Het interlandelijke adoptiesysteem: van babyfarms tot nep-ouders

Adoptie

Jarenlang konden ouders met een kinderwens een kindje uit de derde wereld ‘bestellen’, alsof het een handelswaar was. Door een kansarm kind te redden en hem of haar een toekomst in Nederland te bieden, dachten de zogenoemde wensouders iets ‘goeds te doen’. Op het adoptieformulier kruisten de ouders aan of zij een jongen of een meisje wilden en daar werd dan voor gezorgd. De vraag was er, aanbod werd gecreëerd. Klinkt simpel toch? Zo simpel, dat voormalig VVD- kamerlid Ed Nypels stelde dat de adoptie van een buitenlands kind aan nog minder regels was gebonden dan de verkoop van een zak pinda’s. Geen wonder dat er zo ongelooflijk veel misstanden aan het licht zijn gekomen.

Babyfarms

De misstanden rond interlandelijke adoptie zijn aan het licht gekomen in een snoeihard rapport van de commissie Joustra, dat op 8 februari bekend werd gemaakt. Iets waar het tv-programma Zembla al sinds 2017 over rapporteerde. Zo zou er sprake zijn geweest van kinderhandel, kinderroof, corruptie, onethisch handelen met vervalste documenten en incomplete dossiers. Geadopteerden kwamen erachter dat hun naam en geboortedatum niet klopten, of dat degenen die ze jarenlang voor hun biologische ouders hielden, dit helemaal niet bleken te zijn. Zembla onthulde ook het bestaan van Babyfarms, waar vrouwen bevielen van baby’s, welke vervolgens werden afgestaan ter adoptie. Daarnaast zouden ‘acting mothers’ – vrouwen die zich tegen betaling voordoen als de moeder van een ter adoptie aangeboden kind – een rol hebben gespeeld in louche adoptieprocedures. Al met al schrijnende voorbeelden waar geadopteerden nu, ruim dertig jaar later, nog steeds de gevolgen van ondervinden. 

Vraaggestuurde markt

In veel van deze adoptieprocedures speelde Nederland een grote rol. Niet alleen als aanvrager maar ook als private partij. Nederlandse stichtingen traden op als bemiddelaar waarmee ze de wens van ouders faciliteerden. Er ontstond een vraaggestuurde markt, waarop geen enkele toezicht en controle vanuit de Nederlandse overheid bestond. Ondanks de komst van de Adoptiewet in 1989 en het Haags adoptieverdrag in 1993, hielden veel partijen, waaronder deze stichtingen, zich niet aan de regels. De overheid keek ernaar, maar deed niets. Waren ze bang de relatie met de zendende landen te verbreken? Het was duidelijk dat het belang van de adoptieouders centraal stond, daar moest aan tegemoet gekomen worden. Het belang van het geadopteerde kind maar ook dat van de biologische ouders, dáár werd nauwelijks naar gekeken. Hoog tijd voor verandering dus.

De Staat faalt

Voornoemd rapport is het resultaat van een grootschalig onderzoek naar de rol en verantwoordelijkheid van de overheid in het interlandelijke adoptiesysteem. Interlandelijke adopties zijn als gevolg hiervan per direct opgeschort. De commissie concludeert in het rapport dat de misstanden vandaag de dag nog veel te vaak voorkomen en dat de overheid een actievere houding moet aannemen. De overheid zou namelijk al lange tijd op de hoogte zijn geweest van de ondeugdelijke praktijken. Sterker nog, in 2017 adviseert de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming al te stoppen met interlandelijke adoptie. De financiële prikkel zou een té grote rol spelen. Desondanks besluiten onder andere voormalig staatssecretaris Dijkhoff en een aantal adoptiebureaus het advies niet op te volgen. Minister Dekker laat in 2018 weten de buitenlandse overheid voor de adoptiemisstanden verantwoordelijk te houden, niet de Nederlandse overheid. Den Haag vertrouwde op het handelen van het buitenland en kwam niet in actie. 

Tijd voor actie

De jaren erop worden steeds meer zorgen uitgesproken over het fraudegevoelige adoptiesysteem. Geadopteerden willen antwoorden op vragen uit het verleden. Met juridische hulp besluiten zij de overheid aansprakelijk te stellen voor het leed dat hen is aangedaan en eisen gerechtigheid. Betrokkenheid van de Nederlandse overheid is een feit en verjaring van de adoptiezaken is geen excuus meer. De Staat heeft gefaald door adoptie over te laten aan particulieren. Het bieden van financiële steun zodat geadopteerden bijvoorbeeld een DNA- onderzoek kunnen uitvoeren, lijkt toch wel het minste dat zij kan doen. 

Inmiddels lijkt Dekker de waarheid onder ogen te willen zien en spreekt hij zijn excuses uit. Het voorstel van de commissie om een landelijk expertisecentrum op te richten, waar geadopteerden terecht kunnen voor zowel juridische als sociaalpsychologische hulp, wordt opgevolgd. Een stap in de goede richting, maar is het genoeg? Of het mogelijk is een adoptiesysteem te ontwerpen waarin wantoestanden niet meer voorkomen moet nog blijken.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top