Terrorismerechter Jan van der Groen: “Ik ben altijd benieuwd naar wat iemand te vertellen heeft”

Jan van der Groen

Jan van der Groen ging rechten studeren omdat hij advocaat wilde worden. Na tien jaar in de advocatuur maakte hij de overstap naar de Rechtspraak. Van der Groen is senior rechter bij de Rechtbank Rotterdam, waar hij als voorzitter van de meervoudige strafkamer is gespecialiseerd in terrorisme zaken. Hij deed onder andere uitspraak in de zaak Laura H. en de Arnhemse Zes. Wij spraken mr. Van der Groen via Zoom over zijn loopbaan, terrorisme en zijn ervaringen in het vak. 

Kriebels

Na te zijn afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, begon Van der Groen als advocaat in Amsterdam en Rotterdam in de onroerend-goed en later de bank/insolventie praktijk. Dat deed hij met veel plezier, maar na een jaar of zes begon het toch een beetje te kriebelen. “Ik merkte dat ik niet meer mijn hele ziel en zaligheid kon leggen in het verdedigen van partijbelangen. Ik wilde graag beslissingen kunnen nemen.” Daarom startte Van der Groen naast zijn werkzaamheden als advocaat, als rechter-plaatsvervanger. “Dat was een reuzeleuke combinatie.” Van der Groen koos uiteindelijk voor de Rechtspraak en werd benoemd tot rechter bij de rechtbank in Dordrecht. Sinds 2001 is hij senior rechter in Rotterdam. 

Van civilist naar meervoudige strafkamer

Hoewel Van der Groen afgestudeerd civilist is, maakte hij na de advocatuur een turn-around. “Als advocaat vond ik het civiele recht leuk. Dan spreek je met cliënten en klanten en vervolgens zet je een zaak op” Hij vertelt dat de dynamiek als rechter anders is. In het civiele recht krijg je dan een stapeltje papier waar je de werkelijkheid in moet vinden. “Dat wil niet zeggen dat dat daadwerkelijk de werkelijkheid is.” Als strafrechter liggen de zaken anders, vertelt hij ons. Van der Groen probeert in een strafzaak altijd tot een gesprek met de verdachte te komen. Daar gaat het om waarheidsvinding. De ene keer komt dat gesprek lastiger tot stand dan de andere keer. “Ik ben altijd benieuwd naar wat iemand te vertellen heeft, en of dat verhaal past in het verwijt wat hem of haar wordt gemaakt.

Terreur in de rechtszaal

Van der Groen zag terrorisme in zijn werk al ver voor de grote aanslagen voorbijkomen. Het begon met een zaak over een lekkende tolk bij de AIVD, vertelt Van der Groen. Mondjesmaat kwam vervolgens een aantal andere zaken langs. In de Piranha-zaken werd voor het eerst in de rechtszaal vastgesteld wat een terroristische organisatie was. Op een gegeven moment werd het trainen voor terrorisme ook strafbaar gesteld in het Europees Kaderbesluit. Van der Groen licht toe dat daar toen in de hele EU nog geen enkele rechtspraak over was. “Ik mocht als eerste rechter vanuit dat kaderbesluit beslissingen nemen.”  

“Je moet kennis hebben van de religieuze en culturele achtergrond van de verdachte.

 Van der Groen was toen een van de weinige rechters met rechtsvormende ervaring in dergelijke zaken. Dat was de reden om hem te vragen een terrorismecluster op te richten. Het cluster bestaat uit een selectie gespecialiseerde rechters en griffiers met verschillende achtergronden. De specialisatie ziet volgens Van der Groen op het juridische aspect, maar ook zeker op de kennis over de achtergrond van de verdachten. “Terrorismezaken zijn vaak sterk religieus getint. Je moet kennis hebben van de religieuze en culturele achtergrond van de verdachte.” 

Inlezen maar niet inleven

Van der Groen is een relatief bekende en soms gevreesde bij verdachten. Zo merkte een verdachte op: ‘Niet die kale!’. Daar moest hij wel om grinniken, vertelt hij. Grote terrorisme zaken starten met pro forma zittingen waarin onder andere onderzoekswensen en de verlenging van voorlopige hechtenis aan de orde komen. Daarna volgt de inhoudelijke behandeling. Voorafgaand aan de inhoudelijke zitting moet een grote hoeveelheid aan bewijs en informatie geanalyseerd worden, waardoor processen lang kunnen duren. “Veel informatie komt uit het ICT-circuit. Dus uit chats, WhatsApp verkeer, telefoontjes en e-mails. Maar ook gewoon: wat verzamelt iemand op zijn harde schijf?

Je begrijpt wel wat iemand doet en waar zijn drijfveren vandaan komen, maar die hoef je jezelf niet eigen te maken.

Het soort zaken loopt uiteen, beschrijft Van der Groen. Zo kan het zijn dat een verdachte werkzaam is geweest op de propaganda-afdeling van een terroristische groep of daadwerkelijk naar een gebied is afgereisd om daar een speciale training te krijgen en te strijden. Ook komt het voor dat vrouwen met hun man mee zijn afgereisd, zoals bij Laura H. het geval was. Hij vertelt dat de meeste zaken een religieuze achtergrond hebben, waarbij de verdachte soms een religieus-fanaticus is. Van der Groen kan zich daar niet in verplaatsen, maar vertelt dat het voor de behandeling van de zaak niet uitmaakt. “Je begrijpt wel wat iemand doet en waar zijn drijfveren vandaan komen, maar die hoef je jezelf niet eigen te maken.”  

Blijven zitten waar je zit

Na ruim veertig jaar en een hoop indrukwekkende zaken op zijn track record rijker, heeft Van der Groen er nog geen genoeg van. Hij wil door tot zijn zeventigste. Door de coronamaatregelen is het op dit moment mogelijk om zelfs nog langer te blijven, maar dan als plaatsvervanger. “Misschien is mij dat gegund”, zegt hij opgewekt. Daarnaast hoopt Van der Groen in het internationale circuit bezig te blijven. Zo is hij recent betrokken geweest bij een EU-project over alternatieve straffen in de Balkan en heeft hij zich in het verleden beziggehouden met het trainen van internationale collega’s. De komende zes jaar zal Van der Groen in ieder geval nog te vinden zijn op zijn vertrouwde voorzittersstoel, in de Rechtbank Rotterdam.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top