Zaak Hümeyra: verouderde maximumstraf op doodslag verleden tijd?

column-zaak-humeyra

Ministers Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) hebben een wetsvoorstel ingediend om de maximale gevangenisstraf voor doodslag te verhogen van 15 naar 25 jaar. Hiermee willen de ministers het verschil met de maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord, te weten 30 jaar, verkleinen. Zowel bij moord als bij doodslag gaat het om het opzettelijk doden van iemand, alleen gebeurt dit bij doodslag in een opwelling. Vorig jaar vroeg de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van de zaak Hümeyra, de politiek al om een heroverweging van de strafmaat. 

De zaak Hümeyra

In de zaak Hümeyra ging het om de 32-jarige Bekir E. die een korte affaire had met een 16-jarig meisje, genaamd Hümeyra. De affaire eindigde met een periode waarin Bekir E. het meisje hevig stalkte, bedreigde en uiteindelijk met zeven gerichte schoten in de fietsenstalling van het Design College in Rotterdam doodschoot. Bekir E. stelde dat hij het meisje niet had willen doodschieten. Dit gebeurde volgens hem in een opwelling toen hij met haar wilde praten en zij wegrende. 

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om te kunnen spreken van een vooropgezet plan en dat het dus ging om doodslag. De rechter motiveerde dat wanneer je écht acht maanden rondloopt met een moordplan, het onlogisch is om dat op klaarlichte dag op een school te doen. Hierdoor viel de straf lager uit dan de door het OM geëiste twintig jaar op grond van moord. Volgens de rechtbank is er in feite sprake van een executie van Hümeyra. Vervolgens werd openlijk de vraag gesteld of een maximale gevangenisstraf van vijftien jaar, zoals nu in de wet staat, nog wel goed is. 

Verouderde strafmaat

Ministers Grapperhaus en Dekker zijn van mening dat de maximumstraf voor doodslag nu geen recht doet aan de ernst van het vergrijp. Zij stellen dat doodslag voor onherstelbaar leed zorgt bij de nabestaanden van slachtoffers en leidt tot gevoelens van afkeer en onveiligheid in de samenleving. Daarnaast zijn er verschillende signalen uit de rechtspraktijk dat het huidige strafmaximum bij zeer ernstige gevallen van doodslag als knellend wordt ervaren. In de toelichting bij het wetsvoorstel benadrukken de ministers dat de maximale straf voor doodslag al sinds 1886 op vijftien jaar staat, terwijl de maximale tijdelijke straf voor moord in 2006 nog is verhoogd naar dertig jaar. 

Ook OM-topman Gerrit van der Burg pleitte begin van dit jaar al voor het verhogen van de maximale straf voor doodslag. In een interview met Trouw laat hij weten dat het volgens hem goed zou zijn als het verschil tussen doodslag en moord wat meer rechtgetrokken zou worden. Doleuze delicten kunnen volgens hem ook een sluitstuk zijn van een kwalijk patroon. Ook wanneer het juridisch niet te bewijzen is dat het om moord gaat, zou het volgens van der Burg goed zijn als het verschil wat meer wordt rechtgetrokken. 

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is afgelopen 24 september in consultatie gegaan en deze consultatie duurde tot 18 november. Wanneer het wetsvoorstel aangenomen wordt, zal in het artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht de maximale straf van ‘ten hoogste vijftien jaren’ worden vervangen door ‘ten hoogste vijfentwintig jaren’. De datum waarop de wet in werking zal treden wordt bij koninklijk besluit bepaald. Uit het wetsvoorstel blijkt dat de verwachting is dat de verhoging van het strafmaximum ook zal leiden tot een gemiddelde verzwaring van de strafeis door het openbaar ministerie en de strafoplegging door de rechter. De gemiddelde duur van de tenuitvoerlegging van straffen kan hierdoor eveneens toenemen. Dit geldt ook voor de duur van de periode waarin de reclassering aan gedetineerden begeleiding biedt. 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top