Tikkertje met Titanen: Wethouder Robert van Rijn

Hierbij wil ik Kamerlid Sven Koopmans bedanken voor het doorgeven van de pen voor de rubriek ‘Tikkertje met Titanen’. Ik ben Robert van Rijn en ik had nooit kunnen vermoeden dat ik na mijn studie Nederlands recht terecht zou komen in het onderwijs. En in het geheel niet dat ik momenteel werkzaam zou zijn als wethouder in de gemeente Aalsmeer. Eerder had ik verwacht werkzaam te geraken in een van de terreinen waar ik me op specialiseerde: strafrecht, criminalistiek/politierecht, rechtspleging.

Hoewel op het terrein van wethouder bijzondere, interessante en eigenaardige wetenswaardigheden het waard zijn om te beschrijven, wil ik eigenlijk vanuit mijn loopbaanperiode in het onderwijs twee maatschappelijke ontwikkelingen onder de aandacht brengen. Enerzijds de toename van juridisering in het onderwijs en anderzijds de toegankelijkheid van rechtsbijstand in de afgelopen jaren.

Juridisering onderwijs

In het middelbaar- (mbo) en hoger beroepsonderwijs (hbo) heb ik 16 jaar mogen werken. Eerst als docent (Rechten in de breedste zin waaronder arbeidsrecht, contractenrecht etc., waarna ik steeds meer op het vlak van Staats- en bestuursrecht les ging geven) en later als manager en directeur. In die periode heb ik een ontwikkeling opgemerkt, namelijk dat studenten steeds vaker een beroep doen op hun rechten. Laat ik vooraleerst stellen dat studenten absoluut hun rechten en plichten kennen en dat onderwijsinstellingen tevens hun rechten en plichten dienen na te komen. Echter, het effect van de toename van de aandacht hierop heeft geleid tot een verzakelijking van de rechten en plichten welke studenten hebben tot een juridisch beroep hierop. Hetgeen heeft geleid tot versterking van de institutionalisering van examencommissies, hoger beroepscommissies, klachtenprocedures e.d.

Doorgeschoten consumentengedrag?

Van dichtbij heb ik meegemaakt wat dit -volgens sommigen betiteld als- ‘doorgeschoten consumentengedrag’ heeft betekend. Niet slechts in de rol als voormalig onderwijsdirecteur ben ik die mening toegedaan, maar meer juist ook in mijn tijd als voorzitter van een examencommissie zag ik dat we met honderden zaken per jaar de relatie tussen de docent en de student verzakelijkte en verharde. Quotes als (student:): “dan ga ik wel naar de examencommissie” of (docent:) “ga dan maar naar de examencommissie” veroorzaakte een kloof in de vertrouwensrelatie tussen studenten en docenten. Het menselijk aspect van elkaar vinden raakte hierdoor ondermijnd. Het was ook geen uitzondering dat juristen en advocaten zich op dit terrein gingen bezighouden met het behartigen van de belangen van gedupeerde studenten, uiteenlopend van een verkeerde puntentelling tot het recht of onterecht niet behalen van de bindend studie advies norm (BSA), waardoor een student de opleiding zou moeten verlaten.

Onderwijsrecht complex juridische expertise

Overigens heb ik op dit complexe terrein van -het domein- onderwijsrecht advocaten zien worstelen, zodat we de student soms nog wel eens moesten ondersteunen om juist ook de student te beschermen. U merkt waarschijnlijk al door mijn typering van dit vraagstuk dat ik u probeer te verleiden om na te denken waartoe deze juridisering heeft bijgedragen. Opkomen voor een studentbelang kon immers altijd al, maar de vlucht die de juridisering van het onderwijsdomein heeft genomen kost de samenleving ook geld. Ik heb binnen een kleine hogeschool eens doorgerekend wat de institutionalisering van een kleine tien examencommissies, met 3 tot 5 leden, met per examencommissie 3-5 dagen (0,6-1.0 fte) -secretariële- ondersteuning per week, coördinatie, management, administratie en overleg, los van de hoger beroepskwesties de hogeschool aan formatie kost. Als student en consument van zo’n onderwijsinstelling had ik het wel geweten en gewild dat die investering in uren naar de inzet van lesgevende docenten was gegaan.

Toegankelijkheid rechtsbijstand

Ten slotte maak ik in deze rubriek gebruik nog een hartenkreet te delen aan al die (toekomstige) beroepsbeoefenaars. In de afgelopen jaren heb ik het discours gevolgd waarop de ontwikkeling van de toegankelijkheid van de (gesubsidieerde) rechtsbescherming zich afspeelde. Anders dan een standpunt onderschrijven breek ik liever een lans om alert te blijven voor de toenemende kloof in onze samenleving en aandacht voor de kwetsbaren te houden, ook op het terrein van de rechtsbijstand en juridische hulpverlening.

Investeren in ‘legal clinics’ door onderwijs en beroepstak

Tijdens mijn (bovenal theoretische) studie rechten mocht ik stage lopen in de juridische praktijk ‘Rechtshulp VU’ welke in buurthuizen en wijken laagdrempelige en aldus toegankelijke juridische dienstverlening door studenten onder begeleiding van advocaten bood. Dit project stopte helaas na 30 jaar van waarde te zijn geweest, mede omdat het niet meer paste in de destijds aanstaande bachelor-master structuur van het onderwijs.

Na mijn studie als docent was ik werkzaam bij een rechtswinkel bij een hogeschool die eenzelfde dienstverlening leverde. Vele Amerikaanse universiteiten kennen een dergelijke ‘legal clinic’. In een dergelijk project dragen studenten zelf de verantwoordelijkheid voor hun eigen cliënten en komen ze tevens op diverse rechtsterreinen voor morele, juridische en maatschappelijke dilemma’s te staan.

Dit soort initiatieven en projecten kunnen enerzijds bijdragen aan de toegankelijkheid van ons rechtssysteem en ondersteuning van kwetsbaren en anderzijds levert het een rijke leerpraktijk op voor studenten. Ondanks dat veel van dit soort projecten in het onderwijs door bezuinigingen en onderwijsvernieuwing hebben geleden, zie ik toch weer (nieuwe) vormen verschijnen. Ik hoop dat ook advocaten en praktijken hier hun bijdrage aan willen (blijven) leveren. Samenwerkingen tussen onderwijs en bedrijfsleven kunnen het cement in onze samenleving verstevigen.

De pen geef ik door aan…

In mijn loopbaan heb ik tot dusver veel toegewijde mensen ontmoet die op hun wijze een hart voor de samenleving hebben en de waarden voorstaan die ik ook nastreef. In het onderwijs gaat het dan om jonge mensen een tweede kans te geven, een duwtje in de rug op zijn tijd en talent de ruimte te geven. Een van die mensen is Allard Hanrath, een titaan in Noord-Holland Noord en tegenwoordig werkzaam als advocaat/partner bij Rensen Advocaten. Hij heeft zich gespecialiseerd in het vastgoed- en insolventierecht. Waardevol om aan hem de pen door te mogen geven.

 

Een bericht schrijven

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *