Raadsheer in de Hoge Raad Edgar du Perron: ‘Wij bepalen toch wat het recht is, dus echt fout kun je niet zitten’

Fotografie: 31pictures

Edgar du Perron is raadsheer in de civiele kamer van de Hoge Raad en docent aan de Universiteit van Amsterdam. Naast deze functies heeft hij tal van publicaties en heeft hij bijna net zo veel nevenwerkzaamheden als hij tevreden studenten heeft. Veel dus. Toch mist hij één van de meest voor de hand liggende functies op zijn curriculum vitae. Wij kregen de kans om hem vragen te stellen op de plek waar hij zijn meeste tijd doorbrengt: De Hoge Raad in Den Haag.

De Hoge Raad geniet binnen het recht een prestigieuze status. Het is dan ook bijzonder om een keer het gebouw te betreden waar het zich allemaal afspeelt. Het gebouw dat in 2016 haar deuren opende is statig maar modern en oogt frisser dan men misschien zou verwachten van het instituut dat er is gevestigd. Na een douane-achtige controle worden wij door Du Perron meegenomen achter de coulissen, waar wij ons al snel afvragen hoe je loopbaan eruit moet zien om hier terecht te komen.

Om raadsheer in de Hoge Raad te worden moet je aanbevolen worden door leden uit de Hoge Raad en vervolgens worden voorgedragen door de Tweede Kamer. Je bent het in beginsel voor het leven. “Je kunt een positie binnen de Hoge Raad dan ook niet plannen vanwege het geringe aantal vacatures, het hangt helemaal van de samenstelling af wat ze nodig hebben.” Een gebrek aan planning is illustrerend geweest voor de loopbaan van Du Perron. Hij is overal gewoon maar ingerold: “Als er één rode draad in mijn carrière is, is het dat ik steeds geen advocaat ben geworden”. Zoals de meeste rechtenstudenten wilde Du Perron advocaat worden na zijn afstuderen, maar er deden zich steeds nieuwe kansen voor waardoor hij dit niet werd. Na zijn afstuderen mocht hij promoveren, na zijn promoveren mocht hij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad versterken en hierna mocht hij docent worden aan de universiteit van Amsterdam. Toen heeft hij de droom om advocaat te worden toch echt maar uit zijn hoofd gezet.

Wellicht mede door zijn werk bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad speelde hij zich in de kijker bij de raadsheren (zo heten bij de Hoge Raad ook de vrouwelijke leden) en op den duur volgde dan ook een aanbeveling van de Hoge Raad om Du Perron tot raadsheer te benoemen. Ondanks een eerder advies van zijn promotor besloot hij hiervoor te gaan: “Hij zei mij een keer: het is heel leuk om ervoor gevraagd te worden, maar niet om het te doen.”

Als je Du Perron kent van zijn colleges Aansprakelijkheidsrecht, waarbij hij soms de halve collegezaal verbouwt om het Kelderluik-arrest te demonstreren, zul je je afvragen of de Hoge Raad wel de juiste plek is voor hem. De Hoge Raad wordt namelijk door velen als stoffig beschouwd. Volgens Du Perron is dat nu anders: naast het feit dat er tegenwoordig raadsheren op jonge leeftijd worden aangesteld, is ook de verbinding tussen verschillende onderdelen van de Raad veranderd. “Vroeger zag je als medewerker bij het wetenschappelijk bureau een raadsheer als halfgod en dook je nog net niet weg als je er één tegenkwam op de gang, dat is nu wel anders.” Het nieuwe gebouw hielp hier ook bij. Iedereen zit dichter bij elkaar. Voor Du Perron was dat nog niet voldoende. Het idee ligt er om in de bibliotheek een hoek te maken waar de afdelingen elkaar kunnen ontmoeten: Edgars Coffeecorner.

Het vermoeden dat werken bij de Hoge Raad alleen voor perfectionisten is weggelegd ontkracht Du Perron ook: “ik ben zelf totaal niet perfectionistisch”. Volgens Du Perron hoeft dit ook niet zolang je als team maar een perfect product aflevert. “Daarbij bepalen wij toch wat het recht is, dus echt fout kun je niet zitten”, voegt hij daar lachend aan toe. Ondanks dat dit als grap bedoeld is, klopt het wel dat de Hoge Raad precedenten schept voor de toekomst. Ter reflectie hebben de raadsheren dan ook periodiek annotatie-besprekingen, waarin annotaties over hun arresten behandeld worden. Kritiek op uitspraken kan er in ieder geval toe leiden dat de Raad een arrest in een latere uitspraak verduidelijkt of nadere toelichting geeft. Er is dus wel degelijk een bepaalde vorm van controle.

Het doceren en het rechtelijke apparaat waar Du Perron ook een tijd in heeft gewerkt, zijn niet te vergelijken met zijn werk bij de Hoge Raad. Gemiddeld heeft hij maar vier pleidooien per jaar en is de rest via schrift. “Dat zittingswerk mis ik soms wel”, voegt Du Perron toe. Hoewel hij daarna aangeeft dat het werk bij de Hoge Raad prachtig werk is op een andere manier dan zijn vorige werkzaamheden, bespeuren wij lichte weemoed naar de tijd dat hij meer met mensen werkte.

Een soortgelijke keerzijde van het raadsheerschap is het publieke karakter van de functie. Du Perron, actief op Twitter, merkt dit aan zichzelf. In principe heeft hij geen restricties op hoe hij zich mag uiten op social media (op details van zaken bespreken na natuurlijk), maar toch let hij wel op wat hij de wereld in stuurt. Soms kriebelt het bij Du Perron om zijn mening te geven over zaken die de maatschappij bezighouden. “Ik zou bijna een extra account aan willen maken onder een pseudoniem”, grapt hij nog.

Desondanks zit Du Perron naar zijn mening op de juiste plek. Het werk bij de Hoge Raad geeft hem veel flexibiliteit (dat merkten wij ook bij het plannen van het interview) en dus ook de nodige tijd die hij met zijn gezin kan doorbrengen. Hij heeft dan ook geen spijt dat hij niet in de advocatuur is beland: “Mijn kinderen hebben een keer voor de grap berekend hoeveel geld ik had kunnen verdienen als ik meteen bij een groot kantoor was gaan werken, maar of ik daar nou gelukkig van was geworden… Ik denk het niet.” Veel studenten van de Universiteit van Amsterdam zullen het daar volmondig mee eens zijn.

 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top