CEO aan de kant, aandeelhouder buitenspel: wie heeft de macht bij Nexperia?

Website format (9)

Je leidt een chipbedrijf met 12.500 werknemers. Een paar uur later mag je niet meer besturen, zonder dat de rechter je heeft gehoord. Het overkwam de CEO van het Nijmeegse Nexperia op 1 oktober 2025. Op 7 oktober handhaaft de Ondernemingskamer zijn schorsing en verliest ook de Chinese aandeelhouder Yuching, onderdeel van Wingtech, vrijwel alle zeggenschap. De aandelen gaan op één na naar een beheerder. Dat ene aandeel is een schrale troost. De Hoge Raad moet nog oordelen. Advocaat-generaal Assink adviseerde in juni 2026 de cassatieberoepen te verwerpen. Dat een rechter bij acuut gevaar ingrijpt, is terecht. Maar wie een bestuurder en aandeelhouder zoveel macht ontneemt, moet toch echt méér te bieden hebben dan haast en goede bedoelingen. 

Het enquêterecht als noodrem

Als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het beleid of de gang van zaken binnen een bedrijf, kan de Ondernemingskamer een onderzoek laten doen. Er moeten concrete aanwijzingen zijn dat er iets misgaat. Dreigt ondertussen ernstige schade, dan kan de rechter meteen tijdelijke maatregelen treffen, zoals een bestuurder schorsen. Het enquêterecht werkt daarmee als een noodrem. Het bedrijfsbelang staat voorop, maar ook de belangen van aandeelhouders, bestuurders en andere betrokkenen tellen mee.

Bij Nexperia ging dat uitzonderlijk snel. Binnen enkele uren werd ingegrepen zonder de CEO en aandeelhouder te horen, en vijf dagen later volgde een zitting. Zij moesten tijdens de Chinese feestdagen plotseling een advocaat zoeken. Nexperia en de Staat betoogden dat Amerikaanse handelsbeperkingen en een Nederlands ministerieel bevel samen een acute noodsituatie veroorzaakten. De Ondernemingskamer ging daarin mee en wees slechts een deel van de verzoeken toe. Juist om betrokkenen snel te horen, volgde die zitting zo kort daarna. Met de daar geboden ruimte voor verweer vond de rechter het recht op een eerlijk proces voldoende beschermd.

De gronden voor twijfel

Wiens belang diende de CEO? Hij bezat indirect 15% van Nexperia’s aandelen en controleerde de leverancier WSS. Een tegenstrijdig belang bestaat als betwijfeld kan worden of een bestuurder uitsluitend het bedrijfsbelang dient. Een conflict was aanwezig bij een abnormaal hoge bestelling van chiponderdelen bij WSS. De rechter bracht nuance: er was sprake van een betalingsovereenkomst die op zichzelf geen reden voor twijfel gaf. Bij de latere bestellingen was echter niet gebleken dat voldoende zorgvuldig met het tegenstrijdige belang was omgegaan. Ook de besluitvorming riep vragen op. Nexperia mocht van de rechter zelf haar organisatie inrichten. Terugkomen op toezeggingen aan Economische Zaken gaf op zichzelf geen reden voor twijfel. Er was geen blijken van zorgvuldig overleg over de risicovolle koerswijziging. Daarnaast verloren financiële sleutelfiguren plots hun betalingsbevoegdheden. Die gingen naar personen zonder financiële ervaring, onder wie iemand van buiten Nexperia. Dat grensde volgens de rechter aan roekeloosheid. 

De rechter of de Staat?

Beschermde de rechter Nexperia, of hielp hij vooral de Staat? Bij de Hoge Raad klagen Yuching en de CEO onder meer over de eerlijkheid van het proces, de rol van Economische Zaken en de zwaarte van de maatregelen. Advocaat-generaal Assink ziet ondanks de geopolitieke achtergrond vooral een procedure in het belang van Nexperia. In haar uitgewerkte beslissing benadrukt de Ondernemingskamer dat haar twijfel aan het bedrijfsbeleid niet op het ministeriële bevel berustte. Op 1 oktober 2025 verwees zij voor haar motivering echter wél naar dat bevel.

De gevolgen gingen verder dan de bestuurskamer. Op 21 oktober 2025 verleende de Verenigde Staten Nexperia een vrijstelling van de Amerikaanse handelsbeperkingen, met verwijzing naar het Nederlandse overheids- en rechterlijke ingrijpen. Tegelijk raakte de productieketen ernstig verstoord en ging de Chinese tak steeds meer haar eigen weg. Yuching verloor hierdoor vrijwel alle zeggenschap, maar behield economische rechten, zoals het recht op dividend. Het ingrijpen hielp dus ook de Staat, maar moest gerechtvaardigd zijn door het bedrijfsbelang en de rechten van betrokkenen respecteren. De Hoge Raad mag nu de grens trekken: hoe ver kun je gaan om een bedrijf te redden zonder de rechtsbescherming van zijn bestuurder en aandeelhouder op te offeren?

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top