Journalist Folkert Jensma: ‘De journalistiek heeft me gered.’

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Als hoofdredacteur, tot 2006, was hij mede verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina’s in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator de juridische hoofdartikelen en achtergrondstukken in de NRC-kranten en op de site.

Waarom hebt u voor de studie rechten gekozen?

Dat was deels om pragmatische, maar ook om ideële redenen. Net als veel anderen wist ik na de middelbare school niet goed wat ik met mezelf moest beginnen. Ik was een echte alfa, dus rechten leek me vooral veel mogelijkheden te bieden. Daarbij kwam dat mijn moeder tot haar huwelijk als advocaat werkte. Zij had daar leuke verhalen over. In de jaren ’70 waren de verhoudingen ook nogal gepolitiseerd. Veel jonge mensen waren geëngageerd. Ik vond eigenlijk dat ik de wereld ook moest helpen verbeteren. En dan leek rechten een goede keus. Ik was dus niet het type student dat een togaberoep najaagde, omdat je dan een goede baan kon krijgen. Ik bekeek het meer vanuit de politiek en sociale verhoudingen. Toegang tot het recht voor mensen die het niet konden betalen was destijds een belangrijk onderwerp. Sociale rechtshulp en rechtswinkels kwamen op. Dat vond ik ook belangrijk.

Is uw studiekeuze en studietijd bepalend geweest voor de rest van uw carrière?

Uiteindelijk was mijn bijbaan als journalist bij het studentenblad Mare van de Leidse Universiteit vooral bepalend voor mijn loopbaan. Ik heb veel aan mijn studie gehad, maar dat ontdekte ik pas later. Toen ik ermee bezig was, vond ik het vooral een enorme opgave. Ik was dolblij toen ik klaar was en de eindstreep had gehaald. Sommige vakken vond ik vrij onoverkomelijk. Ik zag het vooral als een marathon: ik moest het halen, dan kon ik erna verder kijken. Begrijp me goed, ik was ook gegrepen door de studie. In mijn eerste jaar kregen we Inleiding van prof. Hans Franken. Dat was heel bijzonder. Op de inspiratie van dat ene vak heb ik mijn hele studie gedaan.

Journalist werd ik omdat ik een baan nodig had. Ik moest in mijn eigen levensonderhoud gaan voorzien. Ik ben nog actief geweest in het bestuur van een studentenvereniging. Daardoor kon ik makkelijker student-redacteur worden. De journalistiek heeft me gered. Toen ik in 1983 afstudeerde, was er helemaal nergens een baan te krijgen. Er was een stevige recessie gaande. Ik kreeg overal afwijzingen: bedrijfsleven, juristerij, journalistiek. Ik ben dus maar naast mijn Mare-baan gaan freelancen en ben zo bij NRC binnengerold. Daar heb ik me uiteindelijk kunnen bewijzen.

Wie in de journalistiek geïnteresseerd is, doet er goed aan meteen te beginnen. Stap bij een redactie binnen en bied je aan of begin je eigen website. Het is bij uitstek een vak dat je in de praktijk kunt leren. Schrijven leer je door het te doen.

Ziet u de journalistiek ook als een logische keuze voor een jurist?

Journalistiek zie ik vooral als een aanvullend vak, geschikt voor ieder die kritisch is, houdt van schrijven, analytisch kan denken en een gevoel voor recht en onrecht heeft. Typisch juristen dus. Er zijn alleen niet zoveel jurist-journalisten. Ik zou graag zien dat er meer rechtenstudenten in de journalistiek terecht komen. Het draait in de politiek om macht. Om dat in een democratie in goede banen te leiden, heb je het recht nodig. Dan zijn journalisten die verstand hebben van bijvoorbeeld grondrechten van grote waarde.

Hebt u veel aan uw juridische achtergrond tijdens uw werkzaamheden als journalist?

Ik heb als commentator de juridische portefeuille bij de krant, dus het antwoord is natuurlijk: ja. Ik mag dit doen omdat ik dit vak heb gestudeerd. Verder komt het ook naar je toe. Toen ik net begon bij de krant zetten ze me al snel op politie- en justitie onderwerpen. Verder is ‘het recht’ voor veel mensen, en dus ook voor journalisten, een gesloten wereld, met eigen begrippen en een eigen jargon. Wat is de rechtsstaat, wat doet een rechter-commissaris, waarom is een vrouwelijke raadsheer geen raadsvrouw? Ik fungeer op de redactie ook als vraagbaak en klankbord. Waar vind ik een deskundige en hoe heet dit rechtsgebied eigenlijk? Dat weten veel van mijn collega’s echt niet.

