Mededingingsrecht advocaat Floris ten Have: ‘Vroeger moest je je bek houden, hard werken en lang blijven zitten’

Floris

Floris ten Have werkt al meer dan 10 jaar in het mededingingsrecht. Het geeft hem nog met enige regelmaat hoofdpijn omdat hij moet bedenken hoe het nu weer moet. Misschien niet het allerbekendste rechtsgebied voor studenten, dus hoog tijd om daar verandering in te brengen. Daarnaast vertelt Floris openhartig over de veranderingen in de top van de advocatuur én zijn tijd bij het New Yorkse advocatenkantoor Quinn Emanuel Urquhart & Sullivan.

“Ik vond de rechtenstudie in het algemeen niet zo. Maar ik behoor tot de gelukkige club die meteen die klik had met het mededingingsrecht, waardoor ik geen onzekerheid meer had over mijn keuze.” Hierdoor wist Floris dat hij de advocatuur in wilde. Na zijn student-stage op deze afdeling is hij blijven plakken bij het advocatenkantoor Stibbe.

First things first: mededingingsrecht? Dit is het recht dat, kort gezegd, over het proces van concurrentie op de markt gaat. Zo kun je denken aan regels met betrekking tot gedragingen die een eerlijke concurrentie in de weg staan, zoals het kartelverbod. Doordat dit rechtsgebied zich voornamelijk focust op de markt en het marktgedrag van bedrijven, komen er meer economische aspecten en beslissingen bij kijken dan in andere rechtsgebieden. “Ik word blij van de dynamiek en de actie, het feit dat je niet in een isolement aan het acteren bent. Je bent echt onderdeel van iets groters.” Daarnaast is de mededingingspraktijk ontzettend internationaal. Om het te vergelijken: “Arbeidsrecht is Nederlands recht, punt. Het is alleen maar relevant als er iets in Nederland gaande is. Mededingingsrecht is een Europees terrein, zelfs mondiaal terrein.”

Floris wist na een paar jaar bij Stibbe al dat hij naar New York wilde. Waar veel van ons bij New York aan het vrijheidsbeeld en broadway denken, dacht Floris meteen aan het mededingingsrecht. Enthousiast vertelt hij: “Daar is het ooit begonnen! De grote en belangrijke ontwikkelingen gebeuren daar. De manier waarop het mededingingsrecht wordt toegepast in Amerika waait pas later over naar Europa. Het is heel vet om een tijdje bij de kern te zitten!” Als ik hem vraag of veel mensen zo’n passie voor het vak hebben dat zij voor ‘de kern’ naar Amerika willen afreizen, antwoordt hij bescheiden: “Nou…. Die mensen zijn er vast en zeker.” Het is mij in ieder geval duidelijk dat Floris tot de gelukkige club behoort die de klik met zijn rechtsgebied ook altijd heeft behouden.

Het mededingingsrecht was niet de enige reden dat Floris het zo vet vond in New York, de Amerikaanse advocatuur is dé mondiale top. De professionaliteit, de snelheid en het enthousiasme is er extreem hoog. “Dat is iets waar wij in Nederland nog op achterlopen. In zekere zin ook maar goed, want de Amerikaanse top werkt aanzienlijk harder dan dat we hier werken. Daar is work-life balance gewoon écht niet aan de orde.” De mensen die daar vast in dienst zijn, draaien weken van 70 tot 90 uur en dan hebben we het over een normale week. De uitschieters komen daar nog bovenop…

Floris merkt dat dit in de Nederlandse advocatuur geleidelijk aan het veranderen is. Vroeger was het nog zo dat je 70 uur op kantoor zat. Dit wordt (gelukkig) steeds flexibeler: je moet zelf kunnen beslissen wanneer je werkt, waar je werkt en hoe je werkt. In het verleden werd men volgens Floris soms wat meer geleid door maatschappelijke verwachtingen, wat men gehouden was om te doen. “Dat is eigenlijk gewoon simpelweg je bek houden, hard werken en lang op dezelfde plek zitten.” Die dingen worden steeds meer vervangen door de behoefte van mensen om energie te halen uit de groep mensen om zich heen. Dit merkt hij ook aan het wensenlijstje voor nieuw instromende advocaten: “Je kunt Harvard hebben gedaan en alleen maar tienen hebben gehaald, maar als je niet past in wat wij denken dat qua groep werkt, gaat het wat mij betreft niet gebeuren. Daarnaast: als je als bachelor-student alleen maar negens hebt gehaald, denk ik: wat heb je dan gedaan in je leven?” Dit is overigens zijn mening, niet per se die van kantoor. Floris geeft toe dat de Zuidas als zodanig hier nog behoorlijk wat stappen in te zetten heeft, men ziet nog steeds graag die tienen en Harvard.

Floris vindt het belangrijk dat studenten, voordat zij de werkende wereld instappen, eerst testen of de advocatuur echt wat voor hen is. “Ga niet het vak in omdat het iets is wat erg wordt gedreven door wat jouw omgeving van je verwacht, of het nu je familie of je vrienden zijn. Hiervoor is het té intensief en ingrijpend”. Daarnaast, wees niet te jong. Er is geen haast en het gaat absoluut geen invloed hebben op jouw kansen als je er een jaartje extra over doet.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top