Huisadvocaat van Feyenoord Joris van Benthem: ‘Komen wij uit Rotterdam, ken je dat niet horen dan?’

Joris van Benthem

Joris van Benthem is de huisadvocaat van Feyenoord en wordt door verschillende mediaplatformen bejubeld als ‘de wonderadvocaat’ vanwege zijn verdienstelijke optredens in tuchtzaken voor de club.

De Kuip. Een magische plek die tot de verbeelding spreekt. Een plek die Feyenoord-supporters een warm hart toedragen. Wanneer men denkt aan de Kuip, denkt men vooral aan de successen die worden behaald op het veld zoals het afgelopen kampioenschap en het winnen van de beker. Deze successen zijn in eerste instantie te danken aan de spelers en staf, maar er gebeurt meer achter de schermen dan je denkt. Wie zorgt er bijvoorbeeld voor dat de spelers een werkvergunning hebben waarmee zij op het veld mogen staan? En wie vecht namens Feyenoord schorsingen aan? Om op zulke vragen een antwoord te krijgen, reisden wij af naar de Maasstad voor een gesprek met Joris van Benthem.

Bij binnenkomst in de Kuip kregen wij meteen een warm gevoel bij de club, maar dat kwam misschien doordat de medewerkster achter de balie dacht dat wij voor de heaters kwamen. Wij vroegen namelijk naar meneer Van Benthem, maar in de Kuip kennen ze hem alleen als Joris. Typerend voor de toegankelijke sfeer die de club ademt.

Toen wij hem vroegen of Feyenoord ook echt zijn club was, antwoordde hij als een echte Rotterdammer:Komen wij uit Rotterdam, ken je dat niet horen dan?Joris is geboren te Rotterdam, op zijn negende verhuisd naar Rosmalen en tien jaar later weer teruggekeerd naar de Maasstad. In elke fase van zijn leven is Joris betrokken geweest bij de club. Zo ging hij vanuit Rosmalen regelmatig met zijn vader en zwager naar de Kuip en tijdens zijn studie gaf hij zelfs stadionrondleidingen als bijbaan.

In zijn dagelijkse praktijk komt het vak Sport en Recht, dat Joris aan de Erasmus Universiteit volgde, vaak terug. Het behelst veel meer dan het welbekende Natrap-arrest. Het bijzondere aan zijn vak is dat hij niet alleen te maken heeft met de reguliere wet- en regelgeving, maar ook met het verenigingsrecht. Je bent immers lid van een vereniging (de KNVB) die statuten en reglementen opstelt waar je je als lid aan hebt te houden. Zo kan je als club wel een speler aantrekken, maar als je die vervolgens niet registreert bij de KNVB, mag hij niet spelen. Daarnaast is het verboden om een speler van jonger dan 16 jaar contractueel vast te leggen, terwijl dat bijvoorbeeld bij een vakkenvuller wel mag.

Als wij de vergelijking maken tussen een sport- en spelsituatie voor de normale rechter en de KNVB-arbitragecommissie merkt Joris op dat arbitrage volgens hem een betere uitkomst biedt: “soms delen rechters mede, voordat de zaak inhoudelijk aanvangt, dat zij niets van voetbal weten. In de ogen van Joris is dat een onnodige uitspraak. Zo krijg je als advocaat het idee dat je met 1-0 achter staat. Bij arbitrage kun je zelf een rechter kiezen die op de hoogte is van de context van het voetbal. De KNVB-arbitragecommissie is dat volgens Joris naar haar aard: de KNVB heeft een uitstekend tuchtrechtsysteem.

Bij de naam Van Benthem denken de kenners aan de zaken Karsdorp, Kramer en Elia. Maar het vak dat Joris uitoefent omvat veel meer dan alleen het aanvechten van schorsingen. Hij houdt zich onder andere bezig met merkinbreuk, arbeidsconflicten en werkvergunningen, spelerscontracten, transfercontracten, verblijfsvergunningen én onroerendgoedprojecten. Meestal werkt Joris dus op de achtergrond. Maar de tuchtzaken zijn openbaar en voor de club en haar fans van groot belang. Je loopt in het oog van de journalistiek, daar moet je wel mee leren omgaan. Gelukkig heeft Joris van huis uit meegekregen om kritisch te zijn op macht en gezag, dus dat neemt hij mee in een tuchtzaak. Die aanpak lijkt te werken, want in de bovengenoemde zaken was het oordeel vrijspraak.

