Advocaat en promovenda Kirsten Maes: “Als blijkt dat de feitelijke veroorzakers de schade niet kunnen vergoeden, wie dan wel?”

image002

Kirsten Maes begon op 23-jarige leeftijd met de beroepsopleiding tot advocaat én schreef tegelijkertijd haar proefschrift over secundaire aansprakelijkheid. Omdat wij zeer benieuwd waren hoe Maes dit combineerde en waar haar ambitie is ontstaan, besloten wij haar te interviewen. Enthousiast vertelde Maes ons alles wat wij maar wilden weten over haar middelbareschooltijd, studie, werk en natuurlijk het aansprakelijkheidsrecht.

Juridische nerd

Al in haar middelbareschooltijd was Maes enorm ambitieus en deed mee aan tal van wedstrijden en debatgroepjes. Voor Maes was het daarna snel duidelijk dat zij rechten zou gaan studeren. “Op de vraag wanneer ik wist dat ik advocaat wilde worden, antwoordden mijn paranimfen tijdens mijn promotie in koor: in de wieg.” Maes is naar eigen zeggen een echte nerd, die het liefst vooraan in de collegebanken zat. Bewust koos zij daarom voor het Utrecht Law College, wetende dat zij daar terecht zou komen in een kleine, hechte groep studenten, die net zo gedreven was als zijzelf. Tijdens haar studie ontstond bij Maes een grote belangstelling voor het aansprakelijkheidsrecht. “In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, is het helemaal niet alleen maar suf de wet toepassen. Er zit juist veel speelruimte in de open normen van het aansprakelijkheidsrecht en daar kan een belangrijke toegevoegde waarde zitten voor jou als advocaat of wetenschapper.” Er is altijd ruimte voor discussie en in die brede manier van denken kon Maes zich goed vinden.

Wetenschapper of advocaat

Al tijdens haar studie kwam Maes terecht bij advocatenkantoor Van Benthem & Keulen in Utrecht, waar zij als werkstudent aan de slag ging en van haar passie haar werk maakte. Bij dit kantoor vond Maes de perfecte combinatie van kwalitatief hoogstaand werk, voldoende autonomie en een gezonde cultuur. Na het (cum laude) behalen van haar bachelor én masterstudie, evenals het winnen van een aantal prijzen voor haar masterscriptie, werd zij vanuit de Universiteit Utrecht aangemoedigd te gaan promoveren. Maes had tijdens haar studie al diverse wetenschappelijke artikelen gepubliceerd, maar wist daarna niet of zij zichzelf meer advocaat of wetenschapper vond. Zodoende besloot zij haar werk en opleiding tot advocaat te combineren met het schrijven van een proefschrift. Dit betekende vier jaar lang, vaak zeven dagen per week, keihard werken. Máár, daar kreeg ze wel een enorme verrijking voor terug. Op 30 oktober 2020 promoveerde Maes aan de Universiteit Utrecht.

“In de praktijk ben je heel erg bezig met het nu en in de wetenschap ben je heel erg bezig met de toekomst.”

Maes zegt haar proefschrift niet te hebben kunnen schrijven zonder haar praktijkervaring. “In de praktijk ben je heel erg bezig met het nu en in de wetenschap ben je heel erg bezig met de toekomst.” Zij vervolgt: “als je met je voeten in de klei staat, dan kun je met die praktijkkennis de vraag beantwoorden hoe het recht zich zou moeten ontwikkelen. Het zijn communicerende vaten.” Haar kennis en kunde zijn zeker niet onopgemerkt gebleven. Na haar promotie heeft Maes haar aanstelling bij de Universiteit Utrecht als docent en onderzoeker behouden. Daarnaast wordt Maes regelmatig gevraagd cursussen of lezingen te geven en is zij gastspreker op congressen. Ze vindt het leuk en nuttig haar werk als advocaat hiermee af te wisselen en kan bovendien haar publiek zodoende goed bereiken.

Wie betaalt de schade?

Eén van de leukste dingen aan haar werk, vindt Maes de maatschappelijke actualiteit van het aansprakelijkheidsrecht. Denk aan de schietpartij van Tristan van der Vlis in Alphen aan den Rijn en de vernielingen die Feyenoord supporters toebrachten aan de oude binnenstad van Rome. “Als blijkt dat de feitelijke veroorzakers de schade niet kunnen vergoeden, wie dan wel? Feyenoord als vereniging? UEFA? De Romeinse politie?” Daar duikt het secundaire aansprakelijkheidsrecht op. De vraag wie ‘het’ gedaan heeft, wordt al snel opgevolgd door de vraag wie het schadeveroorzakend handelen van deze primaire partij had moeten voorkomen. Maes vervolgt: “het aansprakelijkheidsrecht gaat uiteindelijk over verantwoordelijkheden. Het is continu een spanningsveld waarin we ons bewegen, waar we iets van vinden en van mogen vinden”.

“Alleen roepen dat je schade hebt geleden, is dus niet genoeg.”

Op de vraag of Maes denkt dat het zoeken naar wie de schade betaalt, een claimcultuur in de hand kan werken, antwoordt zij dat ze verwacht dat dit in Nederland niet zo’n vaart zal lopen. “Vergeet niet dat een benadeelde partij steeds voldoende zal moeten aantonen dát de geleden schade in verband staat tot de schadeveroorzakende gebeurtenis. Alleen roepen dat je schade hebt geleden, is dus niet genoeg.” Het is vervolgens aan de rechter om te kijken of aan de voorwaarden voor aansprakelijkheid is voldaan. Maes voegt daaraan toe dat de angsten voor een claimcultuur verminderd kunnen worden door, in bepaalde secundaire aansprakelijkheidskwesties, het door haar bepleitte systeem van de partiële aansprakelijkheid toe te passen, waarbij de secundaire partij slechts betaalt voor dat deel van de schade dat zij veroorzaakt heeft. “Zodoende krijgt de rechter meer grip op de secundaire aansprakelijkheid, evenals de precieze omvang ervan.”

Profileren als aansprakelijkheidsdeskundige

Het schrijven van een proefschrift naast haar werk als advocaat en de verantwoordelijkheden die daarbij komen kijken, vond Maes af en toe best pittig. Aan studenten wil Maes meegeven dat het wel degelijk mogelijk is om een proefschrift te schrijven en in de praktijk te werken, maar dat het haast niet te voorkomen is dat zo’n keuze een impact op je sociale leven heeft. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Maes, als een van de doelen na haar promotie, de balans tussen werk en privé terug wil vinden. “Ik heb, zeker in de laatste fase van mijn proefschrifttraject, lang uitgekeken naar het moment waarop er zoiets zou bestaan als weekend, en ik niet langer diegene ben die het altijd maar ’te druk’ heeft.” Maes blijft de komende jaren verbonden aan de Universiteit Utrecht als docent en onderzoeker, naast haar werkzaamheden als advocaat bij Van Benthem & Keulen. Op die manier beoogt Maes zich op beide vlakken verder te ontwikkelen en profileren als aansprakelijkheidsdeskundige, als advocaat én wetenschapper. 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top