Oud-minister van Financiën Jan Kees de Jager: ‘Ik ben groot voorstander van het starten van een eigen bedrijf tijdens je studententijd.’

Jan Kees de Jager

Samen met een studievriend richtte Jan Kees de Jager in zijn studententijd ISM eCompany op, een IT-bedrijf dat vandaag de dag actief is op het gebied van e-Commerce en e-Learning, en waar wereldwijd meer dan 300 mensen werkzaam zijn. Na een uitstapje naar de politiek – waar hij tussen 2007 en 2012 staatssecretaris en later minister van Financiën was – is Jan Kees de Jager binnen ISM eCompany opnieuw actief, nu als parttime strategisch partner. In Nederland is ISM gevestigd in de voormalige Van Nellefabriek te Rotterdam, een industrieel rijksmonument uit de jaren ’20.

Waarom bent u naast uw studie economie ook nog de studie rechten gaan volgen?

“De directe aanleiding was dat ik eerst aan Universiteit Nyenrode bedrijfskunde gedaan had, wat een heel intensief programma was. Daarna kwam ik aan de Erasmus Universiteit om economie te studeren en ik voelde toch dat ik er meer naast kon doen. Ook was ik toen al aan het nadenken om een eigen bedrijf te starten en rechten vond ik interessant omdat naast kennis over financiën en accountancy ook juridische kennis daarbij essentieel is. Rechten is een brede studie waar je analytisch leert nadenken. Daarbij was ik toen al aan het nadenken over een IT-bedrijf, waaraan ook allerlei juridische aspecten zouden zitten, bij- voorbeeld op het gebied van intellectueel eigendom. Pragmatisch kon ik de studie er dus goed bij doen en ook inhoudelijk sprak rechten mij aan om de hierboven genoemde redenen.”

Vindt u dat de studie rechten voor u goed bij de praktijk heeft aangesloten?

“In mijn latere tijd, zowel als ondernemer, maar ook als bewindspersoon – in de executieve macht maar ook als medewetgever – heb ik veel aan de rechtenstudie gehad. Als ondernemer is het bijvoorbeeld heel prettig om kennis te hebben over aansprakelijkheidskwesties, algemene voorwaarden of het opstellen en lezen van contracten. Vooral Amerikaanse contracten zijn dikke stapels papier en de rechtenstudie heeft me geleerd om daar snel, begrijpend doorheen te gaan en net de essentie er uit te pikken.

Als staatssecretaris ben je de baas van een heel groot uitvoeringsapparaat: de belastingdienst, de douane, de FIOD, waar ook veel juridische issues aan zitten over wat je wel of niet kan doen. Natuurlijk heb ik daarnaast ook heel veel wetgeving gedaan, en het feit dat je dan jurist bent is ook erg bevorderlijk.”

Wat voor rol vervult u nu precies bij ISM eCompany?

“Ik heb nu een hele vrije rol. Na de politiek wilde ik hier niet terug in het management, maar ik heb wel mijn aandelen weer terug, die waren tijdens mijn periode als bewindspersoon weggezet in een stichting die ze beheerde. Nu ben ik als strategisch partner ongeveer twee dagen per week actief en dan met name op het gebied van internationale expansie. Zo heb ik recentelijk geholpen om in New York en Sri Lanka kantoren op te richten. Met name in Sri Lanka is er nu veel werk te doen omdat dat een grote vestiging wordt, waar op termijn zo’n 170 mensen moeten te komen werken. Daar ben ik de afgelopen maanden dan ook een paar keer langs geweest. Daarnaast geef ik veel lezingen, in binnenland en buitenland, en ook help ik een aantal start-ups, omdat ik dat gewoon leuk vind om te doen.

