Eveline Tjabbes: ‘‘Wil ik partner worden of wil ik leven op een manier die mij gelukkig maakt?’’

Eveline Tjabbes

Het carrièrepad van Eveline Tjabbes is allesbehalve traditioneel. Eerder was ze werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist, om vervolgens het roer om te gooien en van mentale gezondheid haar baan te maken. Al ruim 15 jaar runt Tjabbes een coachingspraktijk waar identiteitsontwikkeling en traumaverwerking onderwerp van gesprek zijn. Wat heeft haar hiertoe bewogen en wat kunnen wij als juristen in spé van haar leren? 

Vive la France 

Bij terugkomst van een tussenjaar in Frankrijk, wist Tjabbes niet wat ze wilde studeren. Daarom ging zij iets studeren wat zij simpelweg leuk vond: Franse Taal en Letterkunde. Ze had al snel een tweede studie op het oog: psychologie of rechten. Door het gebrek aan banen in de psychologische sector en haar vele rechtenstuderende huisgenoten, was de keuze voor rechten snel gemaakt. Daar waar haar eerste studie zich vooral richt op zaken als symboliek en cultuur, kent de rechtenstudie maatschappelijke aspecten. Het privaatrecht, met haar analytische casussen en herkenbare situaties, spraken haar het meest aan. 

Druk en perfectionisme

Tijdens haar student-stage bij wat nu Loyens & Loeff heet, kwam Tjabbes er al snel achter dat ze bij een kleiner kantoor aan de slag wilde. Dit omdat zij graag in rechtstreeks contact wilde staan met haar cliënten. Na haar rechtenstudie trad ze in dienst bij Van Benthem & Keulen, op de sectie personen- en familierecht. Hoe leuk het kantoor ook was, juist het cliëntcontact bezorgde haar veel stress. ‘‘Ik was mij bewust van het grote belang voor cliënten en mijn eigen onervarenheid. Dit vormde samen met mijn perfectionisme geen goede combinatie.’’ Ze vervolgt: ‘‘Daarnaast wilde ik graag interesse opbrengen in de persoon zelf, terwijl het in de advocatuur uiteindelijk alleen om het juridische verhaal gaat’’. Bij SNS Reaal, waar zij na afronding van de advocaat-stage startte, verkende ze het juridische werkveld als bedrijfsjurist. Daar voelde Tjabbes zich aanvankelijk meer op haar plek. Ze had een overkoepelende rol en werd bij verschillende afdelingen betrokken, daar waar zij zich vooral op op bedrijfsniveau gerelateerde vraagstukken richtte.

‘‘Ik ben geen jurist.’’

Toch werd het steeds duidelijker: ‘‘Ik ben geen jurist’’. Tjabbes heeft zich altijd beziggehouden met het ‘hoe en waarom’ van mensen. Ze wilde investeren in de ontwikkeling van mensen en in die van haarzelf, waardoor ze startte met een opleiding in Professionele Communicatie en Systemisch werken (familieopstellingen). Toen was er geen weg meer terug. Spijt heeft ze niet. Al knaagde soms het idee van partner worden bij een groot kantoor wel, het gekozen pad van sommigen van haar vriendinnen. In de regel wordt het partnerschap als het ultieme succes gezien en het zijn van een coach als iets wat half Nederland ‘doet’, aldus Tjabbes. Dit knagende gevoel kan zij echter makkelijk voor zichzelf ontkrachten: ‘‘Wil ik partner worden of wil ik leven op een manier die mij gelukkig maakt?’’.

Niet weten is oké

Inmiddels heeft Tjabbes haar eigen coachingspraktijk. De basis van haar werk is beantwoording van de vraag: ‘Wie ben ik en wat wil ík eigenlijk?’. Het lijkt een simpele vraag, maar het antwoord erop is dusdanig verweven met de verwachtingen uit iemands omgeving, dat het haast onmogelijk te beantwoorden is. Dat is ook niet altijd nodig, omdat juist die onwetendheid nuttig kan zijn. ‘‘Het niet weten en de chaos verduren, zorgt ervoor dat je je blik verruimt en gaat stilstaan bij wat je echt wil en wat wel en niet goed voelt.’’ Het is ook vaak een moment waarop bepaalde emoties en gebeurtenissen uit het verleden zich aandienen en verwerkt moeten worden. ‘‘Iets wat niet lukt als je constant op de rijdende trein zit naar succes.’’ De basis is volgens Tjabbes dat je jezelf toelaat dat je het een tijdje niet weet, dat je af en toe afstand neemt en omarmt dat je een tijdje niet zo lekker in je vel zit.

‘‘Van jongs af aan hebben wij geleerd ons gevoel uit te schakelen en veel met ons verstand te doen.’’ 

Het ons bewustzijn van de mindere kanten van het leven, is niet iets wat we graag doen. Ook delen die we liever mijden horen er echter bij, aldus Tjabbes. ‘‘We kennen bepaalde delen van onszelf die we liever niet zien, zoals onzekerheid, het niet weten.’’ Dat is iets wat kenmerkend aan de Westerse cultuur. ‘‘Van jongs af aan hebben wij geleerd ons gevoel uit te schakelen en veel met ons verstand te doen.’’ Dit staat volgens Tjabbes in schril contrast met de Oosterse filosofie. Mindfulness is daar onderdeel van het onderwijs. Zo leren kinderen al jong te vertrouwen op hun eigen wijsheid.   

Scholen en bedrijven aan zet

Het bespreekbaarder maken van alle aspecten van het leven is iets waar volgens Tjabbes veel winst mee kan worden behaald. ‘‘Er ontstaat dan minder gejaagdheid om altijd maar de beste versie van jezelf te zijn.’’ Die bespreekbaarheid kan volgens Tjabbes al op de lagere school plaatsvinden. ‘Wat is mentale gezondheid en waar hebben we het dan over?’ is een goed vertrekpunt. Ook bedrijven zijn aan zet. ‘‘Wanneer werknemers gezien worden als geheel en wanneer zij niet zo hard hoeven te werken om ‘de beste versie’ van zichzelf te zijn, houden zij het langer vol en blijven ze gemotiveerder.’’ Volgens Tjabbes kent ieder mens immers het diepe verlangen echt te worden gezien. ‘‘Het aanbieden van persoonlijke ontwikkelingstrajecten is voor bedrijven daarom een goede stap.’’

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top