Strafrechter Rinske Sipkens: ”Je moet ook kunnen invoelen, op een empathisch niveau.”

Rinske Sipkens

Strafrechter Rinske Sipkens, voormalig voorzitter in de spraakmakende drillrap-zaak, heeft in haar lange carrière vele rechtsgebieden aangedaan. Zo is ze eerder als advocaat, rechter-commissaris en kinderrechter werkzaam geweest. Wij spraken haar over het pad dat zij heeft bewandeld naar dit beroep en de lastige situaties die zij als rechter tegenkomt. Ook vertelt ze ons over de impact van haar werk. Nog net vóór de verhuizing naar het nieuwe rechtbankgebouw spreken we haar in Amsterdam.  

Van bioloog tot dansschool

Sipkens vertelt dat de keuze voor de studie rechten aanvankelijk niet zozeer een wens van haar was. “Het liefst was ik bioloog geworden, dan zag ik mezelf zo romantisch onderzoek doen op de Afrikaanse steppe.” Ze realiseerde zich vrij snel dat dit toch niets voor haar was en ging een beroepskeuzetest doen. Hier kwam journalistiek of rechten uit, waarna ze gekozen heeft dit laatste te gaan studeren in Utrecht. Na haar studie had zij nog steeds niet de wens om advocaat te worden, ze zat er zelfs aan te denken om een dansschool te openen. Van dit idee stapte ze wederom snel af en ging toch als advocaat aan de slag. 

“Wij worden later ook rechter, maar pas als we de schaapjes op het droge hebben”. 

Vervolgens heeft ze acht jaar bij een advocatenkantoor gewerkt op de sectie aansprakelijkheidsrecht. Op haar kantoor werd min of meer een principe van ‘up or out’ gehanteerd. “De trend was voornamelijk dat medewerkers partner werden, en anders ‘out’.” Sipkens voelde hier weinig voor en wilde eigenlijk liever rechter worden. Deze stap maakte men vaak pas op latere leeftijd, wanneer iemand al een lange carrière in de advocatuur had gehad. Haar toenmalige collega’s zeiden dan ook tegen haar: “Wij worden later ook rechter, maar pas als we de schaapjes op het droge hebben.”  

Waardevolle toevoeging 

Ze begon bij de rechtbank als rechter-plaatsvervanger en liep ondertussen mee als sollicitant. Na een poos op verschillende rechtsgebieden werkzaam te zijn geweest, is ze rechter- commissaris bij strafzaken geworden. “Dan ga je onder andere mee met huiszoekingen, moet je tapmachtigingen afgeven en getuigen horen.” Hiervoor moet je ook geregeld na een moord de plaats delict bezoeken. “Naast het lijk krijg je ook de hele omgeving mee, je kunt je vaak goed inbeelden wat zich daar wellicht heeft afgespeeld.” Vervolgens heeft ze een tijd bij het Hof gewerkt, maar ze geeft aan dat ze dit minder leuk vond. “Een belangrijk appelmotief ziet op uitstel van executie of het krijgen van strafvermindering, er ligt vaak gewoon al een goed vonnis.” Daarnaast heeft ze lang als kinderrechter gewerkt. Ze moest veel omgangsregelingen behandelen, wat dicht bij het familierecht ligt. Men zag dit altijd als een gedoodverfd rechtsgebied voor vrouwen: “Ik had verwacht dat dit daarom niet iets was wat ik ooit had willen doen, maar bij deze zaken was ik, voor mijn gevoel, het meest van toegevoegde waarde”.  

“Je hebt het proces gezien van een andere kant. Je weet hoe de hazen lopen, en waarom ze zo lopen.”  

Sipkens geeft aan dat dit kwam doordat ze vanuit een onpartijdig standpunt vaak met oplossingen kwam waar niemand aan had gedacht, maar waar iedereen zich in kon vinden. Ze geeft aan daarom ook niet snel terug te keren in de advocatuur aangezien ze dit meer als een battle ziet. “Soms moet je voor cliënten een stuk schrijven, of een procedure voeren waar je niet in gelooft. Dat zit niet in mijn natuur, ik ben niet commercieel genoeg.” Ze raadt echter wel een voortraject in de advocatuur aan. “Je hebt het proces gezien van een andere kant. Je weet hoe de hazen lopen, en waarom ze zo lopen.” Ze vertelt dat advocaten logischerwijs nadelige punten wegmoffelen en een beeld schetsen zoals ze het willen laten zien. “Als rechter ben je juist op zoek naar het beeld zoals het er écht ligt.” 

Maatschappelijke impact

Momenteel is Sipkens werkzaam bij strafzaken en krijgt door haar kunde en ervaring veel zaken voorgeschoteld die veel maatschappelijke impact hebben, zoals de recente drillrap-zaak. “Je moet je beseffen dat je verantwoordelijkheid hebt.” Maar ze zegt tijdens de zitting niet direct bezig te zijn met de maatschappelijke impact. “Je bent je bewust van de zwaarte en van het gewicht, maar je behandelt dat professioneel”. Ze schetst een voorbeeld: “Stel je wordt behandeld door een chirurg, dan wil je dat diegene dat met compassie doet, maar je wilt niet dat deze zich bij elke snee bezighoudt met de zwaarte van zijn impact”.  

Ze vertelt dat ze zeker na een grote zaak met haar zittingscombinatie evalueert en reflecteert hoe de zaak is verlopen. “Ik vind het rewarding als ik het idee heb dat iedereen aan bod is gekomen op een zo prettig mogelijke manier. Met respect en oor voor iedereen.”    

”Je moet ook kunnen invoelen, op een empathisch niveau. Niet alleen in het slachtoffer en de familie, maar ook in de verdachte”. 

Sipkens vertelt dat bepaalde zaken “echt erg” zijn en zien op heftige gebeurtenissen. Ze geeft aan dat het helpt dat zij als rechter hier iets mee kan doen en juist iets kan betekenen. “Je moet een vorm van distantie hebben, een bepaalde professionaliteit.” Ze benadrukt echter dat de balans met empathie belangrijk is. ”Je moet ook kunnen invoelen, op een empathisch niveau. Niet alleen in het slachtoffer en de familie, maar ook in de verdachte”. Ze geeft tot slot aan, het zonde te vinden als steeds meer zittingen volledig online zouden worden gehouden. “Ik wil de menselijke maat behouden, ik vind het heel belangrijk om elkaar in levenden lijve in de ogen te kunnen aankijken.” Ze wil daarom studenten meegeven om zich niet achter hun beeldscherm te verschuilen. “Ontmoet mensen, face to face. Het vraagt meer moed, maar zo proef je waar iemand voor staat”. 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top