Ook in mijn huidige rol bij het werken aan internationale expansie heb ik zeker wat aan mijn juridische achtergrond. Bij het oprichten van een bedrijf in Sri Lanka praat je bijvoorbeeld met juristen, moet je statuten hebben en maak je contracten met de overheid. Continu ben je bezig met juridische vraagstukken, over intellectueel eigendom, op fiscaal gebied, over huurcontracten van kantoorpanden, arbeidscontracten en vele andere dingen. Als je jurist bent leer je andere rechtssystemen ook veel makkelijker en begrijp je veel makkelijker wat daar over wordt verteld. De combinatie met een economische achtergrond vind ik overigens wel heel prettig omdat je dan tevens gelijk alle cijfers er achter begrijpt. Die kennis geeft mij in het buitenland een goede basis om zaken te doen.”

Wat voor mogelijkheden ziet u voor juristen in het bedrijfsleven?

“Er zijn eigenlijk drie belangrijke redenen waarom je studeert. Dat is ‘kennis’, overigens misschien van de drie misschien wel de minst belangrijke, omdat je kennis op allerlei manieren kunt opdoen. De tweede reden is dat studeren je een academisch raamwerk meegeeft, over hoe je analytisch bepaalde problemen kunt benaderen en waar je informatie kunt vinden. Tenslotte is een studie eigenlijk een lange intelligentietest, om te laten zien dat je niet alleen slim, maar ook gemotiveerd bent, om in een bepaalde tijd, met bepaalde resultaten een studie te doen. Als je dan ook nog actief bent geweest met iets anders, en je hebt je studie gehaald met goede resultaten en in een redelijke tijd, dan laat je zien dat je zelfstandig kunt werken en ook de hersens hebt om iets te doen.

Ik zou zowel diegene die nog nadenken om rechten te gaan studeren, maar ook diegene die bijna afstuderen er op willen wijzen dat het standaard carrièrepad van ‘oh ik ga wel naar de zuid-as’ prima oké kan zijn – en als dat je droom is en je dat nog steeds wil, moet je dat ook gewoon doen – maar dat ze niet moeten vergeten dat er ook een wereld voor ze openligt bij het echte bedrijfsleven, waar dingen worden bedacht en gemaakt. Zo zijn bij ISM recentelijk twee afgestudeerde rechtenstudenten begonnen die gelijk heel veel verantwoordelijkheid hebben voor internationale projecten. Dat is heel breed, er zitten ook juridische aspecten aan, maar die aspecten zijn maar een klein onderdeel van het werk, dat ook gaat over bijvoorbeeld marketing of personeel- management; veel breder dan een functie binnen de advocatuur. Niks ten nadele van dat laatste, advocatuur is een prachtig beroep, maar ik denk dat er veel mensen zijn die dat te makkelijk kiezen, omdat ze hun kansen onvoldoende hebben getoetst daarbuiten, en misschien juist daarbuiten wel veel gelukkiger zouden worden omdat je daar een heel brede wereld aantreft.”

Wat voor rol kunnen juristen spelen binnen de politiek of de overheid?

“Rechten is een hele brede studie, er zijn veel juristen in de politiek. De politiek heeft geen bepaalde opleiding. Politicologie is meestal voor diegene die de politiek bestuderen, maar de mensen die het uitvoeren zijn meestal economen, bedrijfskundigen, juristen, van alles eigenlijk, zelfs mensen die geschiedenis gedaan hebben zitten erbij. Als mix is het zeker goed als er in Tweede Kamerfracties enkele juristen zitten voor bijvoorbeeld de wetgeving. In de Eerste Kamer is het ook belangrijk wanneer de kwaliteit van de wetgeving getoetst kan worden, dus dan is het ook van belang dat binnen iedere fractie een goede wetgevingsjurist is. Maar ook een goede privaatrechtjurist is nuttig en voor een goede justitiewoordvoerder is het bijvoorbeeld handig als hij of zij het strafrecht kent. Er is dus relatief veel ruimte voor juristen, maar wel altijd in een mix met ander soorten studies.

Binnen de overheid heb je ook veel wetgevingsjuristen die wetgeving moeten voorbereiden of beleidsvoorbereiders die de minister en de staatssecretaris kunnen onder- steunen. Daar zitten best wel veel juristen ook tussen die bezig zijn met kwaliteit wetgeving en beleid, en dan is rechten een goede achtergrond.”

