Letselschade advocaat John Beer: “Ik zag de ongelijkheid tussen burgers en professionele partijen”

john

Hij zit al meer dan veertig jaar in het vak, heeft zijn eigen kantoor én een vereniging opgericht en ontving onlangs nog de Dekenprijs en een koninklijke onderscheiding voor zijn verdiensten. John Beer was één van de eerste letselschade advocaten van Nederland en is bij zo ongeveer iedere bekende zaak in dit rechtsgebied betrokken geweest. Zo stond hij onder meer slachtoffers en nabestaanden bij in de zaken rond Turkish Airlines, MH17, de vuurwerkramp in Enschede, de nieuwjaarsbrand in Volendam, de monstertruck in Haaksbergen en de steekpartij op het Centraal Station. Via Zoom spreken wij hem over zijn carrière, de opkomst van het personenschaderecht in Nederland en zijn passie voor het vak.

Advocaat voor burgers

De in Amsterdam geboren en getogen Beer was naar eigen zeggen niet een heel actieve student. Desalniettemin sloot hij zich aan bij de rechtswinkel Amsterdam en werd hoofd van de afdeling Consumentenzaken. “Veel mensen begrepen niet waarom dit sociaal-politiek relevant was. Ik wel, want ik zag de ongelijkheid tussen burgers en professionele partijen.” Die ongelijkheid was voor Beer de moeite waard om zich voor in te zetten. Na zijn studie startte Beer aanvankelijk als stagiair bij de eerste ‘arts-advocaat’ van Nederland en begon slechts vijf jaar later zijn eigen kantoor. Beer advocaten vertegenwoordigt heel bewust alleen slachtoffers. “Je kunt een Zuidas-advocaat zijn voor professionele partijen, maar wij hebben ervoor gekozen om advocaat te zijn voor burgers. Dat is een gigantisch verschil.” Beer en zijn collega’s vinden het bevredigend werk om op te treden voor individuen die tragische dingen hebben meegemaakt en het op moeten nemen tegen een professionele partij. 

Wanneer komt de officier nou? 

Vanaf 1999 stond Beer slachtoffers bij in drie grote zaken die het landelijk nieuws haalden. Het ging om de legionellazaak, de nieuwjaarsbrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede. In deze laatste zaak vonden er dagenlang getuigenverhoren plaats. “Dat was eigenlijk het begin van de persaandacht voor civiele zaken. Pers is er altijd bij strafrecht, maar bij het civiele recht is dat eigenlijk toen pas begonnen.” Beer kwam er al snel achter dat de pers niet zoveel verstand had van civielrechtelijke procedures. “De journalisten vroegen aan mij wanneer de officier van justitie nou eindelijk eens kwam. Het was grappig dat ik de pers moest uitleggen dat het civiele recht anders is dan strafrecht.”  

Hulpverlener 

Als advocaat in het personenschaderecht krijg je veel te maken met leed. Tot op zekere hoogte ben je ook een soort hulpverlener, legt Beer ons uit. “Je kunt een gesprek over ellende niet zomaar afkappen. Dat gaat gewoon niet, dus je moet er iets mee.” Beer heeft zichzelf geleerd om zijn gevoel om te zetten in de zekerheid dat hij ook echt wat voor deze mensen kan betekenen. Dat geeft hem een positief gevoel bij de meest tragische gebeurtenissen. “Ik help ze uit de juridische put. Tegen mijn cliënten zeg ik altijd: Je kunt maar beter recht hebben op zo min mogelijk schadevergoeding, want dan gaat het je eigenlijk relatief goed.” 

“Er kunnen ernstige situaties ontstaan als mensen niet doen waar zij voor zijn opgeleid.”

Toch overkomt het ook Beer wel eens dat hij na een indringend gesprek met een cliënt even tot zichzelf moet komen. Hij vertelt ons over de zaak van een vrouw die met klachten in het ziekenhuis werd opgenomen en compleet fout werd behandeld. De gevolgen waren hartverscheurend. “Toen ik daar vandaan kwam, kon ik mijn auto niet meteen starten en wegrijden. Ik rook niet, maar toen had ik even behoefte aan een sigaret die ik niet genomen heb.” Hij vervolgt: “Er kunnen ernstige situaties ontstaan als mensen niet doen waar zij voor zijn opgeleid”. Het argument dat een arts zoiets niet opzettelijk doet, vindt Beer een open deur. “Dit argument wordt altijd bij dokters gebruikt, omdat zij een speciale plaats in onze samenleving hebben.” Hij benadrukt: “Het is niet belangrijk of het met opzet is gebeurd. Dat zou er nog eens bij moeten komen! Het gaat erom wat je met het slachtoffer doet”.  

Nederland vs. Amerika 

Beer houdt zich niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal vlak bezig met het aansprakelijkheidsrecht. Beer legt ons uit dat je het schadevergoedingsrecht altijd moet zien tegen de sociale en culturele achtergrond van het desbetreffende land. “In Nederland kan een belangrijk deel van de schade van een slachtoffer worden opgevangen door de Ziektewet of de WIA. In Amerika ontbreekt zoiets, waardoor er al snel meer schadevergoeding wordt uitgekeerd om iemand sociaaleconomisch in leven te kunnen houden.” In dit licht is het goed te begrijpen waarom een van de slachtoffers van de steekpartij op Amsterdam Centraal een schadevergoeding werd toegewezen van 2,6 miljoen euro. De Amerikaan die door Jawed S. werd neergestoken, moet de rest van zijn leven in een rolstoel zitten. “Bij terugkomst in Amerika was zijn werkgever niet verplicht om hem ook maar één cent te betalen, zolang hij niet werkt.” 

Daarnaast bestaat in Amerika het gedachtegoed dat je met schadevergoeding gedragscorrecties kunt bewerkstelligen, zogenaamde punitive damages. “In Amerika is alles goed te maken met geld.” Stel dat een producent willens en wetens een onveilig product op de markt brengt, dan kan het volledige bedrag dat de producent daarmee heeft verdiend, worden uitgekeerd aan de eiser. In Nederland kennen wij deze component niet en zal het altijd gaan om de specifieke schade van de individuele persoon die procedeert. 

“De patiënt moet het maar uitzoeken met de fabrikant. Daar vind ik iets van.”

Ondanks de vele mijlpalen in de carrière van Beer, is er in ieder geval nog één belangrijke zaak waar hij zijn tanden in zet: de ondeugdelijke bekkenbodemmatjes. De matjes, die wereldwijd bij honderden vrouwen zijn geplaatst vanwege een verzakking in de bekkenbodem, leveren ernstige en blijvende gezondheidsklachten op. Beer bereidt momenteel een zaak voor tegen de fabrikant, de arts en het ziekenhuis. “De Nederlandse rechter is over het algemeen beschermend voor arts en ziekenhuis. De patiënt moet het maar uitzoeken met de fabrikant. Daar vind ik iets van.” Beer hoopt die discussie een klein beetje te kunnen ombuigen. “De bestaande beschermingsgedachte van de patiënt moet worden doorgetrokken naar het gebruik van ondeugdelijke producten bij een medische behandeling. Daar is nog wat werk te doen!”

Foto: Sanneke Beer

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top