Voormalig HOvJ Jet Hoogendijk: “Nu is het leuk afwachten welke zaak je op zitting krijgt”

My Post

Jet Hoogendijk is rechter in opleiding bij de rechtbank van Amsterdam. Zij heeft afgelopen jaar het Openbaar Ministerie, waar zij hoofdofficier was, achter zich gelaten om deze lang gekoesterde wens te verwezenlijken. Wij spraken haar in Amsterdam over het interessante pad dat zij heeft bewandeld. 

Hoofdofficier terug in de schoolbanken

Hoogendijk heeft rechten gestudeerd in Amsterdam. Verrassend genoeg was zij niet gelijk gegrepen door het strafrecht, laat staan door het beroep officier van justitie. In eerste instantie was zij van plan om civiel rechter te worden. Tijdens de Raio-opleiding bleek haar hart toch ergens anders te liggen. Het Openbaar Ministerie trok haar aandacht en zo maakte ze haar plan: eerst een tijdje werken als officier en dan de overstap naar rechter maken. Deze stap duurde echter langer dan gepland en heeft 22 jaar op zich laten wachten. Dat wil niet zeggen dat het rechterschap haar tegenstond. De oprechte lach die op het gezicht van Hoogendijk verschijnt als we het over haar huidige RIO-opleiding hebben, spreekt boekdelen. Hoogendijk volgt een opleiding tot rechter van twaalf maanden. Zij vertelt dat het soms best gek kan zijn om door leeftijdsgenoten opgeleid te worden. Tegelijkertijd denkt ze dat dit ook voor hen geldt. 

“Je gaat alleen bij programma’s zitten als het meerwaarde heeft voor de zaak en de zaak er echt om vraagt.”

Als hoofdofficier van justitie leidde Hoogendijk een druk bestaan. Vroeger bestond een piketdienst uit een hele werkweek plus weekend. Zo werd ze vaak ‘s nachts uit haar bed gebeld. Los van de onregelmatige werktijden is het zonder meer een zwaar vak. Hoogendijk zegt de ernstige feiten goed van zich af te kunnen zetten, maar soms wil dat niet lukken. Het ergste vond zij de zaak Robert M. Het feit dat de slachtoffers zo jong waren en dat zij hier bewust op waren uitgekozen, zodat ze niks konden verklaren, vond zij het meest vreselijke eraan. “We hebben toen met veel ouders gesproken en dan denk je: hoe zou je er zelf mee omgaan?”

De zaak Robert M. is niet de enige spraakmakende zaak die Hoogendijk heeft behandeld. Zo was zij onder andere ook betrokken bij de zaak van Anne Faber en Koen Everink. Deze zaken zijn natuurlijk groots uitgelicht in de media. Zelf is Hoogendijk toentertijd wel eens op televisie verschenen. Het is heel bewust kiezen: wat doe je wel en wat doe je niet. Je gaat alleen bij programma’s zitten als het meerwaarde heeft voor de zaak en de zaak er echt om vraagt.” Hoogendijk vond het fijn om meer uitleg te kunnen geven over de desbetreffende zaak en het werk op de achtergrond. Hierdoor kon ook het verwijt worden tegengesproken dat het werk allemaal vanuit een ivoren toren wordt gedaan en het OM of de rechtspraak zo ver weg lijkt. “Het is wel heel spannend, want je bent als de dood dat je iets verkeerds zegt, dat je je verspreekt.”

Dat het werk niet uit een ivoren toren wordt gedaan moge duidelijk zijn. Hoogendijk was als officier nauw betrokken bij het opsporingsonderzoek en stuurde veel mensen aan. Zo gaf zij bijvoorbeeld toestemming aan arrestatieteams voor hun inzet. Die verantwoordelijkheid dragen is best lastig. Als het twijfelachtig was om een arrestatieteam of de normale agent in te zetten, koos zij soms toch voor de veilige optie: Niet de wijkagent maar mensen die wat meer aan hebben.’’ De veiligheid van de politiemensen staat bij Hoogendijk dan ook hoog in het vaandel. Voor haar eigen veiligheid is Hoogendijk nooit echt bang geweest. Zij heeft, naar eigen zeggen, daarmee wel geluk gehad. 

Geen Valentino’s voor rechter Hoogendijk

Hoogendijk vindt het erg leuk om als rechter in gesprek te gaan met de verdachte. Als officier ga je staan en heb je een verhaal en een standpunt. Als rechter kan je veel meer met een verdachte in gesprek gaan: goh hoe zat dit dan?” Lachend haalt Hoogendijk een zaak aan waarin zij een jonge verdachte op zitting had waarbij twee paar gloednieuwe Valentino schoenen waren gevonden van 600 euro per stuk. Toen Hoogendijk verbaasd was dat hij deze zomaar had gekregen, vroeg hij haar: Krijgt u dat dan niet?’’ Waarop zij antwoordde: Nee, natuurlijk niet. Van wie zou ik die krijgen?’’ Deze interactie op zitting is haar veel waard. Dat komt overeen met haar interesse in de persoonlijke kant van de verdachte en de vraag waarom iemand het heeft gedaan. Vervolgens is zij benieuwd wat een verdachte echt zou kunnen helpen en richt zij het vonnis hier ook op in. Naast dat de interactie haar veel waard is, vindt zij de zittingen als rechter ook heel erg leuk. In tegenstelling tot het werk van de hoofdofficier, die de zitting vooraf compleet voorbereid, is de zitting voor een rechter anders. “Nu is het leuk afwachten welke zaak je op zitting krijgt.”

“Dan denkt de verdachte: wat is dat nou voor een onafhankelijke rechter?”

Bij de rechtbank Amsterdam behandelt Hoogendijk, conform haar wens, zaken die te maken hebben met verdachten die kampen met psychische problemen en/of verslavingen. Naast verdachten, vindt Hoogendijk het fijn slachtoffers te spreken op zitting zodat ze hun verhaal kunnen doen en je op deze manier iets voor hen kan betekenen. Laatst had zij, als rechter, een slachtoffer op zitting dat haar heftige verhaal zelf vertelde. Zij deed het zo goed en dat wilde ik graag zeggen maar zoiets kun je natuurlijk niet uitspreken. Dan denkt de verdachte: wat is dat nou voor een onafhankelijke rechter? Daar heb ik niks aan!’’ 

Hoogendijk heeft altijd hard gewerkt en geniet nu eindelijk van een normaal weekend en normale avonden’’. Zij hoopt de komende jaren heel goed te worden als rechter en bijzondere zaken te mogen doen. Aan studenten geeft zij de tip om veel stages te lopen en actief te zijn door met mensen te spreken.

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top