Officier van Justitie Louise Roseval: ‘Je staat eigenlijk met je voeten in de blubber.’

Louise

Louise Roseval is officier van justitie bij het arrondissementsparket van Amsterdam. Hier leidt zij ook de toekomstige officieren op. Voordat zij officier werd, was zij al zo’n 9 jaar rechter bij de rechtbank in Haarlem. Van haar overstap van rechter naar officier heeft zij tot op de dag van vandaag geen spijt.

Om een indruk te krijgen gingen wij een week voor het interview kijken hoe Louise Roseval in de praktijk te werk gaat. Wij merkten dat zij een vrouw met een hartelijk en warm karakter is maar van aanpakken weet zodra zij haar toga aantrekt en de rechtszaal binnenstapt. Een halfuur voor de politierechterzitting ontmoetten wij haar en kregen meteen een kop koffie aangeboden. Tijdens dat kopje koffie vroegen wij waar de zaken over gingen, maar zij wist dit gek genoeg even niet zo goed. Zij begon te bladeren door haar blauwe mapje, maar het leek alsof zij onvoorbereid in een werkgroep zat en zij de samenvatting van die zaken heel snel had doorgelezen. Eenmaal in de rechtszaal om haar verhaal te doen, knalde zij alles er zo uit en werden de zaken ons volledig helder. Een week later zagen wij haar weer voor het interview en was zij de dossiers eigenlijk weer zo goed als vergeten.

Dat je zo snel een zaak kan vergeten klinkt ons gek in de oren. Maar Roseval is een oude rot in het vak, zij is al ruim 9 jaar officier van justitie. Daarvoor heeft zij als rechter dienstgedaan in Haarlem. Dat brengt gelukkig mee dat zij heel veel weet, ons heel duidelijk kan vertellen wat het vak inhoudt en wat een goede officier van justitie maakt. Wat het laatste punt betreft wist zij wel waar je als goede officier aan moet voldoen: “ervaring, durf, lef hebben om je beslissing te verdedigen, kennis, besluitvaardig, snel kunnen denken, analytisch vermogen… goh wat vind ik nog meer van mezelf?”

Roseval heeft als officier een hele dynamische baan. Na het ontdekken van het criminele feit is zij vanaf de eerste minuut betrokken bij de zaak en verantwoordelijk voor de opsporing van de verdachte. “Je staat eigenlijk met je voeten in de blubber.” Hiermee doelt zij op het feit dat zij als officier centraal staat in de opsporing. Anderzijds staat zij ook weleens echt met de voeten in de blubber, want als officier moet zij ook naar de plaats delict waar bijvoorbeeld een dodelijk slachtoffer ligt. Roseval vindt het belangrijk om een goed beeld te krijgen van de plaats delict door te zien wie het slachtoffer is en hoe het slachtoffer erbij ligt. De sectie van het lichaam laat zij dan wel weer aan zich voorbijgaan: “om nou te zien hoe zo’n lichaam uit elkaar gehaald wordt, dat hoeft van mij niet. Ik kijk ook niet naar die afgrijselijke programma’s met hartoperaties.”

 De dynamiek is ook terug te vinden in de onvoorspelbaarheid van haar dagelijkse werkzaamheden. “Als je van tevoren plant om je lopende zaken voor de zitting voor te bereiden kun je dat mooi vergeten. Want nog voordat je op je stoel zit gaat de telefoon alweer.” Als centraal punt in de opsporing moet de politie voor veel bevoegdheden langs de officier: “Het opvragen van camerabeelden, het aansluiten van een telefoontap of een huiszoekingsbevel. Ik ben de eerste hobbel waar je langs moet om iets te kunnen.”

Na het onderzoek en de opsporing volgt een minstens net zo belangrijke taak voor de officier: de zitting. Hier komt al het voorwerk van de officier tot een eindpresentatie, juridisch genoemd het requisitoir. Door Roseval haar ervaring blijven de kleine zaakjes ook niet meer zo hangen. Sommige heftigere zaken maken wel indruk en eentje zal haar altijd bijblijven. Dit ging om een moord op een ouder door een kind, waarbij de nabestaanden niet alleen een ouder verliezen maar eigenlijk ook een broer of zus. Dat vond zij een droevige zaak. Maar zij moest professioneel blijven en ging vervolgens toch in beroep tegen de rechterlijke uitspraak, omdat zij het niet eens was met de strafmodaliteit. Vervolgens kwam daar niets uit en moest zij zich ook, tegen haar gevoel in, neerleggen bij de uitspraak.

Blijkbaar waren in bovenstaande zaak de rechters gevoelig voor dit schrijnende verhaal. Maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Meermaals benadrukt Roseval dat alle omstandigheden invloed hebben op de uitkomst, waaronder de rechter die voor je zit: “een rechter kan denken: ja, deze smoes kennen we al, hij krijgt geen kansen meer. Maar een andere rechter ziet dat het beter gaat met de verdachte en beloont deze stijgende lijn door lager te straffen.” Wij willen daarom weten of zij het rechtssysteem eerlijk vindt omdat iedere rechter de belangen anders afweegt. Roseval lacht en zegt: “daarom zijn er richtlijnen’’. De richtlijnen zijn voor een rechter en officier anders maar gaan uit van een doorsnee verdachte. De doorsnee verdachte bestaat niet: “een verdachte is niet zomaar een dossierstuk.” Iedere verdachte heeft een verhaal en vertelt wat er allemaal in zijn leven speelt.Maar het uiteindelijke doel van een rechter en officier is om te zorgen dat wij de verdachte nooit meer terugzien, want daar heeft de maatschappij het meest aan.” Kortom, hoe consequent het systeem is laat zij in het midden, maar zij vindt wel dat de maatschappij er baat bij heeft.

Opvallend op de zitting die wij mochten bijwonen was dat officier Roseval tussen de zaken door een alledaags gesprek voerde met de dienstdoende rechter. “Ach ja, ik kende de rechter van vroeger. Om nou te vragen hoe het bevalt in Amsterdam zal mijns inziens niet inperken op de rechtszekerheid. Daar komt bij dat we allemaal professionals zijn en serieus zijn als het moet.” Roseval heeft als officier geen haat naar rechters of advocaten al vindt zij de een wel degelijk leuker of aardiger dan de ander, daar kon zij alleen nog maar over kwijt: “dat zal ongetwijfeld ook weleens andersom het geval zijn. Dat zij denken: wat een enorme bitch.”

Gelukkig vonden wij Roseval helemaal geen bitch, maar juist een hartelijke vrouw. Wij kregen nog een uitgebreide rondleiding door het gebouw van justitie. Gek genoeg was er een gedeelde kantine voor het Paleis van Justitie en het Gerechtshof. Al kunnen de officieren niet zomaar het Gerechtshof binnenlopen, dan moeten zij toch echt naar beneden via de hoofdingang. Wij stonden nog even stil bij het prachtige uitzicht in de kantine en zagen ook het veld waar Jip als klein jochie voetbalde. Buitengekomen konden wij, al zittend aan ’t IJ, een goede start maken aan dit leuke interview.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top