De strijd om auteursrecht in het AI-tijdperk: van rechtszaal naar licentiedeals

Website format -2

Eén prompt. Eén klik. Binnen enkele seconden verschijnt Buzz Lightyear uit Toy Story of Simba uit The Lion King op je scherm. Niet uit de studio van Disney in de Verenigde Staten, maar gegenereerd door Artificial Intelligence (AI). Toen ChatGPT in 2022 door OpenAI werd gelanceerd, was het vooral een tekstgericht taalmodel. Inmiddels bestaan er AI-modellen die naast tekst ook beelden kunnen creëren. Deze snelle ontwikkeling zet het auteursrecht onder druk. Wordt creativiteit nagebootst of simpelweg gestolen? Lange tijd werd het antwoord op deze vraag vrijwel uitsluitend gezocht in de rechtszaal. In december 2025 leek een einde te komen aan de talloze juridische procedures: een grote licentiedeal tussen Disney en OpenAI. 

Een juridisch grijs gebied 

De juridische uitdaging ligt in de wijze waarop AI-modellen worden getraind. AI-modellen werken met grote hoeveelheden data, zoals teksten en afbeeldingen. Deze datasets bevatten ook auteursrechtelijk beschermd materiaal. Op basis van dit materiaal leren modellen niet alleen objecten te herkennen, maar ook specifieke stijlen na te bootsen en nieuwe afbeeldingen te genereren. Leidt het gebruik van beschermd materiaal tot een reproductie van het oorspronkelijke werk, of tot een nieuwe creatie die voldoende eigen is? De regels van het auteursrecht zijn primair ontworpen vanuit het uitgangspunt van menselijke auteurs. Hierdoor is het momenteel onduidelijk hoe deze regels moeten worden toegepast op het trainen van AI. De rechtspraak laat zien hoe verdeeld het juridische landschap is. In verschillende zaken oordeelden Amerikaanse rechtbanken dat het trainen van AI met auteursrechtelijk beschermd materiaal onder voorwaarden toelaatbaar kan zijn. De rechtbank in München stelde daarentegen in een uitspraak auteursrechtinbreuk vast. Een eenduidig juridisch kader ontbreekt vooralsnog.

OpenAI ontloopt de rechter

Juist deze onzekerheid leidt tot meerdere rechtszaken. Niet alleen filmstudio’s, maar ook schrijvers en muziekproducenten proberen duidelijkheid af te dwingen bij de rechter. Disney staat erom bekend haar intellectueel eigendom streng te handhaven door middel van rechtszaken. Zo werd de AI-beeldgenerator Midjourney aangeklaagd, omdat Disney meent dat haar beschermd materiaal zonder toestemming werd gebruikt. Daarnaast ontving Google een sommatiebrief waarin Disney stelde dat Google Gemini inbreuk maakte op haar auteursrechten. Volgens Disney zou het bedrijf zonder toestemming grote hoeveelheden beschermd materiaal hebben gebruikt om generatieve AI-modellen te trainen. 

Opvallend genoeg lijkt Disney tegelijkertijd een andere route te verkennen. In plaats van het conflict uitsluitend in de rechtszaal uit te vechten, kiest het bedrijf voor samenwerking via een omvangrijke licentiedeal met OpenAI. Een licentiedeal is een overeenkomst waarbij de rechthebbende toestemming geeft om auteursrechtelijk beschermd materiaal te gebruiken. Hierdoor zou OpenAI toegang tot Disney-personages krijgen voor het genereren van video’s. Kort voor publicatie bleek echter dat de licentiedeal niet doorging, omdat OpenAI zich meer op taalmodellen wil richten. Volgens experts kan een dergelijke overeenkomst desondanks uitgroeien tot een nieuwe standaard voor afspraken tussen filmstudio’s en de AI-industrie.

Een licentiedeal als juridische strategie 

Disney zou met deze licentiedeal controle krijgen over hoe haar materiaal wordt gebruikt, terwijl OpenAI zich zou beschermen tegen juridische procedures. Wat op het eerste gezicht een compromis lijkt, kan juridisch juist een strategische zet zijn. Met de deal kan een nieuw machtsspel ontstaan. Wie mag AI-modellen trainen en wie niet? Door de overeenkomst te sluiten, kan een bedrijf wijzen op een bestaande markt voor licenties. Dat maakt het eenvoudiger om te betogen dat training door andere AI-bedrijven deze markt aantast. Die marktschade is van belang, omdat bij de rechterlijke toets in auteursrechtzaken vaak meespeelt of economische schade wordt veroorzaakt.

Het AI-tijdperk laat zien hoe kwetsbaar de balans is tussen technologische innovatie op het gebied van AI en de bescherming van het auteursrecht. Zolang rechters en wetgevers geen duidelijke grens trekken voor het gebruik van beschermde data bij AI-training, blijft de mogelijkheid tot conflict bestaan. Licentiedeals lijken niet alleen een praktische uitweg om rechtszaken te vermijden, maar ook een zet te zijn die de juridische positie van de rechthebbenden versterkt. Tegen deze achtergrond lijkt de onderhandelingstafel voorlopig een steeds belangrijkere rol te gaan spelen

 

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top