Zijn er ontwikkelingen in de media die we kunnen verwachten in de nabije toekomst?

Verdere digitalisering ligt natuurlijk voor de hand. Kranten zullen steeds meer papieronafhankelijk worden. De populariteit van tablets en smartphones bleken voor kranten een onverwachte bonus. Daarvoor kunnen we makkelijk draagbare informatieproducten maken, op maat, die geïnspireerd zijn op de krant. Daar blijkt de lezer ook voor te willen betalen.

Wij zijn bij NRC nog steeds gelukkig met de stap die we naar nrc.next hebben gezet. Dat heeft bevrijdend gewerkt, in zekere zin. Next gaf experimenteerruimte, bood jonge mensen een plaats op de redactie en bleek bovendien goed voor het zelfvertrouwen. Die krant werd een succes in dezelfde periode waarin met zekerheid werd voorspeld dat de gedrukte krant zou verdwijnen. Dat bleek dus niet het geval. De markt voor papier krimpt weliswaar onmiskenbaar, maar het gaat veel langzamer dan ons destijds is wijs gemaakt.

Kunt u wat vertellen over uw tijd als hoofdredacteur?

Ik heb natuurlijk veel minder kunnen schrijven in de tien jaar dat ik hoofdredacteur was. Ik heb nog wel interviews gedaan en ik had de lezersrubriek “Lezer schrijft, krant antwoordt”. Dat was een ombudsmanachtige rubriek. Het fulltime schrijven heb ik wel gemist. Toen ik er in 1996 aan begon, wist ik dat ik weer terug zou willen naar het ambacht van journalist. Het was met mijn achtergrond en journalistieke ervaring een logische keuze om weer terug te vallen op het recht. Toevallig kwam de positie van commentator ook vrij bij de krant, dus daar was ik erg blij mee.

Als hoofdredacteur vond ik het altijd wel grappig om dreigbrieven te krijgen van advocaten. “Ha, kom maar op”, dacht ik dan. Tegelijk zie je ook hoe zo’n brief werkt bij anderen: die kunnen behoorlijk schrikken.

Wat moet de huidige student doen om succesvol in de journalistiek terecht te komen?

Als aspirant-journalist moet je natuurlijk slim zijn, helder kunnen schrijven en makkelijk complexe onderwerpen kunnen overzien. Rechtenstudenten kunnen een meerwaarde hebben door hun vakkennis. Maar dat geldt ook voor biologen of historici. Ik vind zelf dat journalisten de grenzen van de rechtsstaat moeten helpen bewaken. Houdt de overheid zich aan het recht, worden de grondrechten van burgers niet geschonden? Voor die vragen heb je juristen nodig in de journalistiek.

Wat kan de student aan uitdagingen verwachten in de journalistiek en media?

Er wordt gewerkt met keiharde deadlines, dus je moet redelijk tegen stress kunnen en je moet onder hoge druk kunnen presteren. Daarbij moet je schrijven natuurlijk ontzettend leuk vinden. Verder komt niemand je hand vasthouden en is er achteraf maar weinig tijd om nog eens uitgebreid te gaan evalueren of na te kaarten. Dus zelfstandig werken, creatief zijn en tegen een stootje kunnen. In de journalistiek kom ik nogal wat stevige persoonlijkheden tegen, en dat is niet voor niets. Er wordt namelijk door de buitenwereld ook nogal wat druk op je uitgeoefend. Er is een hele industrie aan voorlichters en spindokters die is aangesteld om invloed op jouw stuk te krijgen. Die lui moet je aan kunnen.

NRC is een platte organisatie. Als je hier een week werkt, is je lijn net zo kort naar de lezer als de meest ervaren redacteur. Je staat meteen met je vingers in de soep te roeren. Je kunt bij een krant geen partner worden, bijvoorbeeld. Promotie is hier ook een relatief begrip. Een poos een deelredactie leiden als ‘chef’ is een duidelijke stap, maar die is altijd tijdelijk. Daarna ga je weer naar een schrijvende functie. Je begint hier op je eindniveau. Dat kan het werk ook heel leuk maken. De rode loper gaat meteen uit als je net begonnen bent met werken.

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top