Oud-raadsheer van de Hoge Raad Coen Drion: ‘Om de eindbeslissing over het lot van mensen te nemen, heb ik als een onprettige verantwoordelijkheid ervaren’

Coen

Raadsheer van de Hoge Raad word je in principe voor het leven. Coen Drion is de eerste en enige (ex)advocaat ooit die heeft besloten de Hoge Raad te verlaten. Wij spreken hem over zijn jeugd, zijn ervaringen bij de Hoge Raad en zijn terugkeer naar de advocatuur.

Ik maakte voor het eerst kennis met de legende Coen Drion tijdens mijn stage bij Jones Day. Iedere ochtend kon ik vanaf de trap bij binnenkomst zijn kantoor in gluren, waar hij al driftig zat te werken in een fort van papier. Een paar maanden later terugkerend voor het interview ontvangt hij ons in een keurig opgeruimde kamer en nestelen wij ons met een kop thee aan de ronde tafel in zijn vertrek.

Jeugd

De ouders van Drion kennen elkaar uit de collegebanken. Hij was hoogleraar burgerlijk recht en zij was een verliefde studente, die pas avances maakte nadat zij afgestudeerd was. Zijn vader overleed toen Drion zeven jaar oud was. Zijn oom, tevens hoogleraar in de rechten, kwam na het overlijden iedere zaterdag langs, waarbij hij hem en zijn twee broertjes juridische kwesties voorschotelde. Hoewel Drion door deze zaterdagbezoekjes al vroeg in aanraking met Hoge Raad-arresten kwam, is het nooit een van zijn ambities geweest om raadsheer van de Hoge Raad te worden. Sterker nog, hij had zich tijdens zijn opstandige periode voorgenomen: ik wil nooit jurist worden. Omdat zijn ouders en ooms juristen waren, leek het hem een reeds uitgestippelde route die hij absoluut niet wilde bewandelen. “Ik noemde het vanzelfsprekend om het vanzelfsprekend te verwerpen.” De opstandige periode kwam voort uit de verantwoordelijkheid die hij voelde door het verlies van zijn vader. “Daar moet je je iets banaals bij voorstellen. Ik vond dat ik oud genoeg was die rol op me te nemen, niet uit hoogwaardige normen en ethiek maar omdat ik dan niet hoefde af te wassen.” Door dit opstandige gedrag bleef hij zitten en bracht hij twee jaar door in een pleeggezin.

Drion besloot sociologie te studeren in Groningen en participeerde in theatergroepen en muziekbandjes. Om de simpele reden dat hij niet goed genoeg was voor een professionele theatergroep, stond hij opnieuw voor de keuze: zijn opstandigheid doorzetten en geloven in zijn eigen taboe of net als zijn ouders alsnog rechten studeren. Hij koos het tweede. Drion noemt het de beste beslissing ooit, maar geniet ook nog steeds van de opgedane vaardigheden uit zijn creatieve periode. Taal en muzikaliteit hebben volgens hem iets met elkaar te maken. Als jurist is je primaire instrument taal en muziek maken heeft hem geholpen zijn talige kanten verder te ontwikkelen. Daarnaast was de inhoud van de muziek in de jaren ‘80 een verzet tegen de gevestigde orde. “Ik kan vaak niet anders dan ergens kritisch naar kijken. Dat ligt wel in de aard van het beestje besloten maar ook in de ontwikkeling die ik daarin meegemaakt heb.”

Monnikenbestaan

Zijn oorspronkelijk kritische houding tegenover de Hoge Raad is een van de redenen geweest om onderdeel uit te willen maken van de hoogste rechtsprekende instantie: “Als je kritisch bent op sommige stukken van het recht, dan is het wel leuk direct aan de knop te kunnen draaien om het recht een bepaalde kant op mee te nemen.” Nu Drion het speelveld van de Hoge Raad beter begrijpt, oordeelt hij wel anders. De Hoge Raad mag alleen responderen op de opgeworpen cassatiemiddelen en kan het hooguit aanvullen met ambtshalve rechtsgronden. Dat is veel beperkter dan hoe de buitenwereld naar arresten kijkt. Een denkfout die hij als raadsheer-groentje een keer maakte, waardoor hij tijdens zijn betoog gecorrigeerd werd met: waar staat dat in de cassatiemiddelen?

Ondanks het feit dat er veel gelachen wordt en er “waanzinnig knappe koppen bij de Hoge Raad” zitten, besloot Drion Den Haag te verlaten. Hij noemt drie elementen die hem tot deze keuze hebben gebracht. Ten eerste vond Drion het moeilijk beslissingen te nemen over zaken met persoonlijke belangen. “Om de eindbeslissing over het lot van mensen te nemen, heb ik als een onprettige verantwoordelijkheid ervaren.” Ten tweede vergelijkt hij het werk met een monnikenbestaan. De raadsheren dienen individueel te oordelen en het enige menselijke contact is via een mail, die aan allen gericht moet zijn, en verbaal in de raadkamer zelf. De telefoon gaat nooit en er is geen intercollegiaal overleg. Ten derde liggen de raadsheren onder een vergrootglas. Op geen enkele manier mag een raadsheer bevooroordeeld overkomen, dus Drion liet zich niet meer uit over civiele kwesties. Alles wat niet straf of fiscaal is, is civiel. “De civiele kamer is het ‘vuilnisvat’ van de Hoge Raad. Er resteren dan nog maar weinig onderwerpen om over te schrijven.”

Cirkel van Van der Laan

Door toeval kwam Drion terecht bij Jones Day. Hij werd gegrepen door de integriteit in combinatie met de internationale aspecten overgoten door een naar eigen zeggen Amerikaanse saus. Hij vindt de Amerikaanse manier van omgaan veel aansprekender dan de Nederlandse, want het is enthousiaster en vriendelijker maar het ontbreekt niet aan directheid. Door zijn tijd bij de Hoge Raad kan hij hier specialisten helpen een bredere juridische blik te ontwikkelen. Wij willen weten of dit wel uitdagend genoeg is. Hij antwoordt: “Het mooie van het vak van advocaat is dat je betaald wordt om te leren.” Terwijl hij dit zegt tekent hij met zijn vinger een cirkel op de tafel. Het is de cirkel van gewaardeerd vriend Eberhard van der Laan. Hij legt uit: “Als de cirkel alles is wat je weet, dan is alles daarbuiten wat je niet weet. Hoe groter de cirkel, hoe meer je in aanraking komt met wat je niet weet. De grenzen van wat je weet komen beter in beeld naarmate je meer weet.” Coen Drion: advocaat, raadsheer, muzikant, docent en ook nog een beetje filosoof. Ofschoon hijzelf concludeert: “De advocatuur is toch echt wel mijn plek.”

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top