Misdaadverslaggever NRC Jan Meeus: “Angst is een slechte raadgever”

Jan

Voordat Jan Meeus misdaadverslaggever werd bij NRC Handelsblad, werkte hij onder andere bij Het Financieele Dagblad en de Volkskrant. De rode draad in zijn carrière is de behoefte de achterliggende dynamiek van mensen te onderzoeken en de wereld waarin zij actief zijn. Gaandeweg ontdekte hij de morele dilemma’s die bij zijn vak komen kijken en vormde hij zijn eigen beeld over criminaliteit en de manier waarop dit vertaald wordt naar de buitenwereld. Op het hoofdkantoor van NRC spreken wij hem over zijn ervaringen binnen de spannende wereld van de misdaadjournalistiek.

In het hoofd van Willem Holleeder kruipen

“Wil je de mensen begrijpen dan moet je de wereld snappen, wil je de wereld begrijpen dan moet je de mensen snappen.” Volgens Meeus gedijt de journalistiek bij nieuwsgierigheid, bij willen weten hoe het zit. Dit gold ook toen hij over de optiebeurs schreef in het FD, of over bouwfraude in de Volkskrant. Wie zijn die mensen en waarom frauderen ze? Hoe werkt zo’n groep precies? Een handige eigenschap in de journalistiek is volgens Meeus de kunst om je snel te kunnen verdiepen in een onbekend vakgebied en de achterliggende dynamiek te onderzoeken. 

“Als de hoofdpersoon eruit komt als een soort Lucky Luke die eigenlijk een heel mooi leven heeft, dan moet je daar wel over nadenken.”

Zo probeerde de misdaadverslaggever ook in het hoofd van Willem Holleeder te kruipen voor zijn boek ‘Verraad’. Hij schudde Willem Holleeder nooit persoonlijk de hand, maar wel met zijn zus Astrid Holleeder. “Dit gesprek was de kans om het boek beter te maken.” Bij het schrijven van een journalistiek stuk worden de feiten verpakt in een invoelbaar verhaal, waarbij sympathie of antipathie wordt opgewekt voor de hoofdpersoon. Dit blijkt een effectieve manier van vertellen, maar deze techniek heeft ook zijn nadelen: “Als de hoofdpersoon eruit komt als een soort Lucky Luke die eigenlijk een heel mooi leven heeft en een inspiratie voor anderen is, dan moet je daar wel over nadenken.” Hij vervolgt: “Als je je gaat focussen op die mensen kan het ook een vorm van verheerlijking aannemen.” 

Kansen en kwetsbaarheid

Om te begrijpen waar zijn fascinatie voor misdaad vandaan komt, hebben we een lang gesprek over de oorzaak van criminaliteit. De ‘onderwereld’, zoals Meeus de criminele sector omschrijft, is een wereld waar daderschap en slachtofferschap door elkaar heen lopen. Hierin zijn kwetsbare groepen vaak het eerste en het grootste slachtoffer van misdaad. Meeus verklaart dit door de verleiding van snel geld verdienen en opwinding, in combinatie met het opgroeien in een kansarme leefomgeving. “Niet om het goed te praten, maar stel je voor dat jij in die omstandigheden zou zitten, had je het dan anders gedaan? Was jij in staat geweest om je daartegen te verzetten?” Natuurlijk zijn er wel verschillende gradaties in verwijtbaarheid, maar het morele onderscheid hierin is vaak moeilijk te maken: “Ga dan maar eens aan de nabestaanden proberen uit te leggen dat hij ook een slachtoffer is”.

Hoewel gefascineerd, kijkt Meeus dus ook bezorgd naar deze onderwereld en de manier waarop onze samenleving functioneert. Hij vertelt verder: “Ik kreeg een studiebeurs, ik heb kunnen worden wie ik ben, mijn moeder heeft die kans bijvoorbeeld nooit gekregen.”  Volgens de misdaadverslaggever zou de samenleving goed doen aan het herstel van het oude verheffingsideaal in het onderwijs. Hij vindt dat iedereen de kans moet kunnen krijgen om te bereiken wat hij of zij wil. “Dat de plek waar jouw wieg staat als je geboren wordt, de omstandigheden waaronder je opgroeit, dat die niet bepalend zijn voor jouw uiteindelijke succes.” 

Boksring

Op de vraag of Meeus zich tijdens zijn werk bewust is van de risico’s, antwoordt hij: “Jazeker. Waar je achter komt als je over misdaad schrijft, is dat wat jij doet soms zonder het te weten gevolgen heeft voor andere mensen.” Hierbij legt hij uit dat zorgvuldigheid erg belangrijk is bij het schrijven over misdaad en dat je je niet moet laten leiden door angst. “Angst is een slechte raadgever. Als je het niet durft dan moet je misschien over economie gaan schrijven.” Daarnaast moet je niet weglopen voor het feit dat het wel eens fout gaat. 

“En ja, dan zit ik wel te trillen op mijn stoel. Harder dan wanneer ik bij Matthijs van Nieuwkerk zit.”

Juist die verantwoordelijkheid durven en willen dragen, dat maakt het vak volgens hem zo leuk. “Ik heb wel eens tegen een grote crimineel gezegd: Luister, ik ben hier om met jou te praten over de feiten. Je mag daar wat van vinden, daarom kom ik langs. Maar als je gaat dreigen dan stap ik nu op. Toch heeft dat impact.” Hierbij maakt hij wel altijd een zekere inschatting, aangezien er ook mensen zijn tegen wie je dat volgens hem niet kan zeggen. “En ja, dan zit ik wel te trillen op mijn stoel”, lacht Meeus. “Harder dan wanneer ik bij Matthijs van Nieuwkerk zit.” Wel vond hij het fijn dat de crimineel in kwestie een advocaat bij zich had die Meeus vertrouwde. “Het is een arena en je bokst niet met handschoenen, maar met argumenten. Dan is het fijn als je een scheidsrechter hebt.”

Een mannetje met een boekje en een pen

Nogmaals benadrukt Meeus dat journalisten niet moeten doen alsof ze geen verantwoordelijkheid hebben: “Dat verschuilen achter ‘ik ben ook maar een mannetje met een boekje en een pen’, dat vind ik altijd een beetje flauw. Dan onderschat je de macht van het podium.” Dit betekent echter niet dat journalisten ook de artiesten op dit podium zijn: “Er zijn collega’s die dat vergeten dat je maar gewoon een letterknecht bent. Jan Meeus is zo bijzonder niet.” 

Op de vraag wat Meeus zou willen meegeven als advies aan studenten, antwoordt hij: “Foute keuzes bestaan niet. Volg je gevoel, ga niet alleen voor zekerheid en probeer iets te vinden wat je echt leuk vindt.” Vervolgens richt hij zich lachend tot ons: “Zoals jullie nu doen. En dan voer je misschien een keer een gesprek met een gek zoals ik.”

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top