Hoe bent u vanuit het bedrijfsleven de politiek ingekomen?

“Hier op kantoor werd ik gebeld door Jan Peter Balkenende, om mij te polsen voor het staatssecretariaat van Financiën. Ik zat met ISM namens het innovatief MKB in het Innovatieplatform, waar hij voorzitter van was. Daar had ik een aantal jaren heel veel plannen en ideeën over hoe alles beter kon, en na zijn telefoontje zou ik als staatssecretaris zelf alles kunnen veranderen en verbeteren. Als je zelf altijd kritiek hebt hoe het beter kan en dan gevraagd wordt door de minister president om het stuur zelf in handen te nemen vind ik niet dat je ‘nee’ kan zeggen. Ik heb er nog wel even over moeten nadenken, want zo’n stap betekent dat je je hele bedrijf opzij moet schuiven. Ik ben dit bedrijf met een zakenpartner begonnen, maar inmiddels was er ook al een derde directeur bijgekomen en zij dachten wel dat ze het samen konden oppakken. Na zo’n telefoontje krijg je maar kort de tijd om na te denken en toen heb ik dus ‘ja’ gezegd. Staatssecretaris van Financiën is erg interessant omdat je naast wetgeving en beleid ook de grootste uitvoerder binnen het kabinet bent, aangezien een kwart van alle rijksambtenaren onder jouw valt, waaronder de belastingdienst met meer dan 30.000 werknemers. Ik heb toen direct ook heel veel moeten managen terwijl je dat in de politiek verder niet zo veel doet. Als minister was ik later wel aan het crisis managen, maar dat is anders dan het leiden van een heel grote organisatie.

Nadat ik toezegde heb ik direct tegen Balkenende gezegd dat ik voor één periode commitment zou geven, vier jaar, want ik wilde weer terug naar het bedrijfsleven. Uiteindelijk ben ik tussentijds nog minister geweest omdat het kabinet viel en heb ik mijzelf voor nog een periode verbonden, maar na zes jaar vond ik het een mooie tijd geweest. Ik heb een hele mooie ervaring gehad maar ben echt een bedrijfslevenman. Ik hoop dat er meer mensen uit het bedrijfsleven de weg naar de politiek vinden, ook ondernemers, maar ik wilde na die periode toch niet ingaan op verzoeken om op welke manier ook in de politiek te blijven, bijvoorbeeld als lijsttrekker.”

Wat zou u willen meegeven aan studenten die ook een eigen onderneming willen beginnen?

“Ik ben er een groot voorstander van dat je tijdens je studententijd al probeert om een bedrijf te starten. Uit onderzoek blijkt dat dat vaak succesvolle bedrijven zijn. Van de jonge generatie bedrijven die succesvol zijn hebben de meeste oprichters wel een universitaire achtergrond. Ook blijkt uit onderzoek dat hoogopgeleide mensen als ondernemer vaak meer toegevoegde waarde hebben dan als werknemer in loondienst, terwijl dat voor laagopgeleide mensen andersom is. Eén van mijn belangrijkste adviezen is om met iemand anders te beginnen. Succes is 10% inspiratie en 90% transpiratie. Je moet hard werken en met z’n tweeën motiveer je elkaar makkelijker, kun je elkaars hiaten opvullen en heb je een luisterend oor als er iets misgaat. Dan is het veel makkelijker om je tijdens een moeilijkere periode, die je ook eens zult krijgen, heen te slaan. Begin als rechtenstudent bijvoorbeeld met een technische student of met iemand die economie of bedrijfskunde doet. Op internetgebied liggen nog steeds heel veel mogelijkheden. Een ander advies is om met andere ondernemers te praten. Iedereen kent in zijn of haar omgeving wel een succesvolle ondernemer, of anders via-via. Heel veel ondernemers zijn bereid om andere, startende ondernemers gewoon even op de goede weg te helpen.”

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top