Partner Litigation Tim de Greve: “Ik heb ze allemaal naar het putje geprocedeerd”

My Post

Wanneer een bedrijf écht in de shit zit, wordt Tim de Greve gebeld. Eerst als advocaat en later als partner op de litigation-praktijk van Stibbe, staat De Greve geregeld in de rechtszaal. Hier weet hij zijn wederpartij keer op keer te verrassen door af te wijken van de standaard pleitregels en creatief te zijn in zijn pleidooi. Wij spraken hem over het pleiten, de zin en onzin van de juridische wereld en over zaken die hem zijn bijgebleven.

Eng goed voorbereid

Al voor zijn afstuderen procedeerde De Greve bij de kantonrechter en werkte hij zich op als de jurist van een bedrijf dat in de problemen zat. Het was niet zo dat hij als zestienjarige per se advocaat wilde worden, maar gelet op zijn karakter was dat uiteindelijk wel logisch. Waar je interesse ligt, ben je vaak ook goed in en zodoende stuurt hij nu zijn eigen praktijk aan. Dat deze procespraktijk onderscheidend is, wordt al vrij snel duidelijk. Anders dan bij M&A, ben je in de rol waarin ik zit klassiek de dominus litis. Bij de transactie sta je naast de cliënt, wij staan voor de cliënt.” 

“Heel veel advocaten willen gewoon graag met hun eigen snuit op de tv of in de krant”

 

De zaken waar De Greve zich mee bezighoudt zijn veelal zeer complex en kunnen daardoor jaren duren. Dit geeft hem wel de ruimte om zich compleet in te graven in het feitenonderzoek. In de rechtszaal komt hij op die manier voor weinig verrassingen te staan. “Ik bereid me eng goed voor op de zitting, daar worden mensen hier op kantoor ook tureluurs van. Mijn aanpak is zeker niet altijd de goedkoopste manier van procederen.” Dit houdt in dat hij soms met cliënten de looproute in de rechtbank oefent, zodat ze op de dag van zitting niet gefotografeerd worden vanuit een hoek die er op voorhand verdacht uit zou zien. Foto’s en krantenkoppen horen er als advocaat in deze tak van sport bij. Al heeft de advocaat, volgens De Greve, in principe nul komma nul belang bij het opzoeken van de pers. “Veel advocaten die je vaak in de media ziet, denken daar anders over, maar die willen gewoon graag met hun eigen snuit op de tv of in de krant.” Het belang van de cliënt gaat altijd voor. Toch moet je als advocaat ook tegen hen durven zeggen: we doen het zo. In de eerder genoemde complexe zaken strekt het werk zich veel verder uit dan alleen die van de advocaat. “Het gaat veel verder dan alleen juridische vragen over causaal verband. Er is ook gewoon sprake van een onderneming die moet overleven en verder moet.” 

Boomerang effect 

Als advocaat ben je onafhankelijk van je cliënt, maar partijdig voor je cliënt. “Als er gewoon een commercieel geschil is en de cliënt wil dit tot een minimum beperken, moet je daar een heel eind in kunnen meegaan.” Over de zaken die hem echter altijd bij zullen blijven, kan hij bijzonder gepassioneerd vertellen. “Er zijn zaken waar mijn juridische hart echt sneller van gaat kloppen, waar ik nog steeds woedend van kan worden.” Als voorbeeld geeft hij een bloembollenteler die ten onrechte aan de grond genageld werd door een wederpartij die bestond uit gladde heren en dames met dure pakken en sigaren. Het kwam zelfs tot een punt dat zijn cliënt zijn hulp niet meer kon betalen. De Greve is toen naar het bestuur van zijn kantoor gestapt en vertelde dat, ook al betaalde de cliënt hen even niet, hij gewoon door ging zetten. Daar is het kantoor in mee gegaan en niet zonder resultaat. “Ik heb ze allemaal naar het putje geprocedeerd.” Hij vervolgt: “Alle wederpartijen hebben bakzeil moeten halen en zijn failliet gegaan. Vervolgens zijn de bestuurders van die wederpartij aansprakelijk gehouden en persoonlijk failliet gegaan. Er is geen zaak geweest met zo’n groot boomerang effect.” 

“Er zijn zaken waar mijn juridische hart echt sneller van gaat kloppen, waar ik nog steeds woedend van kan worden.” 

De wijze waarop De Greve in de rechtszaal – in zijn eigen woorden – zijn versie van het gelijk verkoopt, is anders dan anders. “De wederpartij wordt vaak horendol van mij, omdat ik altijd iets anders doe dan ze verwachten.” Hij vindt dat er vrij omgegaan moet worden met het debat bij de rechter. “De regels over hoe je moet pleiten, dat is gewoon lulkoek. Je moet jezelf zijn.” Daarnaast vindt hij dat er veel te weinig wordt gelachen in de rechtszaal. Elkaar op de hak nemen hoort erbij, vindt hij. Dat doet niets af aan de serieusheid van de zaken. “Pleiten is voor mij echt topsport.”

Blijf kritisch

De Greve vertelt dat hij niet terugdeinst voor een zaak die op papier juridisch klopt in het voordeel van de wederpartij. In zijn ogen is niets zo dynamisch als het recht. Hij illustreert dit aan de hand van een zaak waarbij de wetgever in zijn opinie outdated was. “Wie is dat nou, de wetgever? Iemand met een ribbroek in de jaren ’80? Alsof dat een soort hogere autoriteit is! Hij vervolgt: “Als men toen wist hoe men de wet nu tracht toe te passen, zou de wet anders geluid hebben.” De rechter gaf hem gelijk. Hij benadrukt het belang om altijd kritisch te blijven en niets zomaar aan te nemen. “Als je met je gevoel kan beredeneren waarom iets zo moet zijn, dan is er eigenlijk altijd een juridische route. En zo niet, dan moet je beter je best doen.”

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top