IE-advocaat Marcel de Zwaan: “Kunst is maar raar, kunst is niet eenduidig.’’

spa

In advocatenkantoor Bremer & de Zwaan, gelegen pal tegenover de Westerkerk, buigt IE-advocaat Marcel de Zwaan zich over de perikelen van het auteurs-, media- en merkenrecht. In de vergaderruimte, met de toga aan de kapstok in de ene hoek en een beeld van Vrouwe Justitia in de andere, namen wij plaats.

Een wild begin/een begin ‘in het wild’?

Na afronding van zijn rechtenstudie vertrok De Zwaan naar het Max Planck Instituut in München. Dit is een wetenschappelijke instelling met onderzoeksinstituten op vele terreinen. In München staat het instituut voor Intellectuele eigendom. Door een toevallige ontmoeting  in Berlijn, belandde hij in zijn eerste werkkring bij het Holland Festival in Amsterdam, om daar voor dit internationale podiumkunstenfestival aan de slag te gaan.

Het werd een opwindende, maar ook vrij chaotische tijd, waarin van hem veel zelfstandigheid werd verwacht. Zo onderhandelde hij zonder begeleiding en ervaring in binnen- en buitenland met gezelschappen die kwamen optreden op het festival. “Het onderhandelingsaspect bleek later heel verwant aan de juridische praktijk.’’ Hij vervolgt:  Het gekke in mijn geval was dat ik niet in hoedanigheid van advocaat-stagiaire onder de behoedzame vleugels van een patroon, maar gewoon in het wild begon’’. Zo stapte De Zwaan bijvoorbeeld in het vliegtuig naar Washington en nam de ‘Amtrak’ naar New York, omdat er een dansgezelschap gecontracteerd moest worden. Zonder eerder aan de andere kant van de oceaan te zijn geweest, moest De Zwaan, met een jetlag, een dansvoorstelling bijwonen en aansluitend de zakelijke bespreking knikkebollend  tot een goed einde zien te brengen. “Voor mijn gevoel was het inmiddels al lang weer ochtend.’’

Mijn tijd als advocaat-stagiair vond ik waanzinnig relaxed.’’

Het vuurtje van de advocatuur werd aangestoken door een kort geding dat hij bezocht over  een enscenering van Wachten op Godot in een vorm waarmee de auteur van het theaterstuk, Beckett, niet kon leven. Hij maakte daarop de overstap naar Houthoff.  Het proces van op je tenen lopen had De Zwaan bij zijn eerste echte werkgever allang achter de rug. “‘Mijn tijd als advocaat-stagiair vond ik in het begin waanzinnig relaxed.’’  Lachend zei hij: Een beetje in de bieb dingen uitzoeken en slechts het hulpje zijn van de patroon vond ik enorm ontspannend’’. Hij vond de omschakeling van een jonge, informele kunstzinnige werkomgeving naar de wat grijzige ‘pakkenwereld van de advocatuur destijds wel even een dingetje, herinnert hij zich.

Kunst is maar raar

De Zwaan had al een opvallend cv toen hij naar Houthoff kwam. Naast het onderzoek in München en het werk in de kunstwereld, had hij een hoofdstuk geschreven voor een boek over “Muziek in Opdracht” en een symposium over de het auteursrecht in het theater georganiseerd met zijn toenmalige lotgenoot op het Max Planck instituut, Antoon Quaedvlieg (nu hoogleraar en advocaat). Houthoff zag het misschien daarom ook wel zitten om de oprichting van de toen nog niet bestaande praktijkgroep IE mede aan hem over te laten, waar hij zowel commerciële als kunstzinnige zaken deed.

Zo was er één waarbij het IE-recht samenkwam met het strafrecht. Het betrof de foto ‘Father and Son’ van Walter Chapell die getoond werd op het Holland Festival in de tijd dat Ivo van Hove daar directeur was. Op de foto was Chappel zelf te zien, met een erectie, en zijn eenjarige zoon in zijn armen. De kinderpornowet was net aangepast en het OM wilde wel eens weten of de opmerkelijke afbeelding niet onder de nieuwe wetsbepaling viel. De zaak belandde uiteindelijk bij de Hoge Raad die er geen kinderporno in zag.

Stilzitten of niet?

Inmiddels bevindt De Zwaan zich dagelijks achter zijn bureau in de corner office van Bremer & de Zwaan dat hij samen met zijn vrouw, Monica Bremer, runt. De Zwaan richt zich voornamelijk op het IE-recht. Bij mediazaken is spoedeisendheid ongekend groot. Het kan bijvoorbeeld gaan om een programma dat de volgende dag wordt uitgezonden. De toegang tot de rechter is dan soms dezelfde dag nog mogelijk. “Er is dan geen tijd om een pleidooi op papier voor te bereiden.”

 Over zaken waarin voor de cliënt ongewenste publiciteit centraal staat, doemt bij de vraag of je moet gaan procederen als eerste steeds het volgende dilemma op: “Als je geknipt en geschoren wordt, moet je dan stilzitten of juist niet?’’ Ofwel: Moet je de situatie op zijn beloop laten en geen procedure starten of juist in actie komen? De Zwaan wijst erop dat procederen niet altijd de beste optie is. Niet alleen ter vermijding van de ongewenste neveneffecten (de zitting komt in de pers), maar ook omdat de ware aard van het probleem meestal niet juridisch is. Het inschakelen van een communicatieadviseur kan bij negatieve publiciteit soms een betere optie zijn.

 Voor altijd huiswerk

De Zwaan raadt rechtenstudenten af om voor het IE-recht te kiezen wanneer zij die keuze slechts baseren op een liefde voor kunst, cultuur, reclame of entertainment (‘omdat die zaken zo leuk zijn’).Als het niet ook in je zit om je in het recht te verdiepen en je er inhoudelijk mee uiteen te zetten, dan wordt het ellende.’’ Hij verwijst naar een door hem vaak aangehaalde quote van Tom Hanks, omdat hij die zo passend vindt: ‘‘The only thing I knew is that I didn’t want to become a laywer, because becoming a lawyer is like having to do homework everyday!’’.

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top