Het bestaan. Wat betekent het nou eigenlijk? In de filosofie is dat een diep en soms ongrijpbaar vraagstuk. In het recht daarentegen is bestaan opmerkelijk concreet: je bestaat als je bent geregistreerd bij een staat. Een geboorteakte en een paspoort, dat zijn de documenten die jouw bestaan “valideren”; je juridische identiteit. Ook zijn er mensen die weliswaar wel een juridische identiteit hebben, maar alsnog staatloos zijn, en het dus aan nationaliteit ontbreekt. Dit alles klinkt wellicht als een formaliteit, maar het ontbreken van een dergelijk document heeft zeer wezenlijke gevolgen in de wereld van vlees en bloed. Niet alleen psychologisch, maar vooral ook in praktische zin. Wie juridisch niet bestaat, heeft geen toegang tot zorg, onderwijs, werk of rechtsbescherming. Het wordt bijna onmogelijk te reizen, studeren of om een bankrekening te openen. Een wezenlijk probleem dus, hoe pakken we dit aan?
De onzichtbaren
Wereldwijd zijn volgens de UNHCR ten minste 4,4 miljoen mensen officieel erkend als staatloos. Ook zijn er ongeregistreerde staatslozen die daardoor buiten statistiek en beleid vallen. Dit waren er volgens de Wereldbank naar schatting in 2021 nog meer dan 850 miljoen. Staatloosheid treft mensen van uiteenlopende achtergronden zoals kinderen geboren in migratie en slachtoffers van mensenhandel of millieuschade. Ook individuen in situaties na oorlog en in postkoloniale gebieden vallen ten prooi. Filosoof Hannah Arendt sprak over ‘het recht om rechten te hebben’. Zo bezien is staatloosheid een soort ontmenselijking: je valt buiten de categorie waarin het recht werkt. Bij het bekijken wie gemarginaliseerd worden in de wereld is het hieromtrent dus niet alleen een kwestie van kijken of iedereen aan de tafel gehoord wordt, maar ook om te kijken wie er überhaupt aan de tafel zitten, en vooral ook wie niet.
Van onerkend naar erkend uitgesloten?
Op het internationaalrechtelijke schaakbord zijn meerdere stukken in het spel als het gaat om staatloosheid en juridische identiteit. Nederland is partij bij diverse verdragen die het recht op een nationaliteit erkennen en bescherming van staatlozen vereisen. Artikel 15 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens stelt dat ieder mens recht heeft op een nationaliteit en daar niet willekeurig van mag worden beroofd. Het Verdrag van 1954 betreffende de status van staatlozen verplicht staten om erkende staatlozen basisrechten te garanderen, zoals toegang tot onderwijs, werk en rechtsbescherming. Het Verdrag van 1961 gaat verder en verplicht staten om staatloosheid actief te voorkomen, onder meer door kinderen die anders zonder nationaliteit zouden zijn automatisch het staatsburgerschap toe te kennen. Daarnaast bevat het bredere kader van de Sustainable Development Goals (SDG’s) een relevante doelstelling. De VN streeft in SDG 16.9 naar een juridische identiteit voor iedereen, inclusief universele geboorteregistratie.
Onder druk van maatschappelijke organisaties en veroordelingen van het VN Mensenrechtencomité omtrent staatloosheid, voerde Nederland op 1 oktober 2023 de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid (VPS) in. Die maakt het mogelijk om via de rechter de staatloosheid van een persoon officieel vast te stellen, waarna deze als zodanig wordt geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Een belangrijke stap, maar deze erkenning van staatloosheid leidt niet automatisch tot een verblijfsvergunning. Erkende staatlozen kunnen daardoor nog steeds geen aanspraak maken op sociale voorzieningen, werk of huisvesting. Ook is de procedure niet toegankelijk voor mensen met een lopende asielprocedure, wat uitsluiting in de praktijk in stand houdt.
Papieren vooruitgang
Het is dus van belang om staatlozen een plek te geven in het maatschappelijk debat en hun bestaan serieus te erkennen. Bewustwording is een noodzakelijke eerste stap richting verandering. De VPS neemt die stap duidelijk serieus. Toch is het belangrijk te beseffen dat alleen bewustwording en erkenning niet automatisch leiden tot daadwerkelijke verbetering. Het probleem wordt steeds beter gezien en benoemd, maar hoe groot is de praktische verandering sinds de invoering van de wet werkelijk? Zolang erkenning niet gepaard gaat met meer bescherming, blijft het risico bestaan dat het slechts bij papieren vooruitgang blijft, in plaats van dat deze daadwerkelijk doorwerkt in het concrete bestaan van deze mensen.