Tikkertje met Titanen: directeur Digital Freedom Fund Nani Jansen Reventlow

Mijn naam is Nani Jansen Reventlow en ik ben mensenrechtenadvocaat. Momenteel verdeel ik mijn tijd tussen drie werkzaamheden.

Sinds 2017 ben ik directeur van het Digital Freedom Fund, een organisatie die ik datzelfde jaar heb opgericht. DFF opereert vanuit Berlijn en heeft als doelstelling het bevorderen van digitale rechten in Europa. Wij doen dit door het ondersteunen van juristen – non-gouvernementele organisaties, pro bono advocaten en, waar opportuun, reguliere advocaten – die die zich inzetten voor digitale rechten in Europa door strategische procedures voeren. Praktisch betekent dit dat wij financiële ondersteuning bieden voor zulke procedures en daarnaast betere samenwerking en coördinatie binnen het digitale rechtenveld faciliteren.

Over digitale rechten zo meer.

Naast mijn werk voor DFF ben ik een zogenaamde “associate tenant” bij Doughty Street Chambers in Londen, een advocatencollectief dat onder meer gespecialiseerd is in mensenrechten en internationaal recht. Daar richt ik mij vooral op mensenrechtenzaken bij de Afrikaanse regionale hoven.

Sinds dit jaar geef ook les aan Columbia Law School, samen met een barrister uit London. Onze seminar heet “The Defense Of Freedom Of Expression Around The World: The Role Of The Advocate” en laat studenten (zowel reguliere JD studenten als LLMs) zien hoe je bij verschillende hoven en tribunalen het recht op vrijheid van meningsuiting kunt verdedigen. Deze seminar hebben wij samen ontworpen en het is erg leuk om 12 jaar na mijn LLM aan Columbia daar terug te zijn als prof.

Digital Freedom Fund
Zoals gezegd ondersteunt het Digital Freedom Fund de bevordering van digitale rechten in Europa. “Digitale rechten” zien wij breed: het volledige scala aan mensenrechten daar waar zij in de digitale sfeer worden uitgeoefend. Bij het horen van de term denkt men vaak in de eerste plaats aan vrijheid van meningsuiting online en privacy –– de recente onthullingen over Cambridge Analytica en het gebruik van de data van Facebookgebruikers heeft sterk aan bewustwording over dit laatste bijgedragen. Maar onze digitale rechten bespannen een veel breder landschap en naarmate onze levens steeds meer gedigitaliseerd worden –– denk bijvoorbeeld aan hoe we met elkaar communiceren, hoe we werken, hoe we toegang krijgen tot overheidsdiensten –– wordt de noodzaak onze mensenrechten in die context te beschermen ook steeds dringender.

DFF heeft drie speciale aandachtsgebieden voor haar activiteiten: privacy, vrije informatievoorziening online, en transparantie en de toepassing van mensenrechtenprincipes in het ontwerp en de toepassing van technologie. Over dit laatste thema maak ik mij persoonlijk het meeste zorgen. Het is een onderbelicht en onderschat aspect van onze verder digitaliserende maatschappij die verregaande gevolgen kan hebben.

De in onze maatschappij aanwezige machtsstructuren worden gereproduceerd in de technologie die we creëren. Dit betekent ook dat systematische ongelijkheid en menselijke (bewuste en onbewuste) vooroordelen worden versterkt op een schaal die we op dit moment niet volledig kunnen overzien. Er duiken bijna dagelijks voorbeelden hiervan op in het nieuws. Van digitale camera’s die aangeven dat mensen van Aziatische afkomst met de ogen knipperen tot technologie die gebruikt wordt door rechtshandhavingsinstanties die resulteert in discriminatie van bepaalde maatschappelijk groepen: het beeld dat ontstaat is zorgwekkend, met name in licht van de snelle ontwikkeling van zelflerende software.

White guy problem
Een belangrijke misconceptie is dat technologie “neutraal” is. Echter, de verschillend apps, algoritmes en andere toepassingen van technologie vertegenwoordigen keuzes die gemaakt zijn door de ontwikkelaars. Het is een weergave van hun voorkeuren, hun perceptie van hoe de gebruiker eruitziet, wat de gebruiker met de technologie zou (moeten) willen doen. Deze keuzes zijn gebaseerd op het wereldbeeld van de ontwerper en weerspiegelen deze daarom ook. Wanneer de ontwerpers van onze technologie overwegend mannelijk, bevoorrecht en blank zijn (ook wel pakkend omschreven als het “white guy problem” van de tech industrie), kan dit voor de rest van de maatschappij ernstige problemen opleveren.

Tenzij we fundamentele veranderingen aanbrengen in hoe we kijken naar de technologie die we produceren en vooral hoe deze wordt geproduceerd en door wie, zal onze digitale samenleving er een zijn die niet alleen de tekortkomingen van onze offline wereld repliceert, maar die disfunctionaliteiten versterkt. Mijns inziens zijn dit cruciale kwesties die moeten worden aangepakt op een manier die verder gaat dan symboliek. Dit betekent dat gesprekken over diversiteit en inclusie in de context van digitale rechten binnen een intersectioneel raamwerk moeten plaatsvinden, dat duidelijk aangeeft hoe in elkaar grijpende systemen van macht en toegang van invloed zijn op individuen die onderdeel uitmaken van historisch uitgesloten en ondervertegenwoordigde groepen. Alleen als we diversiteit en inclusie serieus nemen door die mensen niet alleen een stem te geven, maar ook een plaats aan de ontwerp- en engineeringtafel, kunnen we beginnen met het creëren van een meer inclusieve ruimte voor digitale rechten voor iedereen.

Ik geef het stokje door…
Hierbij geef ik graag het stokje over aan Stana Maric, investigator bij de European Bank for Reconstruction and Development. Stana houdt zich bezig met de bestrijding van fraude en corruptie bij EBRD projecten. Eén van mijn nevenfuncties is die van strategisch adviseur bij de GQUAL campagne voor gender parity. Zij zetten zich in voor de gelijke representative van vrouwen bij international organsiaties. De gelijke vertegenwoordiging van vrouwen op alle vlakken staat bij mij hoog in het vaandel, reden waarom ik graag bijdraag een een solide representatie van vrouwelijke Titanen in deze rubriek.

Een bericht schrijven

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *