Advocaten Anna van Bracht en Claire Reynaers: “Ambitie is ook voor vrouwen niet langer een vies woord”

spa

Zij zijn beiden werkzaam als advocaten in het arbeidsrecht: Anna van Bracht bij Baker McKenzie en Claire Reynaers bij Houthoff. Een paar jaar geleden leerden zij elkaar kennen toen zij beiden aan hun eerste baan begonnen bij Baker McKenzie. Daar is toen in korte tijd een hechte band tussen de twee ontstaan. Ondanks dat hun wegen op werkvlak zijn gescheiden, zijn zij altijd goede vriendinnen gebleven. Wanneer wij arriveren bij het statige kantoor van Houthoff op de Zuidas, neemt Reynaers ons al kletsend mee naar de 23everdieping. In een vergaderzaal met uitzicht op de skyline van Amsterdam spreken wij de dames over hun passie voor het arbeidsrecht en de weg naar de top. 

Een beetje feeling

Van Bracht studeerde af aan de Universiteit Leiden in het civiele recht met als accent arbeidsrecht. Het feit dat het zo tot de verbeelding spreekt, is wat Van Bracht zo leuk vindt aan het arbeidsrecht. “Je kunt heel goed voor je zien wat er gebeurt als bijvoorbeeld een werknemer ziek wordt of iets gestolen heeft. Je weet gelijk wat je aan het doen bent en je moet vaak snel adviseren.” Reynaers rondde twee masters af, de master Strafrecht en de master Ondernemingsrecht met een arbeidsrechtelijke component. “Het is een pré als je breed bent opgeleid. Als ik bijvoorbeeld meewerk aan een grote deal, dan helpt het dat ik ook een beetje feeling heb met het ondernemingsrecht.” Ook al doet Reynaers niet veel meer met haar master Strafrecht, toch komt ook die kennis nog steeds van pas in grote onderzoeken naar werknemers. “Zo sta ik momenteel een werkgever bij in een zaak tegen een gedetineerde werknemer.”

“Op arbeidsrechtelijk vlak zit je echt bij het DNA van het bedrijf”

Zowel Reynaers als Van Bracht kozen beide bewust voor een groot kantoor na het afronden van hun studie. “Bij advocatenkantoren zoals Baker McKenzie en Houthoff behandel je spraakmakende zaken die je terugziet in kranten en op het nieuws. Dat was voor mij een trigger. Ik vind dat spannend en uitdagend!”, aldus Van Bracht. Enthousiast vult Reynaers aan dat je bij dit soort kantoren echt van alles doet. Zo werk je mee aan deals op M&A-gebied waarbij ook arbeidsrechtelijke vraagstukken een rol spelen, zoals een reorganisatie of een overgang van onderneming. Daarnaast onderhandel je met vakbonden in het kader van stakingen, voer je complexe procedures en geef je boardroom adviezen. “Op arbeidsrechtelijk vlak zit je echt bij het DNA van het bedrijf.” Daarnaast staat Reynaers met regelmaat voor de rechter. “Ik procedeer ook veel. Dat moet je leuk vinden en toevallig vind ik dat heel leuk!”

Ultimum remedium

Voor Van Bracht is een collectief ontslag het meest uitdagend om te doen. “Het is niet leuk, want er gaan soms veel banen verloren, maar arbeidsrechtelijk is het heel interessant. Je moet over veel aspecten nadenken en je moet ervoor zorgen dat de communicatie zowel intern als extern goed is.” Verder is Van Bracht op kantoor veel bezig met innovatie. Trots vertelt zij ons over twee apps die zij momenteel aan het ontwikkelen is en die in de toekomst door cliënten gebruikt gaan worden. De ene app geeft informatie over de ontslagprocedure en de andere app over wanneer de ondernemingsraad ergens bij betrokken moet worden. Voor Reynaers zijn de leukste zaken die waarin alles samenkomt. De zaak die haar toch wel het meest is bijgebleven, is een zaak waarin lijfsdwang ten uitvoer werd gelegd. “Civiele gijzeling is het zwaarste dwangmiddel in het civiel recht, een ultimum remedium. Daar zijn er maar twee of drie van in Nederland met een arbeidsrechtelijke component.”

Voornamelijk vrouwen

Dat het arbeidsrecht een vakgebied is waarin opvallend veel vrouwen werkzaam zijn, wordt enigszins bevestigd door het aantal vrouwen in de teams van Reynaers en Van Bracht. Waar dit precies aan ligt, kunnen zij ons niet vertellen. Op de afdeling arbeidsrecht bij Baker McKenzie lopen wel wat mannen rond, maar volgens Van Bracht zijn zij nog steeds in de minderheid. Eén van de drie vrouwelijke partners op haar sectie is Mirjam de Blécourt, een belangrijke voorvechter van diversiteit en gelijke behandeling van vrouwen. Bij Houthoff is het team wel divers, maar ook daar is het merendeel nog altijd vrouw. Daarnaast kent het team bij Houthoff zijn eigen voorvechter van vrouwenrechten: partner Edward de Bock.

“Zij merkten ook niet zoveel van het onderscheid tussen mannen en vrouwen, totdat zij zelf partner wilden worden”

Wanneer wij Reynaers en Van Bracht vragen naar hun visie op de positie van vrouwen aan de top, dan zijn zij het over het volgende eens: “Er is een stijgende lijn, maar we zijn er nog niet”. Reynaers verklaart: “Wat al anders is dan vroeger, is dat de generatie vrouwen voor ons hun plek aan de tafel nu echt hebben verdiend. Niet alleen aan de onderhandelingstafel, maar ook aan de partnertafel. Ambitie is ook voor vrouwen niet langer een vies woord”. Zelf ervaren Reynaers en Van Bracht nog geen onderscheid tussen mannen en vrouwen in hun weg naar de top. “Je bent natuurlijk wel vrouw, maar je bent ook gewoon mens. Uiteindelijk gaat het om kwaliteit en kwaliteit komt bovendrijven, ongeacht of je nu man of vrouw bent, tenminste dat idee heb ik bij Houthoff wel zeker als ik kijk naar het arbeidsrechtteam”, aldus Reynaers. Van Bracht haakt daarop in: “Ik werk op een sectie met drie vrouwelijke partners en ik krijg daar veel mogelijkheden, maar ik krijg ook hun verhalen mee”. Zij vervolgt: “Mirjam de Blécourt en de andere partners merkten ook niet zoveel van het onderscheid tussen mannen en vrouwen, totdat zij zelf partner wilden worden”. Om die reden is het volgens Van Bracht en Reynaers belangrijk dat het werk van de voorvechters van vrouwenrechten wordt voortgezet. “Het is aan onze generatie om te laten zien dat wij verder uitbreiden wat onze collega’s voor ons hebben neergezet, zodat de weg naar de top zo meteen voor mannen en vrouwen gelijk is.”

 

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top