Als hoogleraar straf(proces)recht aan Tilburg University houdt Elies van Sliedregt zich voornamelijk bezig met de berechting van internationale misdrijven. Hiervoor bekleedde zij soortgelijke posities aan de University of Leeds en de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast is zij lid van de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) en de Koninklijk Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Haar expertise biedt inzicht in de rol van het internationaal strafrecht in een veranderende wereld.
Veranderende tijdsgeest
Van Sliedregt zag het internationaal recht sinds haar studententijd een behoorlijke verandering ondergaan. ‘In de jaren negentig was het internationaal recht echt een up-and-coming field dat volop in ontwikkeling was.’ Talloze tribunalen werden opgericht en na de val van de Berlijnse muur ontstond een enorme drang om de grootmachten op één lijn te krijgen. Volgens de hoogleraar is haar carrière voortgestuwd op de golven van het succes van het internationaal strafrecht. Het vertrouwen dat men in de jaren negentig nog had in het internationaal recht, is veranderd in cynisme. Wereldleiders twijfelen openlijk aan het systeem en de effectiviteit van het internationaal recht. Volgens Van Sliedregt is het alleen niet zo makkelijk om simpelweg te zeggen: ‘we hebben het niet meer nodig’.
Het valt Van Sliedregt daarom ook tegen dat Nederland onder Jetten-I nauwelijks verantwoordelijkheid neemt als pleitbezorger van het internationaal recht. Zo schetste minister Berendsen, na de aanval van Trump op Iran, dat het internationaal recht niet het enige kader is waardoor men kan kijken. Wat de hoogleraar betreft mag de regering het internationaal recht juist met meer enthousiasme verdedigen. Den Haag, de stad van Vrede en Recht, huisvest de twee bekendste internationale hoven. In het verleden heeft Nederland zich ook nadrukkelijk op zijn reputatie als gastheer van het internationaal recht geprofileerd. Van Sliedregt vindt dat Nederland als gastland de plicht heeft om het volkenrecht te beschermen. ‘Ik snap de realpolitik van de minister, maar bij de speciale positie van Nederland hoort noblesse oblige.’
De wisselwerking tussen nationaal en internationaal
Van Sliedregt legt uit dat in Nederland buitenlanders die elders internationale misdrijven hebben begaan, alleen hier berecht kunnen worden als zij zich in Nederland bevinden. Veel van de internationale strafzaken in Nederland komen voort uit de asielketen. Ook Nederlanders kunnen voor internationale misdrijven vervolgd worden. Zo is in maart 2026 een Nederlandse vrouw veroordeeld voor het tot slaaf maken van een Jezidi-vrouw in Syrië, een misdrijf tegen de menselijkheid. Dit laat zien hoe nationale en internationale opsporings- en vervolgingsinstanties middels samenwerking misdrijven tegen de menselijkheid berechten.
‘Binnen de Europese Unie wordt er veel waarde gehecht aan het vervolgen van internationale misdrijven’
Van Sliedregt geeft aan dat het ontzettend complex is om internationale misdrijven op nationaal niveau te vervolgen. Als land ben je afhankelijk van buitenlandse instanties voor het vergaren van bewijs. De Wet internationale misdrijven geeft Nederland een goede wettelijke basis voor het vervolgen van internationale misdrijven. Volgens Van Sliedregt biedt samenwerking tussen landen nog meer kansen. ‘Binnen de Europese Unie wordt veel waarde gehecht aan het vervolgen van internationale misdrijven.’ Zij noemt als voorbeeld het Genocide Netwerk van EuroJust. Landen buiten Europa zien het succes van dit soort modellen. De Europese Commissie is nu ook actief bezig met het exporteren hiervan. Zo is er een zusterverband opgezet: het PacificJust Network.
Pijnpunten
Het grootste kritiekpunt op het internationaal strafrecht is de selectiviteit. Volgens critici zouden (inter)nationale strafgerechten louter onderdanen van minder machtige landen vervolgen. Van Sliedregt is het eens met deze kritiek en benadrukt dat het lastig is om onderdanen van machtige staten te vervolgen. Daarnaast vindt de hoogleraar dat de lacunes die er zijn op internationaal niveau niet zomaar hersteld kunnen worden op nationaal niveau. ‘Op nationaal niveau wordt er vaker gekeken naar daders die lager in de hiërarchie staan.’ Vanwege immuniteitskwesties kunnen machthebbers vaak enkel door internationale tribunalen worden vervolgd. Desondanks moet deze kritiek volgens Van Sliedregt niets wegnemen van wat landen wél voor elkaar krijgen.
Dat het internationaal strafhof beperkt is, blijkt uit het opzetten van nieuwe tribunalen. Bijvoorbeeld het verwachte Agressietribunaal dat dient om de Russische vijandigheid tegen Oekraïne te vervolgen en te berechten. De hoogleraar geeft aan dat dit komt doordat het internationaal strafhof op het gebied van agressie een heel beperkte rechtsmacht heeft. Zij betreurt dit en hoopt dat het wordt rechtgetrokken met het gewone rechtsmachtsregime van het strafhof. De CAVV heeft de Nederlandse regering geadviseerd het Agressietribunaal te zien als een aanvulling op het strafhof.
‘Als staten niet willen, dan willen ze niet’
De grootste zwakte van het internationaal strafhof is haar afhankelijkheid. Voor het vergaren van bewijs en het aanhouden en overbrengen naar Den Haag, is welwillendheid van lidstaten vereist. Van Sliedregt ziet dat landen die geen partij zijn, zoals Israël en de Verenigde Staten, het hof actief tegenwerken. Met het oog op hedendaagse internationale spanningen vraagt de hoogleraar zich af of de tribunalen uit de jaren negentig nog steeds succesvol zouden zijn. ‘Als staten niet willen, dan willen ze niet.’ Dit ziet Van Sliedregt als een van de grootste uitdagingen van de komende tijd. Aan rechtenstudenten met een voorliefde voor het internationaal strafrecht, wil Van Sliedregt wat meegeven: vergeet het nationaal recht niet. Daarnaast roept ze studenten op zich hard te maken voor de rechtsstaat. ‘Soms is het alleen nog maar de rechter die de waarden van de rechtsstaat beschermt.’


