RSJ Raadslid Juan de Lange: “Je gaat naar de gevangenis als straf en niet voor straf”

interview-juan-de-lange

Strafprocessen halen regelmatig het nieuws, maar na de veroordeling houdt de verslaggeving vaak op. Voor een veroordeelde begint hier pas echt zijn of haar straf. Wat als er onrechtvaardige beslissingen over hem of haar worden genomen in de gevangenis? Wanneer en bij wie kan een gedetineerde dan terecht? Rechter Juan de Lange vertelt mij, coronaproof via Zoom, over zijn nevenfunctie als Raadslid van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). 

De weg naar de RSJ

Hoewel De Lange Rechtsgeleerdheid ging studeren omdat hij niet goed wist wat anders, voelt hij zich geheel op zijn plek als strafrechter in Rotterdam en als raadslid van de RSJ. Hij heeft geen moment spijt gehad van zijn studiekeuze en raakte al snel bevlogen door het penitentiair recht. Na te zijn afgestudeerd in het Strafrecht, heeft De Lange zijn proefschrift geschreven over het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT) en de invloed van de adviesrapporten van het CPT op de Nederlandse detentiesituatie. Niet alleen in zijn onderzoek kwam het penitentiair recht terug, hij gaf dit vak ook op de Erasmus Universiteit. Hierna begon De Lange bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad: “een enthousiaste club jonge mensen die een passie hebben voor het strafrecht”. De Lange noemt het een fantastische baan. “Je mag er meewerken aan de mooiste strafzaken. En hoewel je het niet zou verwachten, is de werksfeer bij de Hoge Raad heel informeel”. Inmiddels is De Lange nu vijf jaar rechter en werkt hij twee jaar bij de beroepscommissie van de RSJ. 

“Voor een zitting gaan we naar de PI toe.”

Het proces van beklag en beroep

Voordat De Lange raadslid van de RSJ werd, is hij ook lid geweest van de beklagcommissie van de Commissie van Toezicht (CvT). Dit is het eerste station waar gedetineerden met hun klacht terecht kunnen. Zij kunnen hier terecht als zij het oneens zijn met beslissingen die jegens hen zijn gemaakt door de directeur van de penitentiaire inrichting (PI). “Denk bijvoorbeeld aan disciplinaire straffen, plaatsing in de isoleercel of dwangbehandeling met medicatie.” De CvT bestaat, net zoals de beroepscommissie van de RSJ, zoveel mogelijk uit mensen afkomstig uit verschillende disciplines. “Binnen de RSJ hebben we juristen, mensen uit de wetenschap, psychologen, (ex-)burgemeesters en politiemensen.” 

Mocht de directeur of de gedetineerde het niet eens zijn met de uitspraak van de CvT, dan kunnen zij beroep instellen bij de beroepscommissie van de RSJ. Hier komt De Lange om de hoek kijken. De raadsleden van de beroepscommissie kijken nogmaals naar de zaak en beslissen op zitting of doen schriftelijk uitspraak. “Voor een zitting gaan we naar de PI toe.” De zitting vindt dan plaats in een spreekkamer met grote tafels, waar drie raadsleden plus secretaris aan de ene kant zitten en aan de andere kant de gedetineerde met eventueel een advocaat en een vertegenwoordiger van de PI. 

Meer dan een juridische procedure

Naast de rechtsprekende taak heeft de RSJ ook een adviserende taak. De RSJ adviseert (gevraagd en ongevraagd) de ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over jeugdigen en de uitvoering van straffen en maatregelen.  De rechtsprekende en adviserende taken van de RSJ zijn strikt gescheiden om conflicterende belangen te voorkomen. Ook de CvT heeft een bredere taak dan alleen de beklagprocedure. Klachten van gedetineerden worden in de eerste plaats zoveel mogelijk door bemiddeling opgelost. Zo worden veel beklagprocedures voorkomen. “Je moet toch verder met elkaar en bij een juridische procedure sta je lijnrecht tegenover elkaar”. Volgens De Lange is het dan ook altijd het beste om eerst te proberen om met elkaar rond de tafel te gaan zitten. 

”Wat voor een buitenstaander misschien een futiliteit is, kan voor een gedetineerde heel belangrijk zijn.”

Aanstelleritis of begrijpelijk?

Ondanks het relatief gunstige detentieklimaat in Nederland, wordt er door de gedetineerden veel geklaagd. De Lange beschrijft sommigen dan ook als “veelklagers” en legt uit dat de ene klacht de andere niet is, maar benadrukt tegelijkertijd: ”Wat voor een buitenstaander misschien een futiliteit is, kan voor een gedetineerde heel belangrijk zijn.” Een gedetineerde is beroofd van zijn vrijheid en een extra opgelegde beperking of sanctie kan grote impact hebben. Daar moet je tegen kunnen opkomen. Zoals De Lange mooi verwoordt: “Je gaat naar de gevangenis als straf en niet voor straf.” Alle zaken worden heel serieus benaderd. 

Begrip voor detentie 

Het werk voor de RSJ werkt ook door in het werk als rechter. De Lange beschouwt het, met zijn achtergrond, als zijn taak om in raadkamer aandacht te vestigen op wat een vrijheidsstraf met iemand doet. “Als je wil weten of een gevangenisstraf een passende sanctie is, dan moet je ook goed weten wat die sanctie inhoudt.” Volgens De Lange moet een rechter weten wat zich afspeelt in detentie. Hij haalt de volgende stelling uit zijn proefschrift aan: “iedere strafrechter die een gevangenisstraf oplegt moet eens in de zoveel tijd een gevangenis bezoeken om te kijken hoe het er daar aan toe gaat”.

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top