Tikkertje met Titanen: Advocaat Allard Hanrath

Tips voor een loopbaan in de advocatuur

Dank Robert van Rijn voor het doorgeven van de pen van deze leuke rubriek. Ik ben Allard Hanrath, 38 jaar oud, getrouwd, drie kinderen en ben partner bij Rensen Advocaten te Alkmaar. Rensen Advocaten is een kantoor met 23 medewerkers waarvan 15 fee-earners die zich allemaal hebben gespecialiseerd op een tweetal rechtsgebieden. Het kantoor richt zich op de zakelijke markt. Klanten zijn hoofdzakelijk woningbouwcorporaties, zorginstellingen, scholen en ondernemingen. Zelf heb ik mij gespecialiseerd in het civiel vastgoedrecht en het insolventierecht. Deze combinatie van rechtsgebieden heeft zich bewezen ‘conjunctuur-proof’ te zijn. Bij hoogconjuctuur wordt er veel gebouwd en ontwikkeld, en bij laagconjunctuur word ik veel benoemd tot curator. Zo heb ik altijd een volle dossierkast.

Mijn pad naar de advocatuur

Tijdens mijn HBO MER opleiding kwam ik voor het eerst in aanraking met ‘het recht’. De studie had ik gekozen vanuit de ambitie om een managementfunctie te gaan bekleden. Maar door een periode in de rechtswinkel van de hogeschool werkzaam te zijn, landde het besef dat het recht niet over wetteksten gaat, maar over het oplossen van problemen van mensen. Recht is dus vooral communicatie waarbij de wet je gereedschapskist is die je helpt om het doel van je klant te bereiken. Een verkorte rechtenstudie aan de VU volgde, maar zonder studiefinanciering was het nodig om daarnaast een baan te zoeken. Tijdens een afscheidsetentje van de ondernemingsraad (waarvan ik student-lid was) gooide ik dus een balletje op bij de opleidingsdirecteur van de MER opleiding. Twee dagen later had ik een baan als docent op de hogeschool waar ik net was afgestudeerd. Zo werd ik op mijn 22e docent. Ik begon tegelijk met Robert van Rijn die net was afgestudeerd aan de rechtenfaculteit van de VU. Het docentschap was in veel opzichten een goede voorbereiding op de advocatuur. Er zijn veel overeenkomsten tussen het lesgeven en het houden van een pleidooi tijdens een rechtszitting. Mijn jonge leeftijd (sommige studenten waren ouder dan ik) maakte mij toegankelijk voor de studenten. Maar hierdoor waren ze natuurlijk ook extra kritisch op de kwaliteit van mijn lessen. In de vier jaar dat ik les gaf, werkte ik mijzelf op tot propedeusecoördinator en een loopbaan als manager in het onderwijs lag in het verschiet. Omdat ik mijzelf wilde dwingen tot verdieping en specialisatie heb ik toch gekozen voor de advocatuur. 

De advocatuur tot nu toe

Zodoende begon ik in 2006 bij een middelgroot advocatenkantoor in Haarlem. Van die keuze heb ik nooit spijt gehad. Het kantoor was klassiek georganiseerd en nam het opleiden van jonge advocaten meer dan serieus. Ieder stuk dat je maakte werd door je directe begeleider beoordeeld en daarnaast via een meelees-systeem ook door andere collega’s. Zodoende kon je ook door iemand anders dan je begeleider ter verantwoording geroepen worden. De advocatenstage is een periode waarin je patroon of je begeleider je kan maken of breken. Door actief aan jonge balie activiteiten mee te doen hoor je van ‘lotgenoten’ hoe zij met die druk omgaan. Daarnaast was Haarlem een fantastische stad om alle jonge balie activiteiten te beleven. Al snel ontdekte ik dat de advocatuur hoge en vaak tegenstijdige verwachtingen van haar personeel heeft. Zo worden de kwaliteiten die je nodig hebt om een goede advocaat te zijn in de kantoorverhoudingen niet altijd op prijs gesteld. Met name mijn assertiviteit leverde wisselende reacties op. In de externe verhoudingen werd die eigenschap bejubeld, in de interne verhoudingen werd dat vaak als lastig ervaren. Toen ik bijvoorbeeld een opleidings- en praktijkontwikkelingsplan had geschreven voor de periode na mijn advocatenstage en daarbij ook mijn begeleiders om hun commitment vroeg, werd dat door sommige partners met gefronste wenkbrauwen ontvangen. Anno 2009 vond men namelijk nog dat je vooral blij moest zijn dat je ‘mocht blijven’ na je advocatenstage. Ik geloof dat in het huidige tijdsgewricht de verhouding advocatenkantoor-medewerker wat meer in balans is. Ik heb het parttime werken, de ‘casual Friday’ en de marketing zien komen. Gelukkig heeft de advocatuur haar zogenaamde notabele voetstuk verlaten en zijn we steeds meer een normale zakelijke dienstverlener geworden. Die jas past mij in ieder geval beter.

