Coronawet: haastige spoed is zelden goed

column-coronawet

Op het initiële wetsvoorstel van juli 2020 de ‘Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19’, ook wel de coronawet,  werd vanuit meerdere hoeken kritiek geuit. De Raad voor de Rechtspraak was kritisch over de ruim geformuleerde normen in de wet, terwijl volgens de Raad juist zorgvuldigheid is geboden. De Raad van State zette daarnaast vraagtekens bij de manier waarop de democratische controle van de coronamaatregelen was geregeld in het wetsvoorstel. Na vele onderhandelingen ligt er inmiddels een nieuw, geamendeerd wetsvoorstel klaar. Met de tijdelijke coronawet wil het kabinet voor de langere termijn een wettelijke basis bieden voor maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. 

Wettelijke basis coronamaatregelen

In de coronawet wil het kabinet de tijdelijke noodverordeningen vastleggen die in de afgelopen maanden zijn uitgevaardigd. In de noodverordeningen werd onder andere minder dan anderhalve meter afstand houden en samenkomsten met meer dan drie personen strafbaar gesteld. Daarnaast moesten onder andere horecaondernemers, casino’s en ondernemers met een ‘contactberoep’, zoals kappers en nagelstudio’s hun zaak gesloten houden. Met de tijdelijke wet geeft het kabinet de coronamaatregelen een stevigere wettelijke basis. Waar noodverordeningen dienen voor (crisis)situaties van beperkte tijd, kan de tijdelijke spoedwet langer blijven bestaan. De nieuwe wet zal de ‘anderhalvemeternorm’ reguleren en gedragsvoorschriften voor onder meer het bezoeken van openbare plekken, het organiseren van evenementen en het uitoefenen van bepaalde beroepen. Ook kunnen op grond van de nieuwe wet hygiënemaatregelen verplicht worden gesteld en nieuwe ministeriële regelingen uitgevaardigd worden.

Hevige kritiek 

Op het initiële wetsvoorstel van 13 juli 2020 werd veel kritiek geuit. Er bestonden grote zorgen over de duur en de reikwijdte van de wet, die ministers de macht geeft zonder toestemming van het parlement verregaande maatregelen te treffen. De Raad van State plaatste kanttekeningen bij de mogelijkheden van de Tweede Kamer om de coronamaatregelen te controleren en adviseerde de tijdelijke wet niet voor een jaar te laten gelden zoals in de eerste versie geregeld was, maar voor een half jaar, met de mogelijkheid tot verlenging totdat het virus geen bedreiging meer vormt. De Raad van State was niet de enige met kritiek op de eerste versie van het wetsvoorstel van het kabinet. De Raad voor de Rechtspraak noemde de ruim geformuleerde normen in de wet onwenselijk voor de rechtszekerheid. Niet alleen voor burgers, maar ook voor handhavers en rechters is het belangrijk dat de bepalingen helder zijn, omdat anders het risico bestaat op rechtsongelijkheid en willekeur. De Raad is van mening dat juist zorgvuldigheid is geboden, omdat het wetsvoorstel en de daarop gebaseerde regelgeving beperkingen van grondrechten kunnen opleveren, zoals het recht op privacy, familieleven, vereniging en vergadering en godsdienstvrijheid. Ook de Nederlandse Orde van Advocaten uitte kritiek op de vage normen en de duur van de ingrijpende wet. 

Democratische controle en van kortere duur

Als reactie op de kritieken is het wetsvoorstel op meerdere vlakken aangepast. De amendementen zijn het resultaat van onderhandelingen van de coalitie- en oppositiepartijen GroenLinks, PvdA, SGP en 50Plus. Door de voorgestelde wijzigingen krijgt de Tweede Kamer meer invloed. Een van de aanpassingen van het nieuwe wetsvoorstel regelt dat de Kamer een coronamaatregel van het kabinet vooraf kan tegenhouden als ze die ongewenst vindt. In zeer dringende omstandigheden kan het kabinet wel direct ingrijpen, maar ook dan kan de Kamer de maatregel binnen een week terugdraaien. Daarnaast geldt de tijdelijke wet niet voor één jaar, maar slechts voor drie maanden. Het parlement moet telkens na drie maanden instemmen met verlenging voor nog eens maximaal drie maanden. Verder is het boetebedrag voor het niet hanteren van de anderhalve meter van 390 naar 95 euro verlaagd en garandeert de coronawet bewoners van verzorgingshuizen het recht op minstens één bezoeker.

Hoewel spoed geboden was bij het instellen van de noodverordeningen om het virus te bestrijden, bleek het vormgeven van de tijdelijke coronawet meer tijd te vergen. Inmiddels heeft de Tweede Kamer de wet met een ruime meerderheid aangenomen en op 26 en 27 oktober aanstaande zal de Eerste Kamer zich over het geamendeerde wetsvoorstel buigen. 

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top