Tikkertje met Titanen: Raadsheer Gerechtshof Den Haag en hoogleraar Fatih Ibili

spa

Met de Titanenpen in de hand, die oud-studiegenoot Wouter den Harder mij heeft toegeworpen, neem ik de lezers van Rechtencircuit.nl mee in de wereld van een rechter en professor die zich voornamelijk bezighoudt met familierechtelijke vraagstukken.

Fatih Ibili is…

Een 41 jarige jurist, in hart en nieren, die tijdens zijn rechtenstudie aan de VU Amsterdam werd gegrepen door het recht als ‘tool’ om orde te bewaren in de samenleving. Mijn studie heb ik in vier jaar afgerond (2001), omdat ik snel aan de slag wilde in de praktijk. Toch heeft die ‘praktijk’ even op zich laten wachten, omdat ik besloot een academisch proefschrift te schrijven. Na mijn promotie tot doctor in de rechten (2006), heb ik de overstap gemaakt naar het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad, waar ik de cassatierechtspraak heb leren kennen. Mijn taak was om samen met een Advocaat-Generaal conclusies te schrijven voor de beantwoording van rechtsvragen door de civiele kamer van de Hoge Raad. Daar zaten juridisch uitdagende en maatschappelijk relevante zaken tussen, die soms zo bewerkelijk waren dat je er gerust weken aan kon zitten.

Alhoewel ik een brede belangstelling heb voor het gehele privaatrecht (ik ben altijd wel in voor een procesrechtelijke puzzel of een casus over bestuurdersaansprakelijkheid in internationaal perspectief), ben ik mij steeds meer gaan richten op familierechtelijke onderwerpen. Zo ben ik lid geweest van de Staatscommissie herijking ouderschap (2014-2016) die de regering heeft geadviseerd over de invoering van meerouderschap, meeroudergezag en draagmoederschap in Boek 1 BW. In 2017 volgde mijn benoeming tot bijzonder hoogleraar personen-, familie- en jeugdrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. In hetzelfde jaar trad ik aan als raadsheer in het Gerechtshof Den Haag, waar ik een breed scala aan familierechtelijke zaken behandel. Deze combinatie van wetenschap en praktijk bevalt mij prima en leidt tot een bijzondere kruisbestuiving. 

Draagmoederschap

Draagmoederschap is een fenomeen waarbij een vrouw een kind draagt en baart voor een ander en bij de geboorte afstaat aan wensouders die zelf geen kinderen kunnen krijgen. In de regel is het kind genetisch verbonden met een van de wensouders en een eiceldonor. Draagmoederschap is wereldwijd sterk in opkomst. Landen als India, Oekraïne en de Amerikaanse deelstaat Californië trekken veel buitenlandse wensouders, vanwege het draagmoederschapsvriendelijke klimaat in deze landen. Wensouders worden op de geboorteakte van het kind vermeld als de juridische ouders van het kind. Daar hangt wel een prijskaartje aan van ongeveer € 20.000,- tot € 130.000,-, waaruit de draagmoeder, het bemiddelingsbureau, de advocaat en andere hulpverleners worden betaald. Helaas blijkt draagmoederschap in de praktijk soms gepaard te gaan met uitbuiting van draagmoeders, kinderhandel en andere mensonterende taferelen. Benieuwd? Bekijk Google Baby. 

In Nederland bestaat geen specifieke wetgeving voor draagmoederschap. Dit betekent o.a. dat de geboortemoeder altijd de juridische moeder van het kind is. Wensouders zijn  afhankelijk van de bereidheid van de geboortemoeder om het kind na de geboorte aan hen af te staan. Daar kunnen problemen over ontstaan, wanneer de draagmoeder besluit om het kind – tegen de afspraken in – zelf te houden. Wensouders zullen daartegen juridisch niet veel kunnen doen: de geboortemoeder geldt als de juridische moeder. Maar ook als de draagmoeder meewerkt en het kind afstaat, zullen de wensouders de nodige stappen moeten zetten om het juridisch ouderschap te verkrijgen (erkenning, adoptie, etc.).

Om een einde te maken aan de omslachtigheid waarmee een draagmoederschapstraject momenteel in Nederland verloopt, heeft de Staatscommissie herijking ouderschap de regering geadviseerd om een wettelijke regeling voor draagmoederschap in het leven te roepen in Boek 1 BW.

Draagmoederschapswetgeving op komst

De regering heeft inmiddels laten weten maatregelen te zullen nemen om het familierecht beter te laten aansluiten bij ontwikkelingen in de samenleving: een regeling voor draagmoederschap is in het vooruitzicht gesteld. Discussies over draagmoederschap roepen juridische en ethische vragen op. Mogen partijen contracteren over afstamming van kinderen? Is een draagmoederschapsovereenkomst in rechte afdwingbaar? Kunnen de wensouders weigeren het kind af te nemen, wanneer het kind niet voldoet aan hun verwachtingen? Mag de draagmoeder betaald worden voor het dragen van het kind? Dit zijn enkele vragen die ongetwijfeld aan bod zullen komen tijdens het parlementaire debat over dit onderwerp. 

Ik geef de Titanenpen door aan …

Alexander Schild, die net als ik heeft gewerkt bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en nu rechter is in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Bij hem is de pen in goede handen.

Meer over

Deel dit artikel

Scroll naar top