Arbeidsrechtadvocaat Saar van Waegeningh: ‘Het is een voortdurend schaakspel’

Website format -2

Saar van Waegeningh is partner en mede-oprichter van BINGH Advocaten in Amsterdam en is al bijna dertig jaar werkzaam in het arbeidsrecht. De laatste jaren ziet zij het aantal integriteitsonderzoeken bij hogere functionarissen sterk toenemen, een werkgebied waar volgens haar veel misgaat. Waar de focus steeds meer ligt op een veilige werksfeer in zijn algemeenheid, kan de beschuldigde snel alleen komen te staan. Wij spraken de advocaat op haar kantoor over haar missie, AI in de advocatuur en wat een goede advocaat onmisbaar maakt.

‘Een schot in de roos’

Van Waegeningh begon haar carrière in Leiden, waar zij zowel straf- als civielrecht studeerde. ‘Eigenlijk wilde ik rechter worden.’ Het lange sollicitatietraject dat daarmee gepaard ging zag Van Waegeningh niet zitten. Ook over de advocatuur had ze haar twijfels: ‘Ik dacht dat ik meer iemand van wikken en wegen was. De partijdigheid leek me lastig.’ Achteraf bleek juist die partijdigheid het leukste aan het vak. Zij koos bewust voor het kantoor van de landsadvocaat in Den Haag, waar ze bijna tien jaar werkte. Toch was Van Waegeningh nieuwsgierig naar de advocatuur in Amsterdam en hoe het is om zelf een kantoor te hebben.

‘Het gaat altijd om mensen’

In 2009 startte Van Waegeningh samen met Lars Bakers BINGH Advocaten. ‘We waren toen maar met vijf advocaten, het kantoor voelde als een soort paleis.’ Inmiddels zijn er zestien advocaten werkzaam. Haar carrière begon op de arbeidsrecht-sectie van Pels Rijcken. Voor Van Waegeningh een onbekend terrein, maar het bleek meteen een schot in de roos. ‘Het is heel divers, en het gaat altijd om mensen.’ Vooral de maatschappelijke relevantie spreekt haar aan. Zij noemt onder andere de ontwikkelingen in het ontslagrecht, concurrentiebedingen, en ZZP-discussies.

De fuik van het integriteitsonderzoek

Bij de praktijk van Van Waegeningh lopen steeds meer zaken die zien op integriteitskwesties bij hogere functionarissen in de (semi-)publieke sector. Waar dergelijke meldingen eerder veelal in de MeToo-sfeer lagen, draait het nu vaker om minder concrete beschuldigingen, zoals onveilig leidinggeven. ‘Toezichthouders schieten in de kramp en grijpen al snel naar extern onderzoek’, aldus Van Waegeningh. Zij trekt de vergelijking met het strafrecht, waar strenge bewijsregels gelden. In een integriteitsonderzoek ontbreken die waarborgen. Een melding hoeft niet op dezelfde manier hard gemaakt te worden, terwijl de beschuldigde nauwelijks rechtsbescherming krijgt. Het gevolg is vaak dat de onderlinge verhoudingen al onherstelbaar beschadigd zijn voordat er wangedrag is vastgesteld. Ook de media speelt hierin een rol, ziet Van Waegeningh. ‘In plaats van grondig uit te zoeken hoe iets precies zit, overheerst vaak de stemmingmakerij.’ Dit zet de positie van de beschuldigde verder onder druk. ‘Mensen zien hoe ze een fuik inzwemmen, en hun ondergang tegemoet gaan.’

‘Het is een soort schaakspel’

Dit soort zaken vragen om er voortdurend bovenop te zitten, strategisch te schakelen en aan de voorkant te bevragen waarom een onderzoek nodig is. ‘Het is een soort schaakspel.’ Volgens Van Waegeningh moet één vraag veel eerder op tafel komen: ‘Wat is hier de adequate interventie?’ Niet elke melding laat zich onderzoeken. Iets aantoonbaars, zoals een ongewenste aanraking tijdens een vergadering, wel. Een klacht als ‘ik vond de manier waarop hij naar me keek intimiderend’, niet.‘Dan kun je er eindeloos een onderzoeksbureau op zetten, maar er komt niets uit.’ In zulke gevallen levert een eerste stap in de vorm van coaching of mediation meer op. Dat is haar missie: ‘Blijf met elkaar in gesprek, en grijp niet meteen naar het zwaarste middel.’ De advocaat ziet een wettelijk verplichte tussenstap als oplossing, zodat een extern onderzoek niet langer de eerste reflex is.

Taal blijft je instrument

Haar vak blijft volop in beweging. Zo ontstonden er steeds meer geschillen over thuiswerken toen werknemers dit door Covid-19 zijn gaan zien als een verworven recht, maar werkgevers na Covid juist wilden terugschalen. Een thema dat haar eigen werk juist meer beïnvloedt, is de opkomst van AI. Het gebruik ervan heeft de afgelopen jaren een enorme toevlucht genomen en dat ziet Van Waegeningh ook terug bij haar cliënten. De technologie levert veel op, maar lang niet altijd iets dat to the point is. Een generatieverschil valt haar op: jongere advocaten omarmen AI eerder en pragmatischer, terwijl oudere advocaten gewend zijn de stof eerst zelf te doorgronden. AI kan een groot deel van het bulkwerk overnemen. Een standaard huurovereenkomst of een simpel arbeidscontract opstellen, dat lukt prima. Vooral advocaten die van alles een beetje doen, ziet zij daardoor als kwetsbaar: dat soort werk laat zich steeds meer automatiseren.

‘AI fungeert als taalmodel, maar niet als creatief denker’

Bij de strateeg ligt dat anders. Welke feiten en argumenten men naar voren haalt en welke juist achterwege worden gelaten, dat blijft volgens haar het menselijke deel van de advocatuur. ‘AI fungeert als taalmodel, en niet als creatief denker.’ Wel blijft taal volgens haar het belangrijkste instrument van de jurist: daarmee overtuig je. Wie advocaat wil worden, doet er volgens haar goed aan zich breed te ontwikkelen. Een stage in de advocatuur kan zinvol zijn. Maar loop niet eindeloos stage bij Zuidas-kantoren, adviseert zij. ‘Andere ervaringen zoals schrijven voor een platform of vrijwilligerswerk zeggen op een cv vaak meer over je persoonlijke ontwikkeling.’ Wat het vak voor haar levend houdt, is de onvoorspelbaarheid. Juist dat bevalt haar. ‘Ik vind nog steeds dingen lastig en dat is eigenlijk heel goed, want zo blijf je nieuwe dingen leren. Elke dag opnieuw.’

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top