Onno de Jong: “Dan merk ik wat voor prijs het bijstaan van kroongetuigen vraagt.”

interview-Onno-de-Jong

De Jong had aanvankelijk de ambitie om op de planken te staan. Na zijn middelbare school deed hij auditie voor de toneelacademie en is hij 4,5 jaar binnen een internationaal gezelschap acteur geweest. Toch besloot hij te gaan studeren. “Dan maar rechten en dan kijken we wel.” Hij vond de studie wat saai, maar de master Strafrecht bleek een goede zet. “Dat is het enige jaar van mijn studie geweest waarvan ik dacht: dat is leuk en daar heb ik wat aan.” De Jong heeft zich in de jaren die volgden op verschillende rechtsgebieden ontwikkeld, maar voornamelijk met de strafrechtadvocatuur beziggehouden. “Je hebt te maken met echte mensen die vaak in hele ernstige situaties terechtkomen, alleen staan en eigenlijk niemand anders hebben die bij ze staat dan hun advocaat.” De Jong vervolgt: “En ik heb een enorme hekel aan de overheid, dus als ik daar iets tegen kan doen, pak ik dat meestal wel op”.

De ‘gezellige’ Hollandse Penoze

In 2012 werd De Jong benaderd door het Openbaar Ministerie (OM) met de vraag of hij Fred Ros als kroongetuigeadvocaat bij wilde staan in het Passage-proces. Na overleg met zijn toenmalige vennoot besloot hij akkoord te geven. “Ik had helemaal geen principiële bezwaren om deze eventuele kroongetuige bij te staan”.

“De dreiging was nog niet zo hoog schatte ik toen”

Hij wist destijds nog niet wat dit allemaal teweeg zou brengen. “Toen lag het heel anders. Het Passage-proces was als het ware nog wel de ‘gezellige’ Hollandse Penoze. De dreiging was nog niet zo hoog, schatte ik toen. Dat is in de loop der jaren enorm veranderd.” Nu, tien jaar verder, staat De Jong drie kroongetuigen bij in de meest omvangrijke justitiële onderzoeken die Nederland kent: Fred Ros in het inmiddels afgeronde Passage-proces, Tony de G. in het Eris-proces en Nabil B. in het Marengo-proces. Daarnaast staat hij vanuit zijn in 2019 opgerichte kantoor, ICE Advocaten, verdachten binnen het commune strafrecht en de corporate strafpraktijk bij.

De positie van de kroongetuigeadvocaat

Volgens De Jong kent de bijstand aan kroongetuigen een bijzondere procespositie. Hij beschrijft dat het juridisch niet ingewikkeld is, maar dat je een hele andere rol bekleedt als kroongetuigeadvocaat. “Je staat een verdachte bij die tegelijkertijd getuige is en daar iets voor terug krijgt: korting op zijn straf.” De Jong is nauw betrokken bij de strafdeal die de kroongetuige met het OM maakt.“Onze oorlogen met het OM zijn soms net zo hard als de strijd die de advocaten van medeverdachten met het OM moeten voeren.” Hij geeft aan veel te moeten bemiddelen tussen het OM en de kroongetuige om ervoor te knokken dat die afspraken daadwerkelijk worden nagekomen. Daarnaast stelt De Jong: “Als een verdachte een deal maakt over een paar zaken die niet te bewijzen zijn, pleit ik daar vrijspraak voor”. Als gevolg daarvan kan het zijn dat de in de strafdeal overeengekomen straf omlaag moet.“Dat is bij Fred Ros ook gebeurd. Dat kan, zolang je maar niet in strijd pleit met hetgeen jouw cliënt als kroongetuige heeft verklaard”.

Tot een goed einde brengen

Als wij De Jong vragen waar hij op dit moment het meeste genoegen uit haalt in zijn werk, valt het even stil. “Ja, dat is een hele goede vraag. Dat zet je aan het denken.” Hij vertelt dat hij het contact met cliënten en de situaties die hij meemaakt leuk vindt. “Dat komt natuurlijk door de situatie waar we in zitten met onder andere al die veiligheidsissues. Die maken anderen nooit mee. Soms is dat leuk, soms minder leuk”. De Jong vervolgt dat hij voldoening haalt uit het tot het goed einde brengen van grote trajecten, zoals het Eris-proces.

Er zijn geen grenzen meer”

Eris, dat vergeten mensen, is net zo groot als Marengo. Net zoals Marengo er niet zou zijn geweest zonder Nabil B., zou Eris er niet zijn zonder Tony de G.” Wanneer zo’n heel groot proces soepel richting het einde loopt, vindt De Jong het mooi op daarop terug te kijken. “Dat komt voor een deel door de samenwerking tussen Tony en mij en de manier waarop de kroongetuige in het proces staat.”

Mocro Maffia als realiteit

De afgelopen jaren heeft de georganiseerde criminaliteit in Nederland een zwaardere vorm aangenomen. De Jong beschrijft dat de drempels om geweld toe te passen lager zijn geworden.“Er zijn geen grenzen meer.” Op de vraag of deze vorm van ondermijning ooit nog gaat verminderen, antwoordt De Jong:“De belangen zijn te groot, het gaat om het veiligstellen van je handel. Daar gaat zoveel geld in om, dan telt een mensenleven niet meer.”

“Die prijs is best wel hoog”

Hij vervolgt: “Ik geloof niet dat het snel gaat veranderen, als het al gaat veranderen.” Volgens De Jong is dit het nieuwe nu en moet Nederland daar op ingericht worden. Volgens De Jong is het goed dat mensen eens zien hoe het er momenteel aan toe gaat, zoals in de serie Mocro Maffia.“Ik heb enorm veel respect voor hoe ze dat hebben opgepakt. Ik vind het een geweldige serie en wat zij laten zien, staat héél dicht bij de realiteit.”

Een hoog prijskaartje 

Afsluitend geeft De Jong antwoord op de vraag of hij op een gegeven moment ophoudt met het bijstaan van kroongetuigen. Hij wil de zaken waar hij nu mee bezig is in ieder geval tot een goed einde brengen en wellicht dat er nog een paar komen. Er zijn echter ook nog een aantal andere zaken waar hij mee bezig is en die hij leuk vindt om te doen, waaronder corporate strafzaken. “Het is fijn om even niet tussen al dat geweld en die wapens te zitten. Dat is voor mij een dagje ontspanning bij wijze van spreken.” De Jong geeft aan dat hij dan pas merkt wat voor prijs het bijstaan van kroongetuigen, de dreiging en beveiliging die daarbij komt kijken vraagt.“Die prijs is best wel hoog.”

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top