Moord en doodslag: moet het ‘strafgat’ opgelost worden?

column-strafgat

In 2006 is de maximumstraf voor moord verhoogd van 20 naar 30 jaar. Doodslag kent op dit moment nog een maximale strafoplegging van 15 jaar. Het ‘strafgat’ tussen moord en doodslag is op dit moment aanzienlijk, maar daar lijkt verandering in te komen. Gelet op het onherstelbare leed van nabestaanden en de gevoelens van afkeer en onveiligheid in de samenleving, moet een strafverhoging van de kwalificatie van dit delict recht doen aan de ernst van het feit. Daarnaast geeft het de rechter meer houvast om een passende straf op te leggen, zo volgt uit de Memorie van Toelichting  van demissionair Minister van Justitie en Veiligheid en demissionair Minister voor Rechtsbescherming. Tezamen met het oog op het verkleinen van het gat tussen de twee levensdelicten heeft een meerderheid van de Tweede Kamer vorige week ingestemd met het verhogen van de maximumstraf voor doodslag naar 25 jaar. Het laatste woord is nu aan de Eerste Kamer. Zullen zij instemmen met het voorstel of ondervinden zij toch enige problematiek?

Hümeyra

Als aanzet voor de beoogde wetswijziging wordt vaak teruggegrepen op de Hümeyra-zaak. In deze zaak doodde de ex-vriend van het slachtoffer haar op klaarlichte dag, na maanden van stalken, bij de fietsenstalling van haar school. Het Openbaar Ministerie (OM) achtte moord beduidend aanwezig, maar de rechtbank achtte het bestanddeel ‘voorbedachten rade’ in eerste aanleg niet aannemelijk en legde de verdachte een gevangenisstraf van 14 jaar met tbs wegens doodslag op. Immers kon niet worden gesproken van een vooropgezet plan, aldus de rechtbank. In eerste aanleg heeft de rechter blijk gegeven van het forse verschil tussen moord en doodslag. Bovendien kan de overtuiging dat sprake is geweest van doodslag hierdoor als onterecht aanvoelen. De rechter heeft de wetgever dan ook opgeroepen om de huidige wetgeving nader onder de loep te nemen. In hoger beroep kwam het gerechtshof vervolgens tot het oordeel dat wel degelijk van moord kon worden gesproken en verhoogde de gevangenisstraf naar 20 jaar. Van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling kon niet worden gesproken. De Hümeyra-zaak schetst, aldus de Minister, de problematiek in de praktijk tussen de twee delicten en de – knellende – differentiatie in strafoplegging bij zeer ernstige gevallen

De scheidslijn tussen moord en doodslag

De kwalificaties moord (artikel 287 WvSr) en doodslag (artikel 289 WvSr) behoren beide tot zwaarste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. Ze tasten immers het belangrijkste rechtsgoed aan: het menselijk leven. Om aan de delictsomschrijving te voldoen, is het bij beide levensdelicten van belang dat een verdachte een ander opzettelijk van het leven heeft beroofd. Dit opzet kan zien op ‘vol opzet’: willens en wetens iemand om het leven brengen. Het kan ook zien op ‘voorwaardelijk opzet’: het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat de desbetreffende handeling de dood van een ander ten gevolge kan hebben. Uit bovenstaande blijkt dat beide gedragingen redelijk nauw aan elkaar verwant zijn. Toch wordt een helder onderscheid gemaakt. Voorbedachten rade ziet op het vooraf kunnen ‘beraden’ over de gedraging. De verdachte handelt niet vanuit een gemoedsopwelling of impuls. Doodslag kan aldus worden beschreven als het doden van een persoon, ineens, maar wel opzettelijk. Moord kan vervolgens worden gekwalificeerd als doodslag met voorbedachten rade.

Aanklager vs. Verdediging

Uit de praktijk volgen verschillende adviezen omtrent de noodzaak tot het verhogen van het strafmaximum. Het OM adviseert positief over het voorstel, nu het huidige strafmaximum in de praktijk als beperkend wordt ondervonden. Rechters en het OM zouden meer bewegingsruimte moeten krijgen om strenger te mogen straffen. Verder, waar doodslag als impulsieve daad kan worden gezien, is het denkbaar dat dit het gevolg is van een heel denkproces. Het is de vraag of het juridisch nog wel te bewijzen is dat sprake is van moord, ondanks dat het er heel dicht tegenaan ligt. Daarentegen acht de adviescommissie Strafrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) een heroverweging van het wetsvoorstel van belang. Zij geven onder andere onvoldoende blijk van de noodzaak van de verhoging van de maximumstraf. Er zijn al talloze kwalificaties van doodslag waardoor op dit moment een veel hogere straf mogelijk is, aldus de NOvA. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van een wapen in de uitvoering van het delict. Er is dan sprake van zogeheten ‘meerdaadse samenloop’. Ook is de NOvA van mening dat een verhoging leidt tot onevenwichtigheid in verhouding tot andere strafbare feiten en hun strafmaxima, nu de straffen voor moord en doodslag zich beide ver boven het strafmaximum van andere delicten zullen plaatsen. Hoe dan ook is het laatste woord hier nog niet over gezegd. 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top