Strafrechter Ria Francke: ‘Zaken met dodelijke slachtoffers blijven je altijd bij’

Website format

Bijna twintig jaar geleden betrad rechter Ria Francke voor het eerst de wereld van het strafrecht. Dit vakgebied werd al snel haar vaste en vertrouwde plek. Francke heeft het vak zien veranderen, de werkdruk zien stijgen en talloze indrukwekkende dossiers voorbij zien komen. In die jaren ontwikkelde zij een scherp oog voor zowel de mens als het systeem achter iedere zaak. Haar betrokkenheid en bevlogenheid zijn onveranderd. Wij spraken Francke over haar loopbaan, de onverwachte weg naar de rechtspraak, grote zaken en het bijzondere beroep dat zij nog altijd met plezier uitoefent. 

Geen strak geplande route 

Francke had niet het idee dat zij ooit in de rechtspraak zou belanden. ‘Ik wilde helemaal geen rechten doen, ik wilde Engels studeren.’ Haar vader vroeg zich af of men daar eigenlijk wel een boterham mee kon verdienen. Rechten werd uiteindelijk een pragmatische keuze. Na haar afstuderen in 1991 kwam Francke terecht op een lastige arbeidsmarkt. ‘Het was geen geweldige tijd voor juristen: ik solliciteerde op alles.’ Uiteindelijk startte Francke bij het toenmalige Gemeenschappelijke Administratiekantoor, nu het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Daar werkte zij tien jaar als jurist en tijdelijk als leidinggevende, in het bestuursrecht. Zij behandelde dossiers omtrent uitkeringen en voorzieningen, deed bezwaar- en beroepszaken en vertegenwoordigde het bestuursorgaan in de rechtszaal. 

‘Op een gegeven moment dacht ik: volgens mij kan ik dit eigenlijk wel beter dan jullie’ 

In 2001 werd Francke gerechtsauditeur bij de Centrale Raad van Beroep, hier leerde zij het juridische proces van binnenuit kennen. In deze ondersteunende rol was zij verantwoordelijk voor het voorbereiden van zaken en het schrijven van uitspraken. Door dicht op het werk van de raadsheren te zitten, merkte zij dat zittingen niet altijd aansloten bij de zorgvuldige voorbereidingen die eraan voorafgingen. ‘Op een gegeven moment dacht ik: volgens mij kan ik dit eigenlijk wel beter dan jullie.’ Die gedrevenheid bleef niet onopgemerkt. Haar collega-raadsheren moedigden haar aan om de stap naar de rechterlijke macht te zetten. Francke kreeg een opleidingsplek bij de Rechtbank Noord-Holland waar zij verplicht in het strafrecht startte. ‘Ik dacht: dat wordt niks, want ik weet eigenlijk helemaal niks van strafrecht.’ Na de eerste weken sloeg dat om. ‘Ik vond het meteen helemaal geweldig.’ 

Bewaken van kwaliteit

Dezer dagen is werkdruk een bekend thema binnen het strafrecht, maar Francke probeert daar met structuur en voorbereiding zo goed mogelijk mee om te gaan. Zittingsdagen zijn vaak strak gepland. ‘Soms zit je zes uur op zitting, soms maar tweeënhalf’. Advocaten kunnen lang pleiten, maar daar trekt Francke een grens. ‘Dan moet ik zeggen: “Dit heeft u drie keer verteld, gaat u door naar het volgende punt”.’ Tegelijkertijd weet zij dat ingrijpen ook tijd kost. Daarom wordt tegenwoordig bij de wat meer complexe strafzaken vooraf aan advocaten en officieren gevraagd hoeveel tijd zij denken nodig te hebben voor hun pleidooi. 

‘Een verdachte krijgt de aandacht die hij verdient’ 

De uitdaging zit vooral in de afwisseling tussen eenvoudige en complexe zaken. De aandacht voor kwaliteit wordt het meest zichtbaar in omvangrijke dossiers, waar de logistiek soms net zo zwaar weegt als de inhoud. Grote strafzaken vragen dat een voorzitter voortdurend schakelt. ‘Wat kan vandaag, wat moet later, en wat heeft de verdachte nu nodig?’ Volgens Francke is het essentieel om steeds open te staan voor het volledige verhaal en bereid te zijn dat zorgvuldig te verkennen. Zij houdt vast aan het principe dat zorgvuldigheid nooit mag wijken voor tijdsdruk: ‘Een verdachte krijgt de aandacht die hij verdient.’ 

Menselijke impact 

In haar carrière behandelde Francke meerdere grote strafzaken, maar de Diamantroof op Schiphol-zaak springt er voor haar nog steeds uit. Met elf verdachten werd het een complex geheel. Bij deze meervoudige strafprocedures moet zij rekening houden met talloze factoren: de beschikbaarheid van advocaten, de planning van het Openbaar Ministerie, eventuele onderzoekswensen en zelfs de indeling van de zittingszaal. In de avond tekende Francke aan de keukentafel de zittingszaal letterlijk uit. ‘Dan pak ik zo’n groot vel en ga ik bedenken: waar moet iedereen zitten?’ Zelfs microfoons en beveiliging moesten tot in detail worden afgestemd. Als voorzitter kwam zij pas als laatste toe aan het lezen van het dossier. ‘Je bent de hele tijd van alles aan het regelen.’ 

‘Slachtoffers of nabestaanden hebben een grote rol en kunnen hun spreekrecht uitoefenen, dat maakt indruk’ 

Naast grote en logistiek ingewikkelde dossiers zijn het vooral de menselijke verhalen die Francke zijn bijgebleven. ‘Slachtoffers of nabestaanden hebben een grote rol en kunnen hun spreekrecht uitoefenen, dat maakt indruk.’ Een van de meest aangrijpende momenten betrof een zaak met een ernstig verkeersongeval waarbij drie jonge mannen om het leven kwamen. Ze herinnert zich de volle zaal, de ouders, andere familieleden en de jonge verdachte die nauwelijks begreep wat er was gebeurd. Ook andere zaken laten diepe sporen na, zoals de moord op een minderjarige jongen die terechtgekomen was in de drugswereld. ‘Zaken met dodelijke slachtoffers blijven je altijd bij.’

Voldoende levenservaring 

Juist vanwege die menselijke impact benadrukt Francke hoe belangrijk het is dat rechters voldoende levenservaring meebrengen. Jonge juristen adviseert zij daarom om niet te snel de rechtspraak in te stappen. ‘Eerst een aantal jaar ergens anders ervaring opdoen: je moet niet te jong zijn.’ Voor studenten die willen ontdekken of het vak bij hen past, bestaat een laagdrempelige mogelijkheid. Bij elke rechtbank begint jaarlijks een tweejarig traineeprogramma, waarin plek is voor twee trainees. ‘Dan krijg je echt een inkijk in de rechtspraak.’

 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top