Een minister uit de oppositie, hoe zit dat ook alweer?

b copy 3

Het is een onderwerp dat Nederland de afgelopen en aankomende weken in zijn greep houdt: de coronacrisis. Een crisis die zo ongeveer iedere sector raakt. Waar de een zonder werk thuis zit, is er bij de ander werk te veel. In Den Haag draait kabinet Rutte-III overuren en wordt zo in het laatste jaar voor de verkiezingen flink op de proef gesteld. De bijna wekelijkse persconferenties met vergaande maatregelen vergen veel van de bewindspersonen. Hoogst begrijpelijk dat Bruno Bruins, de voormalige minister voor Medische Zorg, oververmoeid zijn werkzaamheden moest beëindigen. Maar dat zijn opvolger – Martin van Rijn – lid is van de PvdA en dus onderdeel van de oppositie, druist toch in tegen hetgeen menig rechtenstudent geleerd heeft bij het vak Staatsrecht? Tijd voor een spoedcursus politiek in noodsituaties.

Alle hens aan dek

Het is al drie keer gebeurd in het huidige kabinet: een bewindspersoon die zijn ontslag indient. Wat maakt dit ontslag dan zo bijzonder? Vlak na de verkiezingen begint de kabinetsformatie, waarin de partij met procentueel gezien de meeste stemmen het voortouw neemt. Wanneer er overeenstemming is bereikt tussen partijen die samen een meerderheid in de Tweede Kamer zullen vertegenwoordigen, vormen zij een regeerakkoord. Dit is de coalitie. Partijen die buiten dit regeerakkoord vallen, vormen de oppositie. Binnen de coalitie wordt vervolgens door een formateur, meestal de toekomstige minister-president, gezocht naar ministers en staatssecretarissen. Die ministers en staatssecretarissen vormen na hun benoeming bij Koninklijk Besluit het kabinet. Er is nergens in de Grondwet opgenomen dat kabinetsleden uit een coalitiepartij moeten voortkomen, maar dat is absoluut een ongeschreven regel. Het is zelfs sinds 1945 niet meer voorgekomen dat er een minister van een oppositiepartij benoemd werd. Het is dus wel duidelijk dat het even alle hens aan dek is op het Binnenhof. 

Partijkleur onbelangrijk

In de persconferentie die Van Rijn’s benoeming ‘op persoonlijke titel’ aankondigde werden logischerwijs vragen gesteld omtrent deze bijzondere keuze. Minister-president Rutte reageerde veelzeggend dat de crisis momenteel zo groot is, dat partijkleur even niet uitmaakt. Van Rijn is tijdelijk aangesteld en zal nauw samenwerken met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jong, die ook de ‘corona portefeuille’ op zich neemt. Van Rijn neemt de overige taken rondom welzijn en medische zorg op zich. De nieuwe minister was in het kabinet Rutte-II staatssecretaris van Volksgezondheid. Hij kent het ministerie dus goed en was daarom de geschikte kandidaat. Inwerken is daardoor niet nodig. Dat komt goed uit, want volgens Rutte is daar in deze crisis ook geen tijd voor. Op dit moment verkeren we ons in de zwaarste fase van de strijd, aldus de minister-president. 

Alles is bijzaak

Het zal niet de enige hoogst uitzonderlijke maatregel zijn die ons na de coronacrisis bij blijft. Het zijn interessante dagen, niet alleen voor staatsjuristen. Meerdere gewoontes, al dan niet grondwettelijk verworven, zijn deze weken ineens subject van onzekerheid. Rechtszaken die geen doorgang kunnen vinden, mits ze hoge urgentie hebben en dan zonder publiek. Alles lijkt op dit moment bijzaak. In tijden van crisis is het goed om te weten dat er iemand ongeacht principes, politieke voorkeuren of persoonlijke idealen opstaat om leiding te geven aan het ministerie dat het epicentrum van de bestrijding van de crisis vormt. 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top