Tikkertje met Titanen: VVD-Kamerlid Sven Koopmans

Laat ik beginnen met het bedanken van Lincoln Frakes voor het doorgeven van de pen. Ooit werkten wij samen als advocaten, nu dienen wij het recht anders: hij als raadsheer, ik als lid van de Tweede Kamer voor de VVD.

De Nederlandse rechtenstudie is voornamelijk gericht op de vraag wat het recht is. Veel van de afgestudeerden komen vervolgens ook terecht op plekken waar zij zich bezighouden met het recht zoals dat bestaat. De Tweede Kamer daarentegen is één van de weinige plekken waar juristen het recht actief kunnen veranderen: met wetten en het ratificeren van verdragen kunnen we het geldend recht ook daadwerkelijk aanpassen. Dat gebeurt als het goed is op basis van juridische beginselen. Een dilemma komt op als een juridisch beginsel in de moderne praktijk onrechtvaardige of zelfs gevaarlijke uitkomsten lijkt te hebben. Hoe ga je daar mee om? Ik bespreek het hier aan de hand van mijn huidige werk aan de ‘Piratenwet’: het initiatief van VVD en CDA: de Wet ter Bescherming Koopvaardij.

Recht, beginsel en praktijk

Het probleem is de piraterij. Voor de kust van Somalië, en bij West-Afrika, maar ook op andere plekken ter wereld, varen nog steeds piraten rond. Piraten komen met motorboten en machinegeweren aan boord van schepen met bemanning die niet bewapend of beveiligd is. Zeelieden worden gevangengehouden en vinden soms ook de dood. Vaak wordt er van het thuisfront losgeld geëist. Dit is dus een groots gevaar voor de bemanning en een bedreiging van onze koopvaardij.

Op dit moment is het al mogelijk voor schepen om door de Nederlandse overheid uitgeleende militaire beveiliging in te huren. Dit is duur voor de reders, en kost ook de overheid, en daarmee de Nederlandse burgers, veel geld. Verder zijn de militairen niet overal even snel beschikbaar: beveiliging is in de praktijk vaak lastig te organiseren in de Indische Oceaan of in de Golf van Guinee. Hoe vlieg je de mensen in, en hoe komen ze weer thuis? Hoe reizen ze met hun wapens? En het kost veel tijd. Het gevolg is dat sommige Nederlandse schepen zonder beveiliging varen, misschien moeten kiezen om illegaal private beveiligers in te huren, of dat ze helemaal niet varen.

Om dit probleem op te lossen stellen VVD en CDA voor dat, als Nederlandse militairen in een bepaald geval niet beschikbaar zijn, het onder strenge voorwaarden ook mogelijk is voor Nederlandse schepen om private beveiligers in te schakelen. Dat mag dan alleen in van tevoren aangewezen risicogebieden. Onze initiatiefwet is al aangenomen door de Tweede Kamer, en komt dit voorjaar aan bod in de Eerste Kamer.

Dit zijn de juridische uitdagingen

Het juridisch probleem dat hier opdoemt is het bekende beginsel dat alleen de Staat geweld mag gebruiken: burgers mogen dat niet. Het ‘geweldsmonopolie’ is een belangrijk uitgangspunt, dat ‘eigenrichting’ door burgers tegengaat. Maar wat betekent het geweldsmonopolie van de Staat als de Staat zelf niet aanwezig kan zijn op sommige schepen om onze mensen te beschermen? Je kan op zee niet even de politie bellen. Weegt dan het beginsel zwaarder dan de veiligheid van de opvarenden? Of moeten we dan de zeevaart overlaten aan anderen die het niet zo nauw nemen met het gebruik van geweld?

Mijns inziens is het geweldsmonopolie van de Staat een groot goed, dat we moeten respecteren en koesteren. Maar dat is niet alles. Er is ook een zorgplicht, die onder meer betekent dat de Staat de Nederlandse schepen en de opvarenden ten minste niet in de weg mag staan voor wat betreft verdediging tegen bekende geweldsdreiging door piraten. Als in specifieke gevallen Nederland die bescherming niet kan bieden, dan moet het – onder strenge voorwaarden – mogelijk zijn goed gereguleerde private beveiligers in te huren. Voor het beginsel om geldig te blijven moet dus de uitwerking ervan worden aangepast aan de werkelijkheid.

Pretentie en werkelijkheid: wat fout kan gaan…

Nu zijn er in de politiek ook mensen die toch onverkort willen vasthouden aan het beginsel van geweldsmonopolie van de Staat. Dit beginsel is voor hen zo zwaarwegend, dat er geen uitzondering kan worden gemaakt. Ik begrijp het uitgangspunt, maar redeneer zelf dat dit beginsel niet mag betekenen dat in de praktijk de mensen zich niet kunnen verdedigen tegen geweld. En het kan ook niet betekenen dat de realiteit van internationale piraterij met zich meebrengt dat wij de koopvaardij dan maar aan andere landen overlaten, die met geweldgebruik geen moeite hebben. Dat is niet in het belang van de Nederlanders, van Nederlandse banen, en het is niet waar wij voor staan.

Hoe juristen in de politiek moeten omgaan met regels en wetten

Dit betekent dat ik als jurist in de politiek kan en moet werken aan de herformulering van nuttige beginselen, opdat het recht zoals het in de huidige omstandigheden zou moeten zijn, ook daadwerkelijk het recht wordt. Voor de veiligheid van Nederlanders en Nederland, maar ook voor het relevant houden van juridische beginselen.

De spanning tussen oud en nieuw recht, tussen idee en realiteit, speelt niet alleen op de oceanen, maar ook dicht bij huis, bij de luchthaven van Schiphol de bloemenzeeën van Aalsmeer. Daarom geef ik het stokje graag over aan mr. Robert van Rijn: ervaren jurist, voormalig onderwijsdirecteur, en nu dynamisch wethouder werk, economie, openbare ruimte en verkeer in Aalsmeer.

 

Een bericht schrijven

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *