Jonathan Soeharno: “Wie bepaalt er nou of iemand geloofwaardig is?”

Jonathan Soeharno

Jonathan Soeharno leidt een druk bestaan, als hoogleraar en advocaat. Na een lange weg, en achtereenvolgens theologie, filosofie en rechten te hebben gestudeerd, kwam hij terecht bij de Brauw Blackstone Westbroek. In een kleine vergaderzaal op The Rock spreken wij hem kort en bondig over zijn dubbelleven.

Soeharno begon bij de afdeling Finance in dezelfde tijd dat Lehman Brothers viel (red. 2008). Naarmate de tijd vorderde, verschoof zijn praktijk naar ethiek, ook binnen de financiële sector. Dit sloot goed aan bij de studies die hij voor rechten deed, namelijk filosofie en theologie. Hij was onder meer betrokken bij de invoering van de bankierseed en het tuchtrecht voor banken. Daarnaast wordt hij gepolst door andere advocaten(kantoren) en bedrijven als er iets aan de hand is met ethiek of integriteit. En een groeiende praktijk is aansprakelijkheid voor ethische schendingen. Onze vraag of hij hierover een voorbeeld kan geven, wordt ontkennend beantwoord. “Advocaten hebben een geheimhoudingsplicht. En dit zijn gevoelige zaken.”

“Wie bepaalt er nou of iemand geloofwaardig is?”

Soeharno heeft geen geplaveid pad gevolgd op weg naar de functies van advocaat en professor. Twee jaar lang heeft hij andere dingen gedaan, bijvoorbeeld gereisd door de Verenigde Staten om vrijwilligerswerk te doen en als bassist van een band. Maar op gegeven moment dacht hij toch: “Om nog vijftig jaar te reizen door de Verenigde Staten als bassist gaat misschien wat ver”. Toen bedacht hij te gaan studeren en het moest iets zijn waar psychologie, geschiedenis en filosofie in zouden zitten. Soeharno belde toen zijn oude lerares Latijn op, haar toenmalige vriend was filosoof, om advies te vragen. Het koppel suggereerde de studie theologie. Hij vond de studie achteraf waanzinnig. Erna volgde al snel filosofie.

Daarna werd hij docent en promovendus op de Rechtenfaculteit. Dit klonk ons een beetje apart in de oren. Maar hij verklaarde al snel dat hij docent rechtsfilosofie was, wat een stuk logischer klonk, aangezien hij als filosoof afgestudeerd was in de rechtsfilosofie. Alsof theologie en filosofie nog niet genoeg waren, begon Soeharno in de avonduren van zijn promotie aan zijn studie Rechtsgeleerdheid. Aanleiding daarvoor was om een gevoel te krijgen met wat rechters (red. zijn promotieonderwerp) zelf deden. “Toen kreeg ik goederenrecht, en dat vond ik zo leuk dat ik er iets mee wilde gaan doen.”

Geloofwaardige rechters

Hij is gepromoveerd op een proefschrift over de integriteit van de rechter. Ethisch gezien, is integriteit een merkwaardig begrip. De manier waarop integriteit wordt gebruikt is gloednieuw: namelijk dat iedereen te pas en te onpas wordt beschuldigd van een integriteitschending, dat integriteit moet worden ‘gemanaged’ en dat het de meest voorkomende ‘kernwaarde’ is in allerlei gedragscodes. Maar als je vraagt ‘wat’ er precies is geschonden hebben mensen vaak geen idee. Op de werkvloer is dit een veel voorkomend onderwerp – de angst om van een integriteitsschending beticht te worden. Soeharno heeft zich verdiept in wat dit betekent voor rechters. Hij zegt dat integriteit tegenwoordig vaak wordt geschaard onder hetzelfde kopje als geloofwaardigheid. Dat begrip is heel complex. Om maar met één vraag te beginnen: “Wie bepaalt er nou of iemand geloofwaardig is?”

Praktijk vs wetenschap

Soeharno is in deeltijd hoogleraar op de UvA. “Juist als het gaat om het recht en ethiek heb je de praktijk wel nodig om wetenschappelijk goed te zijn en je hebt de wetenschap nodig om in de praktijk goed te zijn.” Hij vindt het jammer dat sommige mensen aan de universiteit nooit iets van de praktijk hebben gezien: “Dan krijg je toch weinig gevoel bij waarom dingen nou in de wet staan.” Als voorbeeld haalt Soeharno aan dat als er in een zinnetje van de wet staat dat een bedrijf een melding moet doen, dat dogmatisch misschien niet zo interessant is. “Maar in de praktijk kan dat betekenen dat er een week lang een groot team aan het werk is om zo’n melding te doen.” Hij vindt dat praktijkkennis belangrijk is om aan te kunnen voelen wat een rechtsregel doet.

“In de advocatuur is het altijd zaterdag, je hoeft niets te doen, tenzij je iets moet doen.”

Op de vraag hoe hij alle ballen in lucht kan houden, antwoordt hij lachend: “Een goede secretaresse”. Daarnaast kreeg hij een gouden tip van een mede-hoogleraar. Hij moest een not-to-do-list maken, met dingen erop die wel moeten gebeuren maar die hij niet per se zelf hoeft te doen. Het werk in de handen leggen van mensen die het eigenlijk moeten doen, daar komt het op neer. Soeharno benadrukt verder dat het erg belangrijk is om dingen als sport en sociale contacten met familie vrienden niet te verwaarlozen. Bij De Brauw kreeg hij in het eerste jaar een cursus time management, waarin werd gewaarschuwd voor de verleiding om belangrijke privé-dingen te verwaarlozen voor werk, omdat er geen directe ‘sanctie’ op lijkt te staan. Maar dat dat op lange termijn wel gevolgen kan hebben. En dat je daarom, als het even kan, net zoveel prioriteit moet geven aan deze dingen als aan werkafspraken. En je moet leren om je momenten te pakken. Zijn patroon bij de Brauw, Martijn Snoep, zei een keer tegen hem: “In de advocatuur is het altijd zaterdag, je hoeft niets te doen, tenzij je iets moet doen”. Die eigen tijd, die heb je meestal in de ochtenduren. “Men zegt weleens dat de advocatuur een laat beroep is, je avonden zijn minder zeker dan je ochtenden.”

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top