Wie college heeft gehad van prof. dr. Sébastien De Rey zal hem vast en zeker beschrijven als een inspirerende docent met een liefde voor het privaatrecht. Naast zijn werkzaamheden op de universiteit heeft De Rey een rol gespeeld bij de recente modernisering van het Burgerlijk Wetboek van België, dat sinds de tijd van Napoleon bijna ongewijzigd van kracht was. De Rey ging met ons in gesprek over zijn interesse in het privaatrecht, zijn rol in de hervorming van het Belgisch Burgerlijk Wetboek en zijn advies aan rechtenstudenten.
Het privaatrecht is overal
Toen De Rey zijn studie Rechtsgeleerdheid in Leuven begon, ambieerde hij een carrière op het tableau. Richting het einde van zijn studie werd hij echter ‘gescout’ door één van zijn professoren die hem overhaalde te promoveren binnen het privaatrecht. ‘Eenmaal begonnen aan dat proefschrift ben ik mijn hart verloren aan de universiteit.’ Sinds het verdedigen van deze dissertatie heeft De Rey gedoceerd aan verschillende universiteiten, waaronder de Universiteit van Amsterdam en de KU Leuven. Bij studenten die van De Rey les hebben gehad zal het zijn opgevallen dat hij een kenmerkende doceerstijl heeft. Hij loopt tijdens het college tussen de collegebanken rond en gaat actief in discussie met zijn studenten. Op die manier vormt hij samen met de studenten het college en heeft hij menig studentenhart warmgemaakt voor het privaatrecht.
‘Het privaatrecht structureert op een stille, bijna onzichtbare wijze onze samenleving’
De Rey’s eigen interesse in het privaatrecht komt voort uit het feit dat het overal aanwezig is. ‘Het privaatrecht structureert op een stille, bijna onzichtbare wijze onze samenleving.’ Daarnaast spreekt de beginselmatigheid van het privaatrecht De Rey aan. Er is veel ruimte voor interpretatie en men moet er dus creatief mee omgaan. Dit was zeker het geval in België, waar tot voor kort de Code Napoléon uit 1804 ongewijzigd van kracht was. Om tweehonderd jaar na dato nog van betekenis te zijn, moesten deze oude wetsartikelen op een manier uitgelegd worden dat zij antwoordden op de rechtsvragen van de tegenwoordige tijd.
Il faut toucher les lois avec une main tremblante: wetswijziging met een bevende hand
Toen zelfs de Fransen in 2016 de Code Napoléon hervormden, riskeerde België het enige land te zijn waar deze in ongewijzigde vorm zou bestaan. De Belgische regering besloot daarom het Belgisch Burgerlijk Wetboek te moderniseren. De toen kersverse doctor werd als een van de commissieleden aangesteld om het boek over de bijzondere overeenkomsten te schrijven. ‘Er was maar één instructie van de minister: maak een hapklare brok.’ De Rey vertelt hoe de commissie deze herculische taak letterlijk begon met het projecteren van een leeg document op het scherm en vervolgens elk wetsartikel heeft doorgenomen. ‘Is die goed of is die niet goed, willen we de kern behouden of daarvan afwijken?’
‘Geen Big Bang, maar een evolutie’
Hoewel de commissie veel vrijheid kreeg, was er bij hervorming uiteraard terughoudendheid geboden. De Rey haalt het gedachtegoed van Montesquieu aan: het wijzigen van de wet moet de hand van de wetgever doen beven. Er moet goed stil worden gestaan bij de gevolgen van verandering. De wettekst moest bruikbaar blijven voor juristen en niet zijn essentie verliezen. ‘Geen Big Bang, maar een evolutie’, aldus De Rey. Daarbij komt dat de tekst zowel in het Nederlands als in het Frans dezelfde betekenis moest dragen. Als de commissie geen consensus bereikte, liet deze de kwestie over aan de invulling van de rechter. ‘Soms hebben we onze tong afgebeten.’ De grootste uitdaging was volgens De Rey het feit dat de nieuwe tekst bestand moest zijn tegen de tand des tijds. ‘Mijn hand beefde soms wanneer ik besefte dat wat wij aan het opstellen waren, lang moest meegaan.’
‘Enfin, ik hoop dat het Burgerlijk Wetboek honderd jaar mag meegaan, misschien zelfs tweehonderd’
De wetsbepalingen van de Code Napoléon bevatten lacunes omdat deze niet altijd toekomstige ontwikkelingen hadden weten op te vangen. Door de eeuwen heen zijn deze leemten deels opgevuld door rechtspraak. De commissie heeft deze rechtspraak dan ook voor een groot deel gecodificeerd maar heeft ook hervormd. Bij hervorming heeft de commissie getracht de wettekst steeds zo open mogelijk op te schrijven zodat deze toekomstbestendig is. Het was immers onder andere de beginselmatigheid van de Code Napoléon die ervoor zorgde dat deze meer dan tweehonderd jaar heeft kunnen doorstaan. De commissie heeft steeds een balans getroffen tussen ‘voldoende duidelijk zijn in de wetsbepaling’ maar deze toch op een manier opschrijven dat er niet bij elke ontwikkeling een wetswijziging nodig is. ‘Enfin, ik hoop dat het Burgerlijk Wetboek honderd jaar mag meegaan, misschien zelfs tweehonderd jaar’, concludeert De Rey.
Het recht leidt naar alles
Met een wet die bestendig is tegen de tijd kan de volgende generatie aan juristen dus vooruit. Voor die volgende generatie stelde De Rey ooit het boek Brieven aan jonge juristen samen. In deze compilatie van brieven geven eminente juristen hun carrièreadvies. Op de vraag welk advies De Rey zelf aan rechtenstudenten mee zou willen geven, antwoordt hij met het Franse gezegde le droit mène à tout (het recht leidt naar alles). Maak je niet te veel zorgen, plan niet al te veel en laat je bovenal verrassen door waar het recht jou brengt. ‘Als je hard werkt, ga je op een dag – al is het niet meteen – daarvan de vruchten plukken’, aldus prof. dr. Sébastien De Rey.


