Advocaat Nani Jansen Reventlow: ‘Het gaat om de mensen die je vertegenwoordigt’

Website format -2

Nani Jansen Reventlow oogt als een duizendpoot in haar streven naar een rechtvaardige wereld. Naast haar werk als internationaal gerespecteerd mensenrechtenadvocaat, is zij auteur van het boek Radicale Rechtvaardigheid en oprichter van de non-gouvernementele organisaties (NGO’s) Systemic Justice en Digital Freedom Fund. In maar liefst 52 verschillende jurisdicties heeft zij mensenrechtenzaken behandeld. Die indrukwekkende staat van dienst gebruikt zij niet om haar autoriteit te benadrukken, maar juist om deze te relativeren. In dit interview legt Jansen Reventlow uit dat het belangrijk is dat juristen geen leidende positie innemen binnen strategische processen en gemeenschappen daarin niet overschaduwen. Daarnaast reflecteert zij op de rol van juridische expertise in bredere maatschappelijke verandering.

Van de Zuidas naar mensenrechten

Na haar studie Nederlands en internationaal recht, een master aan Columbia Law School en werk rondom de VN-Veiligheidsraad, wist Jansen Reventlow dat een baan bij een internationale instelling ‘fresh out of law school’ er niet in zat. Met het advies om eerst een goede advocaat te worden, begon zij haar loopbaan in de commerciële advocatuur bij De Brauw Blackstone Westbroek. Daar leerde zij op klassieke wijze het vak kennen: analytisch en strategisch denken, en procederen met oog voor reputatie en risico. Toch was het voor haar een bewuste tussenstap. Jansen Reventlow wist waarvoor zij het deed. ‘Na vier jaar en twee maanden kon ik die droom eindelijk waarmaken.’ Het was geen plotselinge wending, maar een periode van gericht opbouwen en aftellen tot haar carrière zich eindelijk volledig op mensenrechten kon richten.

Representatie façade

Jansen Reventlow vertrok van de Zuidas en begon bij Media Defence in Londen, waar zij journalisten en bloggers wereldwijd bijstond in strategische mensenrechtenprocedures. Hier kwam zij in aanraking met het recht als instrument voor structurele verandering. Vanuit dit perspectief richtte zij later het Digital Freedom Fund op. Het doel was om het gefragmenteerde veld van digitale rechten in Europa samen te brengen en gerichter te investeren in strategische zaken. Daarbij werd echter ook zichtbaar hoe homogeen dat veld was: digitale rechten werden verdedigd zonder dat de gemeenschappen die het hardst door technologie worden geraakt werkelijk aan tafel zaten. ‘Digitale rechten kun je niet geloofwaardig verdedigen als de mensen die de gevolgen dragen alleen in je missie staan, maar geen deel uitmaken van de besluitvorming.’

‘Het feit dat gemeenschappen vertegenwoordigd worden, wil niet zeggen dat het gemeenschapsgedreven werk is’

Jansen Reventlow zag hoe organisaties namens groepen optreden, terwijl de strategie al was uitgestippeld voordat de groepen waren geraadpleegd. Dit moest anders. De advocaat richtte hierom Systemic Justice op, om gemarginaliseerde gemeenschappen in strategische procedures de regie te geven. Voor Jansen Reventlow begint gemeenschapsgedreven procederen niet bij een kansrijke juridische route, maar bij de vraag wie beslist. Gemeenschappen moeten vanaf het begin bepalen wat het doel is, welke risico’s aanvaardbaar zijn en hoe ver een procedure mag gaan. Dat vraagt om tijd en om het afleren van ingesleten verhoudingen. ‘Het feit dat gemeenschappen vertegenwoordigd worden, wil niet zeggen dat het gemeenschapsgedreven werk is.’ De advocaat ondersteunt, maar de koers wordt elders bepaald.

‘De mensen die het hardst geraakt worden door onrecht, moeten ook degenen zijn die agenderen hoe we het anders gaan doen’

Die benadering past zij concreet toe in Denemarken, waar zij werkt met bewoners die worden geraakt door de zogenoemde ‘gettowet’. Die term verwijst naar buurten die door de overheid officieel worden aangemerkt als probleemgebied. Dit wordt onder andere gemeten aan de hand van een omstreden criterium: het percentage bewoners met een niet-westerse achtergrond. Volgens de Deense wetgeving ontstaan in deze wijken ‘parallelsamenlevingen’, gemeenschappen die onvoldoende geïntegreerd zouden zijn in de Deense maatschappij. De kwalificatie heeft verstrekkende gevolgen, van verscherpt toezicht tot gedwongen verhuizingen en de sloop van woningen. In plaats van onmiddellijk een procedure te starten, begint Jansen Reventlow met gesprekken en workshops waarin bewoners eerst hun eigen toekomstbeeld formuleren. Vanuit dat perspectief wordt pas gekeken welke juridische stappen passend zijn. Zoals zij dit samenvat: ‘De mensen die het hardst geraakt worden door onrecht, moeten ook degenen zijn die agenderen hoe we het anders gaan doen’.

Relatieve machtspositie

Nani Jansen Reventlow lijkt het levende voorbeeld van een idealistische advocaat die niet terecht is gekomen in een betekenisloze baan. Toch keert zij zich juist tegen het idee dat juristen zelf de dragers van verandering zijn. ‘Het gaat niet om jou, het gaat om de mensen die je vertegenwoordigt.’ In een juridische cultuur waarin succes wordt gemeten door gewonnen zaken en prestigieuze posities, pleit zij voor relativering van ieders machtspositie. Volgens haar beginnen anti-racisme en dekolonisering bij zelfreflectie. ‘Niets is neutraal in deze wereld.’ Wie procedeert oefent macht uit. Juristen hebben kennis van het systeem, maar dat is niet de enige kennis die ertoe doet. De vraag is hoe bewust men met die macht omgaat en of er bereidheid is om haar te delen. Misschien begint rechtvaardigheid precies daar: bij het besef dat wie het recht hanteert niet zelf het middelpunt is, maar ruimte maakt voor wie de gevolgen van onrecht ondervindt.

Meer over

Deel dit artikel

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven
Scroll naar top