Detmer Beukenhorst, voormalig vicepresident van de Hoge Raad: “Eigenlijk is het kunst.”

Detmer Beukenhorst

Detmer Beukenhorst (75) is voormalig vicepresident van de Hoge Raad. In zijn mooie bovenwoning in Amsterdam vertelt hij over zijn ervaringen als rechter en raadsheer. Waar hij in de eerste plaats stiekem een beetje baalde van de vraag of hij een van de hoogste rechters van Nederland wilde worden, kijkt hij nu tevreden terug op zijn beslissing om tot de Hoge Raad toe te treden. Hij stelt bescheiden dat hij omringd werd door zeer gekwalificeerde mensen met gezaghebbende stemmen. De Hoge Raad is volgens Beukenhorst een bijzonder rechtscollege. Dit gesprek geeft een pretentieloze kijk op de werking van een van de hoogste machten van ons land.

Een ‘gewoon’ goede rechter

Wanneer wij Beukenhorst vragen hoe je in de Hoge Raad terecht komt is het verrassende antwoord: ´reputatie.´ ‘‘Wanneer je in een college zit dat interessante zaken doet, zoals het gerechtshof Amsterdam doet, valt het oog van de leden van de Hoge Raad op een uitspraak waar jij aan hebt meegewerkt.” Over de selectie van de Hoge Raad is verder niet veel bekend. Beukenhorst merkt wel een lichte tweedeling op: Er is een deel ‘gewoon’ goede rechters en een deel gespecialiseerde rechters die veel weten over een bepaald onderwerp.’’ De Hoge Raad is op zoek naar een mengeling van die twee. Zelf schaart hij zich onder de eerste categorie.

In eerste instantie baalde ik zelfs een beetje!”

De aanstelling als raadsheer van de Hoge Raad verloopt heel normaal. Beukenhorst vertelt dat hij iemand kent die in de Albert Heijn was toen hij werd gebeld met de vraag of hij interesse had in toetreding tot de Hoge Raad. Zelf was hij thuis toen hij de vraag kreeg.In eerste instantie baalde ik zelfs een beetje!” vertelt hij glimlachend. “Het is natuurlijk een moeilijke keuze.” Het gaat om de keuze tussen het opgeven van prachtig werk in een feitelijke instantie en het super interessante werk in ons hoogste rechtscollege. Tijdens zittingen van de Hoge Raad zie je slechts, bij hoge uitzondering, nog gewone mensen. Je doet daar ook bijna nooit zittingen. Ik heb altijd plezier beleefd aan het werken met mensen, bijvoorbeeld tijdens mijn werkzaamheden als politierechter.”

Ruimte voor idealisme

In zijn functie van rechter kreeg Beukenhorst uiteenlopende zaken. Een aantal daarvan is in het bijzonder bijgebleven. De redenen daarvoor zijn verschillend. Sommige zaken bleven bij door de rechtsregel die ervan uitging; andere bevatten opvallende procedures of procespartijen. Dat was vooral het geval wanneer er menselijke keuzes mazen in de wetsprocedures blootlegden. In die zaken is er volgens Beukenhorst ruimte voor idealisme: “Ik herinner me een zaak waarbij een persoon een geslachtsveranderende operatie had ondergaan en daar vervolgens op terugkwam. Bij zo’n zaak rijst de vraag of zonder ingrijpen van de wetgever het binaire systeem van registratie van personen kan worden verlaten: je bent òf vrouw òf man. Kan de rechter nu oordelen dat in het belang van de betrokken persoon als gevolg van toepassing van een mensenrecht diens geslacht niet in de registers wordt vermeld?”

Die zal ik niet snel vergeten.

De maatschappelijke impact van zijn uitspraken ervaarde Beukenhorst, tot onze verbazing, niet als stressvol. Spanning is nooit leidend geweest in zijn carrière. Wel herinnert hij zich de enorme tijdsdruk die gepaard ging met het beoordelen van de zaken en het schrijven van een concept binnen een strakke tijdslimiet. Uiteraard was, ook dankzij de onafhankelijke adviezen van de Advocaten-generaal, de impact van een zaak volgens Beukenhorst altijd voelbaar. Voor ons wordt dit meer dan duidelijk wanneer hij vertelt dat de persoon die de geslachtsverandering had ondergaan hem na zijn uitspraak een woedende brief stuurde. “Die zal ik niet snel vergeten.

De violist

Wanneer we vragen naar de stress die komt kijken bij een beladen uitspraak stelt Beukenhorst: “Ik ben zenuwachtiger als ik een moeilijke vioolpartij moet spelen die ik nog niet helemaal beheers.” Wanneer wij vervolgens informeren naar een overeenkomst en een verschil tussen rechter en violist zijn, is het antwoord duidelijk: “Het werk in de rechtbank doe je voor justitiabelen. Viool spelen doe je voor jezelf.” Verrast door zijn antwoord informeren wij of een raadsheer dan nooit voor zichzelf rechter kan zijn? Gelukkig blijkt dat toch het geval. Al wandelend van het gerechtshof naar zijn huis dacht Beukenhorst na over zijn concepten. “Je bedenkt dan soms ook een leuk onderonsje die alleen voor de verstaanders bedoeld is. Daar genoot ik erg van. Eigenlijk is het dus ook een kunst.” Het verschil tussen rechtspreken en viool spelen is duidelijker. Een foute noot heeft natuurlijk minder maatschappelijke gevolgen dan een onjuiste of onvolledige uitspraak. Tot slot informeren wij naar het minst leuke onderdeel van raadsheer van de Hoge Raad zijn. “De bezwaren zaten voor mij vooral in de enorme werkdruk en het belang waarmee de beslissingen die je maakt gemoeid zijn.” Gelukkig werden deze bezwaren meer dan goedgemaakt door de mensen met wie hij samenwerkte.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top