de man dood. Moet zijn handelen worden onderzocht?
“Die werelden kwamen op die dag een beetje bij elkaar”.
“Dat kan je toch niet maken!”, stelden zijn studiegenoten over de handelingen van de militair. Vanuit zijn ervaring weet De Jonge dat dit de praktijk tekort doet. In conflictgebieden kan hulpverlening namelijk risico’s meebrengen die voor buitenstaanders niet direct evident zijn. Om die kenniskloof zichtbaar te maken, nam De Jonge zijn medestudenten mee naar zijn eenheid. In een gecontroleerde oefensetting werd druk toegevoegd, zodat zij konden ervaren hoe stress besluitvorming beïnvloedt. Dezelfde opdracht ging studenten beduidend minder goed af, toen een collega vanaf de zijlijn de spanning hoorbaar opvoerde. De oefening liet zien hoe juridische beoordeling niet los kan worden gezien van context, dreigingsbeeld, informatiepositie en tijdsdruk. “Die werelden kwamen op die dag een beetje bij elkaar.”
Van overheid naar bedrijf
Na een paar jaar als jurist bij het MIVD te werken, ging De Jonge in 2017 aan de slag als officier van justitie. Ook daar kwam zijn praktische achtergrond hem goed van pas. De Jonge vertelt over een zaak waarin een groep jongens gasvuurwapens hadden omgebouwd naar werkende vuurwapens. In een slaapkamer van de één van de jongens waren gaten aangetroffen die de politie omschreef als ‘lijkend op kogelgaten’. De verdediging betwistte dat het ging om daadwerkelijk gevaarlijke vuurwapens en eiste nader onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut. Door zijn jarenlange ervaring binnen de politie en defensie had De Jonge talloze uren op de schietbaan gestaan. “Als je dat vaak hebt gedaan, herken je een kogelgat.” De Jonge zag meteen dat het hier wel degelijk ging om een gevaarlijk vuurwapen. Hij bood de advocaten aan om samen naar het oefenterrein te gaan, maar daar werd nooit op ingegaan.
“De context is anders, maar de basis blijft vergelijkbaar.”
De Jonge spreekt met veel waardering over het vak van een officier van justitie. Hij vindt het zelfs “in potentie het mooiste beroep van de wereld”, maar hij ziet hoe de praktijk wordt belast met administratieve taken en procedures. Uiteindelijk ruilde hij de overheidssector in voor het bedrijfsleven. Sinds 2024 bekleedt De Jonge zijn huidige positie als Head of Investigations bij Philips. In die rol bekommert hij zich om de veiligheids- en integriteitskwesties binnen het bedrijf. Zijn eerdere ervaring is hij desondanks niet vergeten. “De context is anders, maar de basis blijft vergelijkbaar.” Ook in zijn huidige baan moet hij feiten vaststellen, scenario’s toetsen en zorgvuldig tot een oordeel komen.
Het verhaal van de alchemistenolie
Hoewel zijn loopbaan zich kenmerkt door een hoge mate van verantwoordelijkheid, weet De Jonge hier altijd goed mee om te gaan. Dit doet hij door zijn energie en scherpte goed te bewaken. Zo helpen yoga en sport hem om die rust vast te houden. “Wij moeten voorkomen dat wij onrust in ons systeem incorporeren.” Zijn advies aan studenten sluit daarbij aan. Hij verwijst naar het verhaal over de alchemistenolie door Paulo Coelho. De essentie van het verhaal: het doel doet ertoe, maar de weg ernaartoe net zo goed. De Jonge dacht nooit meer weg te gaan bij de politie, maar zijn leven liep anders. Daarom moedigt hij studenten aan om niet alleen vooruit te plannen, maar ook ervaring op te doen buiten de gebaande paden. “Ga eerst leven, ga met je poten in de modder staan.”