In tegenstelling tot berichtgeving in de media ging het in de zaak van Elia uiteindelijk niet om een vormfout waarvoor Joris pleitte, maar om onvoldoende bewijs. Joris legt uit: De scheidsrechter had überhaupt geen rode kaart ingevuld op het formulier, terwijl in het reglement staat dat je dat moet doen. Dat zegt wel iets over de inhoud van het bewijs. Kennelijk vond hij het allemaal niet zo belangrijk en is hij het vergeten. Deze fout heeft wel een rol gespeeld, maar was dus niet doorslaggevend. Een dergelijke vormfout zou overigens wel doorslaggevend kunnen zijn in andere gevallen.

Ook hebben wij het met Joris over de (toren)hoge salarissen gehad die spelers tegenwoordig verdienen. Volgens hem zijn daar een paar nuances op aan te brengen. Voetballers kunnen hun vak doorgaans slechts een periode van 10 tot 15 jaar uitoefenen, terwijl juristen dat veel langer kunnen. Daarnaast wordt het salaris gewoonweg bepaald door schaarste. Voetballers kunnen iets wat jij niet kan. Er zijn niet ieder jaar 900 voetballers in opleiding die allemaal profvoetballer gaan worden. Er zitten wel ieder jaar 900 rechtenstudenten in de studiebanken waarvan velen later door middel van hun juridische kennis hun brood gaan verdienen. Uiteindelijk is het een concurrentiestrijd en de clubs met de grootste omzet, bepalen de norm: Als het boven regent, druppelt het beneden.”

Bovendien heeft de kwaliteit van het voetbal met de hoogte van de salarissen te maken. Eén van de redenen dat de kwaliteit van het Nederlandse voetbal achterloopt in vergelijking met topcompetities in het buitenland, is dat de Nederlandse clubs veel minder geld beschikbaar hebben dan de clubs in andere (top)competities. Zo is het bedrag dat een individuele club uit de Engelse Premier League ontvangt voor televisierechten hoger dan het totaalbedrag dat alle Nederlandse clubs ontvangen. De UEFA en de FIFA zouden graag caps (limieten) op salarissen stellen maar die wens stuit op Europeesrechtelijke bezwaren. Het vrij verkeer van werknemers, diensten en kapitaal zijn immers de pijlers van de EU en daar ga je aan knagen. Om deze bezwaren te ontwijken, kijken de UEFA en de FIFA naar andere mogelijkheden zoals een maximumaantal spelers per club en de verplichting om elk seizoen break even te draaien. De toekomst zal uitwijzen of dergelijke maatregelen in lijn zijn met Europees recht of niet.

Voor lezers die een leven als huisadvocaat van een voetbalclub ambiëren, hoef je je volgens Joris niet te haasten: Ga eerst een vak leren, want als je direct uit de collegebanken bij Feyenoord komt, word je opgegeten. Na een periode als advocaat of met andere juridische werkervaring kun je bij een club terecht. In de driejarige advocatenstage leer je bijvoorbeeld een brief schrijven, procederen, onderhandelen, wel of niet schikken, wat te doen met weigerachtige ambtenaren en met rechters die net ruzie met hun vrouw hebben gehad. Dat fingerspitzengefühl heb je bij Feyenoord in ieder geval kei en keihard nodig.”

Wij schudden Joris de hand, bedanken hem voor een doeltreffend gesprek en schieten nog wat fotos als aandenken. Hoewel wij vooral geluld en niet gepoetst hebben, verlaten wij de Kuip met een kijkje achter de juridische schermen van de Rotterdamse voetbalwereld rijker.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top