Tijdens de Olympische Winterspelen zijn mijn huisgenoten en ik opeens fanatieke schaatsfans. Wij begrijpen weinig van tussentijden of tactieken, maar zodra het startschot klinkt, zitten wij rechtop. Op de duizend meter zagen wij hoe Joep Wennemars bij de baanwissel werd gehinderd: Ziwen Lian gaf hem te weinig ruimte. Hij raakte zijn snelheid kwijt en daarmee ook zijn kans op een medaille.
Lian werd gediskwalificeerd en Wennemars mocht overrijden. Volgens de regels van de International Skating Union heeft een schaatser recht op een hersteltijd van dertig minuten. Zoals iedereen al voorspelde, bleek het na zo’n korte pauze onmogelijk om zijn tijd te verbeteren. Na vier jaar toewijding en discipline blijft het voor Wennemars slechts bij een vijfde plaats.
Toch knaagt er iets. Wennemars krijgt zijn race niet terug. De regels zijn correct toegepast, maar de schade blijft. Is dat dan rechtvaardig? Tijdens mijn studie leer ik dat rechtvaardigheid meer vereist dan het simpelweg toepassen van regels. Op het ijs werd dat voor Wennemars pijnlijk zichtbaar.