Tips

Terugkijkend op de afgelopen twaalf jaar advocatuur heeft mijn assertieve houding mij toch vooral veel gebracht. Zonder die eigenschap was ik niet op mijn 34e partner van een advocatenkantoor geworden. Hieronder geef ik een aantal tips over te maken keuzes als aanstaand advocaat:

  1. Focus bij je eerste carrière stap op opleiding en niet op andere voorwaarden: tijdens je advocatenstage moet je leren zelfstandig zaken te behandelen. Een kantoor dat focust op je ontwikkeling in plaats van op je omzet, is dan van groot belang. Een kantoor dat te boek staat als degelijk is dan misschien te prefereren boven een kantoor dat als hip of snel wordt gezien;
  2. Kies een rechtsgebied dat bij je past: bij ieder rechtsgebied hoort een type klant en een context waarin je je prettig voelt. In mijn geval is dat de informele vastgoedklant in een zakelijke context;
  3. Benut je advocatenstage optimaal: grijp alles aan wat voorbijkomt aan ervaringen. Na je advocatenstage zal je je moeten specialiseren. Door van veel rechtsgebieden te ‘proeven’ kun je een goede keuze maken in welk rechtsgebied jij je uiteindelijk wilt specialiseren;
  4. Maak een opleidingsplan: kies je VSO-cursussen en specialisatie-opleidingen bewust en stem die af met de behoeften van het kantoor. Als daarin geen match bestaat, dan zit je wellicht niet op de juiste plek;
  5. Accepteer geen arbeidsvoorwaarden die je een ander zou afraden: vooral het relatie- en concurrentiebeding op grond waarvan je alles moet achterlaten wanneer je vertrekt zijn op de lange termijn een bedreiging. Een gewogen versie waarbij je de door jou geworven klanten altijd mag meenemen zorgt ervoor dat je een prikkel hebt om een eigen praktijk op te bouwen die je ook kunt meenemen als je niet meer op de juiste plek zit. Ik heb veel goede collega’s gezien die wel over wilden stappen maar dat door het relatiebeding niet konden omdat ze ‘hun prakijk’ moesten achterlaten. Dan ben je als ervaren (en dure!) medewerker plotseling niet meer interessant voor andere kantoren. Voor jezelf starten is dan ook lastig, want je begint met een lege dossierkast. Doordat ik geen ongenuanceerd relatiebeding heb aanvaard kon ik twee keer overstappen en mijn opgebouwde praktijk meenemen;
  6. Wees ‘eager’: net als bij je rechtenstudie is ook in de advocatuur inzet maatgevend. Als men ziet dat je je stinkende best doet, dan investeert men graag in je en ontwikkel je ambassadeurs voor je binnen het kantoor die het voor je opnemen als je kwalitatief een keer een steek laat vallen;
  7. Evalueer regelmatig je geluk: dit klinkt misschien een beetje zweverig, maar het heeft mij altijd geholpen. Een werkrelatie is immers ook een relatie die in balans moet zijn. Als je merkt dat die balans er niet (meer) is, maak dat dan bespreekbaar. Levert dat niets op, zoek je geluk dan elders. Je bent goed opgeleid en hebt altijd alternatieven!

Kortom: wees assertief en durf je gevoel te volgen!

Ik geef de pen graag door aan Sander van Elst. Sander werkte bij het kantoor waar ik mijn loopbaan in de advocatuur startte en heeft na een paar andere kantoren de overstap van het curatorschap naar een bank gemaakt. Inmiddels is hij dus een titaan van een bank!

 

Een bericht schrijven

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *